In een rolstoel kun je de hele nacht dansen; Toneelschrijver Firdaus Kanga over het leven van gehandicapten

De Indiase schrijver Firdaus Kanga weegt zeventien kilo en zit bijna zijn hele leven al in een rolstoel. In Londen ging onlangs zijn toneelstuk in première waarin een gehandicapte jongen zijn homoseksualiteit ontdekt en aanvaardt. ,Ik zal altijd mijn eigen ervaringen blijven gebruiken. Ik heb altijd iets over rolstoelen voor het toneel willen schrijven,'' zegt hij.

A kind of immigrant is nog vanavond en morgenavond te zien The Oval House Theater in Londen. Daarna gaat het, in ieder geval tot 5 december op toernee. Inlichtingen Graeae Theater Company, tel. 09 44 71 3837541.

Firdaus Kanga: Trying to Grow. Uitg. Picador, ƒ 29,30. Nederlandse vertaling (van Inge Kok): Poging tot groei. Uitg. Bert Bakker. Prijs ƒ 39,90. Heaven on Wheels is uitverkocht, maar verschijnt in januari bij Picador in paperback.

Het Tom Allen Arts Centre in de Londense voorstad Stratford doet zijn best om het blinden, invaliden en slechtzienden naar de zin te maken. Bij de kassa van het theatertje hangt de mededeling dat er programmaboekjes verkrijgbaar zijn op tape, in braille en in grote letters. Het is een vrijdagavond aan het eind van oktober. De groep Graeae brengt een try-out van het toneelstuk A kind of immigrant van de Indiase romanschrijver Firdaus Kanga. In de wijde omtrek zijn instellingen voor gehandicapten aangeschreven. Als ik het zaaltje binnenkom zie ik op de eerste rij naast elkaar zes rolstoelen met hun gebruikers staan. Op de tribunes zitten spastici en mongolen met hun begeleiders. Een meisje zonder benen wordt de trap opgedragen. Op een van de hoogste banken staat een volwassen vrouw van nog geen halve meter groot.

Wat vanavond op de planken wordt gebracht moet de meesten van hen vertrouwd zijn. A kind of immigrant, dat de afgelopen week in het Oval House Theatre in Londen in première ging, laat zien wat er met een man gebeurt die op een dag ontdekt dat zijn beide benen verlamd zijn. Van het ene moment op het andere wordt hij voor alles wat hij doet van anderen afhankelijk.

Het is een realistisch stuk, in de traditie van het vormingstoneel. De verhouding met het meisje dat bij de man inwoont gaat kapot omdat beiden zich geen raad weten met hun gevoelens van schaamte en schuld. Het meisje voelt zich schuldig als ze niet altijd klaar staat voor haar vriend. Of ze vindt dat ze zich schuldig zou moeten voelen. “Ik voel me schuldig omdat ik me niet schuldig voel!” De jongen krijgt er van zijn kant genoeg van om alles steeds aan haar te moeten vragen. Hij wil niet in elke zin die hij uitspreekt het woordje "please' gebruiken.

Behalve over handicaps gaat A kind of immigrant over homoseksualiteit en immigratie. De immigrant naar wie de titel verwijst kan op drie manieren worden geïnterpreteerd. Er komt een Indiër in het stuk voor die de gebeurtenissen in de Londense flat vanuit zijn eigen achtergrond becommentarieert. De man die van de ene dag op de andere terechtkomt in de wereld van de afhankelijken is een soort immigrant. Ten slotte leert hij na een tijdje van mannen te houden. Hij gaat bij het meisje weg en trekt in bij een buurjongen die al vanaf zijn geboorte gehandicapt is.

Van deze buurjongen leert hij dat je in een rolstoel ook leuke dingen kunt doen. De twee organiseren feestjes. Ze bezoeken disco's, waar de man tot de ontdekking komt dat je "twee keer zo lang kunt dansen als je je benen niet gebruikt'. En ze gaan met elkaar naar bed. De invalide man leert zich net als een immigrant met zijn nieuwe "land' te verzoenen. Aan het eind van het stuk gaat hij gelouterd op eigen gelegenheid verder.

De 32-jarige schrijver van het toneelstuk, Firdaus Kanga, heeft bij het bedenken van de scènes ruimschoots uit eigen ervaring kunnen putten. Zo lang hij zich kan heugen is hij aan een rolstoel gekluisterd. In Engeland is hij op dit moment één van de bekendere gehandicapten, sinds hij in 1989 bij de Engelse uitgeverij Bloomsbury debuteerde met de roman Trying to grow. In dit boek, dat vorig jaar bij Bert Bakker in de Nederlandse vertaling verscheen, beschrijft Kanga de jeugd van een Indiase jongen die, net als hij zelf, geboren wordt met de ziekte osteogenesis imperfecta. Hij heeft "broze botten'. Bij het minste of geringste breekt er iets.

