Met een gouden slot

Meer dan driehonderd jaar geleden zag een man dit boek. Hij vond het zo mooi dat hij het meteen kocht. Het had een kalfsleren band. Er zaten mooie versierselen op. Het had zelfs een gouden slot dat met een sleutel open en dicht kon worden gedaan. Het boek was twintig bladzijden dik en net uitgekomen.

De man deed het zorgvuldig in zijn tas. Het was werkelijk een pronkstuk. Hij woonde in een deftig grachtenhuis. Waar zou hij het boek bewaren? Hij kon het natuurlijk in een kast zetten. Maar dan zagen zijn gasten alleen de rug. En hij wilde ook dat de voorkant in het oog sprong. Kijk nou toch eens naar dat fraaie kalfsleer met gouden bloemen in de hoeken!

Dan maar op de duurste tafel, vlak naast een zilveren kandelaar? Veel te gevaarlijk, er zou kaarsvet op kunnen lekken. De studeerkamer, dat was misschien een idee. Maar hij liet de deur wel eens open staan en als de kat naar binnen sloop zou hij zijn scherpe nagels in het leer zetten.

Hij zou vast wel een plaats voor het boek hebben gevonden, zo moeilijk is dat nou ook weer niet. Maar hij maakte een verkeerde beweging en het boek viel. Hoe hij ook zocht, hij kon het niet meer vinden. Onder de tafel, achter de kast, in de vensterbank, het was nergens te zien. Later heeft hij het toch nog teruggevonden anders zou het nu niet op de foto staan.

Een domme man? Niet helemaal. Verklein de postzegel tot zijn werkelijke grootte. Dan moet je het boek mee verkleinen. Ze zijn samen gefotografeerd.

Een boek zo groot als je duimnagel. Wat er in staat? Dat doet er niet toe. Die man kocht het ook alleen maar omdat hij zijn vrienden met het kleinste boek ter wereld wilde verrassen.