Een huis voor veldmuizen

Poppenhuis-bouwplaat, ƒ 34,50, in het Frans Halsmuseum, Groot Heiligland 62, Haarlem.

Sara Rothé was een dame met veel geld en veel vrije tijd. Ze borduurde wat en ze wandelde in het park. Vervelende karweitjes zoals koken en afwassen liet ze met plezier aan haar personeel over. Ze had een vakantiehuis in de buurt van Haarlem, maar in de herfst en in de winter woonde ze op de Keizersgracht in Amsterdam. Als daar haar vriendinnen een kopje thee kwamen drinken, had ze iets moois in huis waar ze graag over opschepte: een poppenhuis van vier verdiepingen, zo groot als een rechtopstaand twee-persoonsbed. Gelukkig is dat poppenhuis in de afgelopen 260 jaar niet gesloopt en bij de vuilniszak neergezet. Het Frans Halsmuseum in Haarlem heeft het jaren geleden cadeau gekregen.

Maar omdat veel museumbezoekers er altijd met hun neus bovenop hebben gestaan is het nogal vies geworden. Het kost veel geld en tijd om het weer op te knappen, want Sara liet alle twaalf kamers van het poppenhuis precies inrichten als de echte grachtenhuizen van Amsterdam. Het behang, de deuren, het tapijt, de schilderijen, de eettafel; het moest allemaal piepklein en piekfijn worden nagemaakt. De echte schilderijtjes zijn bijvoorbeeld zo klein als een lucifersdoosje en de zilveren eetbordjes zo groot als een gulden. In de poppen-borrelglaasjes kan maar één druppel coca-cola worden geschonken.

Het museum heeft een deel van de duizend spulletjes uit het poppenhuis nu in aparte glazen kasten neergezet. Het is net of ze het huis van een veldmuizen-familie hebben leeggehaald. Want een marmot is te zwaar voor de keukenstoeltjes en in het hemelbed kan zelfs een hamster zijn poten niet kwijt. Het poppenhuis is nu bijna helemaal leeg. Alleen in de dokterskamer brandt nog licht. De dokter zit er in zijn eentje een beetje voor zich uit te suffen.

Zelfs leeg is het poppenhuis nog prachtig, want Sara liet de plafonds beschilderen met engelen en langs de ramen en de plinten moesten gouden randjes worden geverfd. Het kost duizenden guldens om die richeltjes en gordijntjes schoon te maken en te repareren. Ook de zwarte houten kast waarin het poppenhuis is opgeborgen moet worden opgeknapt. In die kast zit een geheim raderwerk. Het is nu kapot, maar als het straks gemaakt is, kan het poppenhuis omhoog getakeld worden, zodat lange mensen niet op hun knieën hoeven te liggen om de kelder te bekijken.

Om dat geld voor de reparaties bij elkaar te krijgen heeft het museum een bouwplaat laten drukken. Het is eigenlijk een schitterend boek met 24 kartonnen bladzijden. Alle delen van de buiten- en de binnenkant van het poppenhuis zijn erop nageschilderd. Ze zijn alleen veel kleiner dan het echte huis in het museum. Het is een flinke klus om die muren, ramen, kasten en plafonds voorzichtig uit te knippen en aan elkaar te lijmen. In het boek staat hoe je dat moet doen. Het museum zelf heeft alvast een bouwplaat als voorbeeld in elkaar gezet, zodat je daar kunt gaan spieken. Als het je lukt kun je net zo trots zijn als Sara.