Jongetje

Het boek verscheen in Engeland op een gunstig ogenblik. Kanga bracht net zijn eerste bezoek aan het land. Het was een kleine sensatie. Zijn uitgever had er voor gezorgd dat hij met een groot aantal schrijvers en critici kennis maakte en overal trok zijn verschijning de aandacht.

Geen wonder. Wie Kanga eenmaal heeft gezien, vergeet hem nooit meer. Hij heeft het gezicht van een charmante heer, met zware wenkbrauwen en baardstoppels, maar als je verder kijkt zie je onder dit gezicht het lijfje van een iel jongetje. Als hij zich, om zijn spieren los te maken, even uit zijn rolstoel omhoog hijst, komt hij net tot de rand van de tafel. In Trying to grow merkt de hoofdpersoon niet zonder humor op dat hij het ook niet helpen kan dat hij bij mannen altijd eerst naar hun gulpstreek kijkt. Dat is nu eenmaal het enige wat hij van de meeste medemensen te zien krijgt.

Kanga werkt tegenwoordig als recensent voor Indiase onderwerpen bij The Times Literary Supplement - hij besprak onder meer de laatste roman van Ian Buruma - en vorig jaar verscheen zijn al even geruchtmakende boek Heaven on Wheels. Hierin beschrijft hij zijn ervaringen als homoseksuele, gehandicapte Indiër in Engeland. Het opvallende aan dit boek is dat het, anders dan de meeste boeken van Indiërs, erg positief is over de Engelsen. In India zorgde het daarom voor een klein schandaal. Het kreeg uiterst onvriendelijke recensies, maar kwam op de eerste plaats van de Engelstalige toptien. Kanga: “In India is men doodsbang voor elke kritiek. Het is een land vol onzekerheid. Daarom is iemand als V.S. Naipaul ook zo gehaat.”

Voor Kanga was het twee jaar geleden inderdaad of hij van de hel van Bombay rechtstreeks in een hemel was terecht gekomen. “Het was zo prachtig hier,” schatert hij, als ik hem de dag voor de première in het Londense West Hamstead opzoek, “iedereen vond me aardig.”

De afgelopen maand heeft hij de repetities van zijn stuk bijgewoond en enkele try outs ("heel erg leerzaam') en hij wacht nu op de reacties. Maar erg veel kan het hem niet schelen. “Mij kan niets meer raken.” Hij vertelt me hoe zijn goede ervaringen hem twee jaar geleden hebben geleerd dat hij, als het maar enigszins kon, in Londen moest blijven. “Ik had het meteen gezien. Hier moest ik wonen.” Hij heeft nu een kamer in het huis van vrienden. Er staat een lage zetel vol kleren en zakjes, die snel voor me wordt leegruimd, een tafel zonder stoel, waar de rolstoel onder kan, en een stevig bed. Tegen de wand staan stapels boeken tot op grijphoogte. Op de grond zie ik links en rechts plastic tasjes waaruit Kanga, als we honger krijgen, pakjes boterhammen weet te vissen en een zakje kokoskoekjes.

Een van de belangrijkste motieven om niet meer naar India terug te willen, is dat hij in zijn geboorteland niet voor zijn seksuele geaardheid kan uitkomen. “Op de negen miljoen inwoners van Bombay waren er in mijn tijd maar twee openlijke homoseksuelen. Ik was één van die twee en ik ben nu hier.”

Homoseksualiteit is in India taboe. Ook toen hij al jaren volwassen was, hoorde hij er thuis nooit iemand over praten, laat staan dat hij jongens kende die zo waren. De oudere Indiase man die in het toneelstuk voorkomt vertelt het publiek dat "this homobusiness' waarvan we getuige zijn in zijn dorp ondenkbaar was: “Jonge kinderen stoeiden wel met elkaar, maar wie ouder werd, nam een meisje.”

Geluk

Als ik zijn Europese leeftijdgenoten ter sprake breng die in die jaren massaal naar India trokken om daar het geluk te vinden, moet Kanga glimlachen. Naar zijn idee hebben zij niets van de Indiase maatschappij begrepen. India is een van de meest intolerante landen die er zijn. Hij vertelt over een televiesieomroepster in Bombay die in 1980 een kind heeft gekregen van een vriend. “Dat is nu twaalf jaar geleden, maar nog steeds begint elk interview met haar met de vraag hoe het is om ongehuwd moeder te zijn.”

Kanga beseft dat zijn pro-Engelse houding voor een deel te verklaren is uit zijn Parsi-achtergrond. De Parsi's zijn een bevolkingsgroep die tot de achtste eeuw in Perzië woonde. Met de komst van de Arabieren werden zij verdreven naar het Idiase Gujarati, waar ze gedwongen werden de plaatselijke taal te gaan spreken. Maar door de eeuwen heen hebben ze zich als groep gehandhaafd. Kanga: “Een Parsi heeft nog altijd weinig affiniteit met India en het Indiase nationalisme. Andere groepen in India hebben een veel sterkere identiteit. Wij zijn erg ongebonden. Toen de Engelsen indertijd kwamen, waren de Parsi's hun eerste supporters.”

