Frankrijk zou losgeld gijzelaars betalen

In NRC Handelsblad van 23 en 24 oktober wordt de kwestie opgerakeld van het losgeld dat in september 1974 werd gegeven aan de Japanse terroristen die in de Franse ambassade onder meer de Franse ambassadeur gijzelden. Het in het bericht door Max Christern en Frènk van der Linden van 24 oktober geciteerde gesprek met mij zou de indruk kunnen wekken alsof Frankrijk via de Franse ambassadeur in Damascus, waar de terroristen zich uiteindelijk aan de Syrische autoriteiten overgaven, de beschikking had gekregen over het losgeld. Ik heb echter steeds over het losgeldbedrag gesproken.

Zoals de toenmalige minister-president Den Uyl op 25 februari 1975 in antwoord op Kamervragen meedeelde, kon bij de Syrische regering geen duidelijkheid worden verkregen over wat er met het losgeld was gebeurd nadat het geld bij de Syrische autoriteiten in bewaring was gegeven.

Blijkens mijn aantekeningen uit die tijd heeft de Franse premier Chirac in een op 15 september 1974 omstreeks 22.30 uur gevoerd telefoongesprek Den Uyl verzekerd dat, als Nederland het losgeld ter beschikking zou stellen, Frankrijk dit “uiteraard” terug zou betalen.

Na afloop van de gijzeling bleek de inwilliging van deze belofte echter op moeilijkheden te stuiten. De heer Sauvagnargues, de toenmalige Franse minister van buitenlandse zaken, doet blijkens NRC Handelsblad mijn opmerkingen hierover als “nonsens” af. Hij stelt voorts, op zichzelf terecht, dat voor een regering driehonderdduizend dollar niet veel geld is. Er stond echter meer op het spel. Hij beseft kennelijk niet dat de vertrouwensrelatie tussen de regeringen van twee bevriende en nauw met elkaar samenwerkende landen wordt verstoord indien één van de partijen terugkomt op aanvankelijke gedane toezeggingen.

Na maandenlang touwtrekken werd uiteindelijk in mei 1975 een compromis bereikt. Frankrijk gaf driehonderdduizend dollar terug, echter na aftrek van de huur (vierhonderdduizend Franse francs) van de door de Franse regering ter beschikking gestelde stokoude Boeing die de terroristen naar Damascus bracht - kosten waarover ten tijde van de beslissing terzake door de Franse regering nimmer was gerept. Dit ondanks het feit dat de inzet van deze Boeing, met een Nederlandse bemanning, essentieel was voor de pogingen om het leven van o.a. de Franse ambassadeur te redden en Nederland kosten noch moeite had gespaard om dit resultaat te bereiken. Vandaar dat ik een en ander desgevraagd als minder plezierig heb gekwalificeerd.