Minister Ter Beek wil op termijn afschaffing van de dienstplicht

DEN HAAG, 6 NOV. Minister Ter Beek van Defensie wil de dienstplicht afschaffen. Daarover zijn besprekingen gevoerd binnen het kabinet. Volgende week vrijdag zal het voltallige kabinet over de plannen van Ter Beek spreken.

Ter Beek is voorstander van afschaffing op termijn. Volgens een woordvoerder wil de minister "Belgische toestanden' bij de Landmacht vermijden. België besloot enkele maanden geleden tot afschaffing van de dienstplicht, wat tot veel onvrede binnen het leger heeft geleid.

Ter Beek houdt vast aan zijn veiligheidsanalyse van dit voorjaar. Toen achtte hij de kans op een grootschalig conflict in Europa onwaarschijnlijk. Op 18 juni, bij een voordracht voor leden van de commissie Meijer, meende hij echter dat een grootschalig conflict niet kon worden uitgesloten. Mede op die verwachting baseerde de commissie Meijer haar conclusie dat afschaffing van de dienstplicht op dit moment niet mogelijk is.

Minister Van den Broek van Buitenlandse Zaken nam dit voorjaar openlijk afstand van de veiligheidsanalyse van zijn collega Ter Beek. Hij is tegenstander van afschaffing van de dienstplicht. Volgens minister Van den Broek en volgens de commissie Meijer heeft Nederland met het oog op de onzekere internationale veiligheidssituatie en volgens verplichtingen die ons land bondgenootschappelijk is aangegaan, een landmacht met een vrij forse "mobilisabele reserve' nodig. Daarvoor zijn dienstplichtigen nodig. In de Tweede Kamer is een ruime meerderheid voor afschaffing van de dienstplicht.

Volgens berekeningen van Defensie zal de overgang naar een beroepsleger eerst hogere kosten met zich meebrengen, maar op den duur besparingen opleveren. Bij de Landmacht heeft men zich tot nu toe verzet tegen het opgeven van de dienstplicht, omdat goedkope arbeidskrachten dan verdwijnen en inkrimping sneller zal worden doorgevoerd. Marine en Luchtmacht werken voornamelijk met beroepspersoneel en met contracten voor enkele jaren. Zij zullen wel varen bij een kleinere Landmacht.

Uit de voorstellen voor de Prioriteitennota, de herziening van de defensieplannen die eind dit jaar verschijnt, blijkt dat Marine en Luchtmacht redelijk worden gespaard. Bij de Marine zullen drie à vier fregatten extra worden opgelegd, maar de Onderzeedienst blijft gehandhaafd en ook de Marine Luchtvaart Dienst, zij het misschien op iets kleinere schaal. Bij de Luchtmacht zal het aantal parate F-16's voor NAVO-taken, op dit moment 144, worden gereduceerd. In totaal heeft Nederland 186 F-16's, waarvan een aantal zal worden verkocht.