Kabinet wil geen extra bestuurslaag door regio's

DEN HAAG, 6 NOV. Het kabinet is het met de Tweede Kamer eens dat de vernieuwing van het binnenlands bestuur niet mag leiden tot een extra bestuurslaag.

Tijdens het debat over de begroting van binnenlandse zaken, gisteren in de Tweede Kamer, bleek het kabinet er echter nog niet aan toe om de provincies op te heffen.

Staatssecretaris De Graaff-Nauta (binnenlandse zaken) zei dat bij de definitieve vaststelling van het regionaal bestuur straks wel bekeken moet worden of er in het betreffende gebied nog wel een provinciale autoriteit nodig is. De toekomstige regio's moeten wat organisatie en financiële inrichting betreft "eenduidig' zijn. Maar verschillen in de concrete taken en bevoegdheden zijn denkbaar, aldus De Graaff-Nauta.

Het CDA ziet evenals de VVD en D66 in de toekomst geen bestaansrecht meer voor de provincies. De PvdA is op dit punt wat voorzichtiger geworden. De sociaal-democraten kiezen voor een middenweg, waarbij regionale besturen in grootstedelijke gebieden de provincies vervangen, terwijl daarbuiten de provincies in hun huidige opzet blijven bestaan.

De Graaff-Nauta zei verder dat de huidige indeling van de 25 politieregio's niet heilig is. In de toekomst is het denkbaar dat die indeling alsnog wordt aangepast aan de regio-indeling in het kader van de nieuwe bestuurlijke organisatie.

Minister Dales (binnenlandse zaken) merkte in het kader van haar streven naar het behoud van de integriteit van het binnenlands bestuur op niet te denken aan een gedragscode voor ministers. Hiernaar had PvdA-afgevaardigde De Cloe eerder geïnformeerd. Dales vindt dat de Tweede Kamer haar controlebevoegdheid op dat terrein maar goed moet gebruiken. Wel wil zij in het kabinet opheldering vragen over het bezoek afgelopen zomer van een aantal ministers aan de Olympische Spelen in Barcelona op uitnodiging van het bedrijfsleven. CDA-Kamerlid Van der Heijden ging de discussie te ver. Hij zei te vrezen voor een “socialistisch-calvinistische situatie”. Het mag volgens hem niet zo zijn dat een wethouder zich na besprekingen met iemand uit het bedrijfsleven moet excuseren om op kantoor zijn boterhammen op te gaan eten.