Kanga groeide op in een pro-Engelse atmosfeer. “Wij waren thuis volledig tweetalig, vaak spraken we Engels en Gujarati door elkaar, zelfs in één zin. We luisterden altijd naar de BBC World Service en ik kende Engeland uit de boeken die we hadden. Toen ik hier eindelijk aankwam werd alles wat ik had gelezen werkelijkheid.”

In Trying to Grow geeft Kanga een ontroerend beeld van zijn jeugd in de Indiase Parsi-gemeenschap. Hoewel het boek de vorm heeft van een roman, is de sfeer autobiografisch. Er heerst een atmosfeer, zoals hij het omschrijft, van fun and madness. Hij beschrijft bij voorbeeld hoe een Parsi-meisje haar familie tot grote paniek kon brengen door verliefd te worden op een islamiet, een man, zo weet iedereen, wiens voorvaderen de Parsi's duizend jaar geleden uit Perzië hebben verjaagd. Elders schrijft hij over de Parsi-gewoonte de overledenen op hoge stellages neer te leggen als prooi voor de gieren. Het is heel vermakelijk om te lezen hoe de verschillende bevolkingsgroepen over dit soort gebruiken ruzie plegen te maken.

Het stuk over de liefde tussen twee gehandicapten schreef Kanga op verzoek van de artistiek leider van Graeae. De theatergroep is twaalf jaar geleden opgericht voor theaterprodukties over en met gehandicapten. Het verwijt aan de reguliere theatermakers was destijds dat gehandicapte auteurs op het toneel geen faire kans kregen. Uitgangspunt van de groep is nog steeds dat elke bezetting voor minstens de helft uit gehandicapten moet bestaan. In A kind of immigrant zijn drie van de vier spelers gehandicapt. De ene rolstoel-gebruiker is spastisch, de vrouwenrol wordt gespeeld door een epileptische actrice, de andere rolstoel-gebruiker, zo vertelt Kanga, mist een vinger.

Eén vinger? Ik reageer ongelovig. Ben je dan ook al gehandicapt? Kanga legt uit dat de groep een ruime definitie van het begrip "disabled' hanteert. Ook mensen met vier vingers kunnen ernstig geschaad worden in hun carrière. “Wie een vinger mist zal waarschijnlijk nooit meer door de televisie worden gevraagd. Daar worden alleen maar gave, prachtige lichamen getoond.” Het ideaal van de perfect body leeft volgens Kanga bij de BBC heel sterk. Het tragische van deze acteur, zo hoor ik, is dat hij zijn handicap bovendien nog tijdens zijn werk heeft opgelopen. Hij moest in Freule Julie van Strindberg met een mes de kop van een eend afhakken, maar in plaats van de kop, lag plotseling zijn vinger op het hakblok.

Blinden

Kanga maakt er geen geheim van dat hij zeker niet alles wat de groep doet onderschrijft. Sommige vroegere stukken vindt hij veel te eenzijdig. Hij vertelt over de vorige produktie, Hound. Daarin wordt het leven van blinden vergeleken met de opleiding van blindegeleidehonden in een trainingscentrum. Hij wil er liever niets over zeggen.

Toen hij zelf een opdracht kreeg, wist hij dat hij niet binnen al te nauwe grenzen wilde blijven. “Ik wilde geen "agit prop theater' bedrijven. Ik ben geen woordvoerder van de een of andere beweging. Het enige waar ik op uit was, was een stuk te maken over echte menselijke wezens.” Dat was uitstekend. “Ze hebben me niets gevraagd. De enige voorwaarde was dat tenminste de helft van de rollen door gehandicapten gespeeld kon worden.” Daar kon hij zich in vinden. Hij is het er mee eens dat gehandicapten zoveel mogelijk toegang moeten hebben tot het toneel, achter én voor het voetlicht: “Een van de hoofdthema's in mijn boeken is toegankelijkheid.”

Ik merk dat Kanga ook nogal sceptisch staat tegenover de Engelse gehandicaptenbeweging, waar Graeae uit voort komt. Vaak is het hem allemaal veel te militant. “Zoals alle bewegingen in Engeland zijn ze extreem links en vreselijk intolerant. Ze zijn verstrikt in allerlei noties van political correctness. Zodra iets ze niet aanstaat, noemen ze het meteen fascistisch.”

