In stilte naar Europa

GERUISLOOS heeft de Tweede Kamer deze week gedebatteerd over het verdrag van Maastricht. Zoveel ophef als de oprichting van een Europese Politieke Unie en een Economische en Monetaire Unie in sommige andere landen heeft weten te veroorzaken, zo ijzig stil was het de afgelopen dagen in het Nederlandse parlement. Het was tè rustig.

En dat doet de vraag rijzen hoe het eigenlijk staat met de belangstellingssfeer van de nationale parlementariërs. Er hoeft zich maar even iets voor te doen in de categorie "rel' en de vergaderzaal zit direct stampvol. Maar als er een debat wordt gevoerd dat impliciet gaat over het opheffen van een deel van de eigen bevoegdheden, zit er slechts een handjevol Kamerleden in de zaal. Sterker nog, dan zit op hetzelfde moment een groot deel van de overige parlementariërs elders in het gebouw voor de televisie te genieten van de manier waarop het Britse Lagerhuis "Maastricht' bespreekt.

HET NATIONALE adagium "doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg' is tijdens het Nederlandse parlementaire Maastricht-debat met verve uitgedragen. Helaas is geen enkele poging ondernomen dit zo belangrijke, maar tevens abstracte onderwerp enigszins te politiseren. Het is moeilijk een debat te organiseren als brede consensus bestaat, zei het PvdA-Kamerlid Jurgens gisteravond berustend. Maar het is niet eens geprobeerd. Bij het debat in de Tweede Kamer bleek de importantie slechts uit de lengte van de betogen, niet uit de manier hoe erover werd gesproken, want het had allemaal weer een vertrouwd hoog commissievergadering-gehalte.

Als alom wordt erkend dat het in Nederland aan maatschappelijk debat over Europa ontbreekt (in arren moede is het kabinet maar zelf wat in het land gaan organiseren), is het onbegrijpelijk dat het nationale parlement geheel nalaat de finale ronde in eigen huis meer status te geven. Dat had bijvoorbeeld gekund door de fractievoorzitters er meteen bij te betrekken. Zij voerden immers vorig jaar in de Tweede Kamer ook het woord toen de top in Maastricht net was beëindigd.

POLITIEK IS zeker heden ten dage voor een deel theater. Waar partijprogramma's er minder toe doen, worden personen belangrijker. Zij hebben een functie. Minister-president Lubbers verklaarde zijn aanwezigheid bij het debat onder andere om de betrokkenheid van het hele kabinet uit te drukken; hetzelfde hadden de fractievoorzitters deze week kunnen doen. Niet om het hele verdrag te behandelen, maar om de politieke hoofdlijnen te bespreken en daarmee het belang van de zaak aan te geven. Gelukkig zullen volgende week de fractievoorzitters zich waarschijnlijk wèl in het debat mengen, als "Maastricht' in derde termijn in de Kamer aan de orde komt.

De uitkomst van het debat was niet verrassend. De Eurogezindheid van Nederland is bekend; de opstand tegen Brussel in andere landen heeft in die houding geen verandering gebracht. Wat dat betreft lijkt de anti-Europa-storm Nederland in het geheel niet te hebben aangedaan. Een federaal Europa is nog steeds het ideaal van een grote meerderheid in de Tweede Kamer. Niet het F-woord was besmet, eerder het C-woord van confederatie. Slechts de VVD heeft, sinds fractieleider Bolkestein zich met Europa is gaan bemoeien, de ambities teruggeschroefd. Maar zoals was te verwachten bleken de bezwaren van de VVD niet van dien aard om zich tegen het verdrag van Maastricht uit te spreken. Dit zou de partij, die anderhalf jaar geleden nog de federatieve gedachte van harte onderschreef, ook in een uiterst ongeloofwaardige positie hebben geplaatst.

WAT RESTEERDE voor de Tweede Kamer was, in navolging van de Duitse Bondsdag, het bevechten van het instemmingsrecht als in 1996 dan wel 1998 definitief besloten moet worden over de laatste fase van de monetaire unie. Die formele bevoegdheid krijgt het parlement nu, hoewel deze materieel weinig te betekenen zal hebben. Nu instemmen met het verdrag betekent dat een onomkeerbaar proces in werking wordt gezet. Wat de Kamer wil is dan ook, zoals minister van financiën Kok het zei, een procedure voor intern gebruik en zeker geen uitstapclausule. De Kamer kan de regering dwingen tot een bepaald standpunt, maar dit kan krachtens het verdrag van Maastricht worden overstemd door andere landen.

Op een tijdstip dat normaliter op grote spanning duidt, kort na twee uur, rondde de Tweede Kamer vannacht het debat over Maastricht af. Er was drie dagen gediscussieerd op een wijze die recht deed aan de nationale identiteit: ingehouden, grondig en langdurig. De Tweede Kamer heeft een belangrijke stap gezet op weg naar de verdere eenwording van Europa. Of het een historische stap was, wordt in andere Europese regeringscentra beslist.