Wat hij over de beweging vertelt, doet denken aan wat we in Nederland kennen uit sommige delen van de vrouwenbeweging en de homobeweging. Zo zou er in de gewone maatschappij niet alleen een schoonheidsideaal heersen van grote en sterke lichamen. De beweging plaatst er ook een eigen schoonheidsideaal tegenover. Disabled is beautifull.

Kanga: “De werkelijkheid is volgens mij veel complexer en moeilijker dan deze propagandisten denken. Er zijn gehandicapten die vinden dat niet gehandicapten zich schuldig moeten voelen omdat ze een gaaf lichaam hebben. Dat is natuurlijk belachelijk. We hebben allemaal voor- en nadelen, daar hoeft niemand zich schuldig over te voelen.”

Natuurlijk kan Kanga er wel enig begrip voor opbrengen. “Het leven voor een gehandicapte is erg vervelend. Het wordt ons in de maatschappij niet gemakkelijk gemaakt. Ik kan daarom goed begrijpen dat iemand wel eens kwaad wordt en onredelijke verwijten gaat maken. Maar je moet je realiseren dat het ook voor niet gehandicapten vaak heel lastig is om iemand in een rolstoel te ontmoeten. Wat moet je doen? Er kunnen gauw schuldgevoelens ontstaan. Of ressentiment, wanneer er schuldgevoelens worden opgeroepen waar men geen weg mee weet. Als een gehandicapte zich slecht gedraagt, durft soms niemand iets terug te doen. Je kunt zo moeilijk wraak op hem nemen. Dat kan tot woede leiden.”

Kanga is er op uit deze complexiteit te laten zien. “Ik zie zelf ook geen oplossingen. Alles is met elkaar verweven. Het is voor mij genoeg als het publiek dit ervan opsteekt. Ik stel het in de gelegenheid zijn eigen contradicties te ontdekkken.”

Accent

Ik vraag hem of hij zijn stuk ook voor een andere groep had kunnen schrijven? “Voor mij maakt het niets uit. Ik had het net zo lief voor West End willen schrijven.” Het hoeft voor hem ook niet door rolstoelbezitters te worden gespeeld. “Ik weet dat het in de gehandicaptenbeweging immoreel wordt gevonden om de rollen van gehandicapten door gezonde ("abled') lichamen te laten spelen. Maar ik heb er geen bezwaar tegen. Het belangrijkste is dat iemand een goed acteur is. Acteren is voor mij: op het toneel iemand anders worden dan je bent.”

Vindt hij dat ook van de Indiase man in het stuk? Nu wordt deze rol gespeeld door de Indiase acteur Rahid Karapiet, onder meer bekend van de televisieproduktie The Jewel in the Crown en de film A passage to India. Had hij door een Engelsman gespeeld kunnen worden? Kanga: “Voor mij was het heel belangrijk iemand te vinden die het accent goed kon uitspreken. Ik was daarom blij dat er een Indiër werd gevonden. Ik wist ook dat er veel goede Aziatische acteurs in Engeland zijn. In dit geval was het niet moeilijk iemand te vinden.”

A kind of immigrant is Kanga's vierde produkt waarin rolstoelen voorkomen. Vindt hij het niet vervelend steeds over hetzelfde te schrijven? “Ik zal altijd mijn eigen ervaringen blijven gebruiken. Ik heb altijd iets over rolstoelen voor het toneel willen schrijven, omdat ik denk dat ik via het theater andere groepen kan bereiken. Als je iets laat zien, kun je meer muren afbreken dan wanneer je iets alleen maar zegt.”

Het stuk maakt duidelijk dat er een groot verschil bestaat tussen gehandicapten die als zodanig geboren zijn en de "immigranten', die op latere leeftijd gehandicapt worden. De ene groep weet niet beter en heeft een effectieve strategie om met de wereld om te gaan. De andere groep heeft tijd nodig om te wennen, en om te berusten in het idee dat ze dingen nooit meer zullen kunnen. Hij geeft toe dat hij hier zijn eigen ervaring onder woorden brengt. "Jouw fout' laat hij zijn alter ego zeggen, "is dat je denkt geen crip te zijn als je maar gelooft het niet te zijn. Maar zo kom je nooit verder.'

“Ik wil laten zien dat gehandicapten geen heiligen zijn. Het zijn mensen als iedereen.” Kanga denkt dat zijn stuk het eerste is dat over homoseksuele gehandicapten gaat. Het bouwt voort op de film Double the trouble, twice the fun die hij dit voorjaar maakte voor het Britse Channel Four. “Iedereen gaat er van uit dat gehandicapten geen seksuele wezens zijn. Men wil ons altijd verheffen of vernederen. Van jongs af aan leren we een aardig jongetje of meisje te zijn, dat altijd lacht. Wie mijn stuk heeft gezien, denkt bij het zien van iemand in een rolstoel misschien niet meer "wat een arme man rijdt daar', maar: "die gaat misschien wel naar zijn vriendje toe'.”