De verwende Liu Baoyu, de teergevoelige Lin Daiyu en de goedlachse Xue Baochai; Chinese roman over onschuld en corruptie uit 1792

De Rodologie, de bestudering van de achttiende-eeuwse roman De droom in de rode kamer, levert in China jaarlijks honderden artikelen en tientallen boeken op. Onder Mao was het de enige roman die op grote schaal verspreid werd. Er bestaan films, toneelstukken en stripverhalen over. Wat is De droom in de rode kamer voor een boek? “In tegenstelling tot de alledaagse ellende van het leven in het moderne China biedt de roman uitzicht op een wereld van schitterende schoonheid, intellectuele verfijning en filosofische diepgang.”

Van de Honglou meng bestaan verschillende uitstekende volledige vertalingen. De vertaling in Penguin Classics in vijf delen door David Hawkes en John Minford onder de titel The Story of the Stone (1973-1986) is een magistrale herschepping, waarnaast de competente vertaling door Yang Hsienyi en Gladys Yang, A Dream of Red Mansions, 3 dln. (Peking, 1978-1980) onverdiend pover afsteekt.

Een Franse vertaling door Li Tche-Houa en Jacqueline Alézais, Le r^eve dans le pavillion rouge, 2 dln. (1981) verscheen in de collection de la Pléiade.

In het Nederlands beschikken we slechts over de hervertaling van Franz Kuhns sterk verkorte Duitse bewerking, Der Traum der roten Kammer (1932), door Ad. Vorstman als De droom in de roode kamer (1946).

Het leven van Cao Yin is bestudeerd door Jonathan D. Spence. Ts'ao Yin and the K'ang-hsi Emperor: Bondservant and Master (New Haven, 1966). Biografische en bibliografische details komen aan de orde in Wu Shih-ch'ang, On the Red Chamber Dream; A Study of Two Annotated Manuscripts of the XVIIIth Century (Oxford, 1961). Van de verschillende moderne westerse interpretaties noem ik Lucien Miller, Masks of Fiction in Dream of the Red Chamber; Myth, Mimesis and Persona (Tucson, 1975); Andrew Plaks, Archetype and Allegory in the Dream of the Red Chamber (Princeton, 1976); en Jing Wang, The Story of Stone (Durham, 1992).

Peking is een grauwe stad. Dat geldt niet alleen voor de nieuwbouwwijken maar ook voor de weinige nog resterende oude wijken. Wie door de smalle stegen van deze oude wijken dwaalt, wordt aan weerszijden ingesloten door meer dan manshoge grijze muren, die de huizen en binnenhoven afsluiten voor nieuwsgierige blikken. Van tijd tot tijd verheft een boomkruin zich boven de daken en soms herinnert een eens fraaie maar inmiddels sterk verwaarloosde poort aan vroegere glorie.

Tegen deze achtergrond van kleurloosheid (en in sommige perioden van het jaar alomtegenwoordig stof) steekt het felle rood van de resterende paleizen des te scherper af. Een Chinese roman met de titel Honglou meng of De droom in de rode kamer roept dan ook ogenblikkelijk beelden op van een leven van luxe in de hoogste kringen van de maatschappij, terwijl het woord "droom' natuurlijk het illusoire karakter van zo'n leven in weelde doet uitkomen.

De lezer wordt niet teleurgesteld. De droom in de rode kamer, die tweehonderd jaar geleden, in 1792, voor het eerst in druk verscheen, beschrijft inderdaad in honderdtwintig hoofdstukken tot in alle bijzonderheden het dagelijkse leven van een puissant rijke familie, de Jias. Twee takken van de familie bewonen in de hoofdstad twee belendende panden, of beter gezegd, twee complexen van gebouwen en tuinen. Hoofdpersoon van de roman is de door zijn almachtige grootmoeder stierlijk verwende Jia Baoyu, een gevoelige jongeman, geen kind meer maar ook nog lang geen volwassene. In een andere eeuw en in een andere cultuur zou men spreken van een opgroeiende puber. Jia Baoyu is geboren met een stuk jade in zijn mond dat hij als een amulet steeds bij zich draagt. In feite is hij de aardse manifestaite van een mythische steen die bij de reparatie van de hemel overtollig was.

De oudste zuster van Jia Baoyu is een geliefde concubine van de keizer. Wanneer het haar bij hoge uitzondering wordt toegestaan het ouderlijk huis met een bezoek te vereren, besluiten de familieoudsten de tuinen van beide panden te verenigen tot een nieuw park, vol paviljoens en andere gebouwen, om zo de geliefde des keizers op passende wijze te kunnen ontvangen. Na haar korte bezoek (in hoofdstuk achttien) worden de jonge meisjes uit de familie samen met hun personeel in deze nieuwe tuin gehuisvest. Ook Jia Baoyu, die zich onder meisjes veel meer op zijn gemak voelt dan onder jongens, mag er met zijn dienstmeisjes zijn intrek nemen.

Het grootste gedeelte van roman speelt zich binnen de muren van deze tuin af en de handeling wordt gevormd door de onschuldige activiteiten van Jia Baoyu en zijn zussen en nichtjes, met alle onvermijdelijke kleine misverstanden en ruzietjes die nu eenmaal binnen zo'n beschermde omgeving onvermijdelijk zijn.

Corruptie

Tegelijkertijd krijgt de lezer een onverbloemd beeld van het reilen en zeilen van het leven in een rijke familie met hoge ambtelijke connecties. Jia Baoyu's vader is een strenge confucianist, die als hoofdstedelijk ambtenaar een goede reputatie geniet maar als goedwillend provinciaal bestuursambtenaar het slachtoffer wordt van de ongebreidelde corruptie van zijn ondergeschikten. Jia Baoyu's ooms en neven in de andere tak van de familie geven zich over aan alle zonden die zij zich door hun rijkdom en macht kunnen permitteren.

Maar ook de beschermde wereld binnen de muren van de tuin kan haar onschuld en zuiverheid niet bewaren. De droom in de rode kamer van de titel verwijst ook naar Jia Baoyu's bewustwording van zijn eigen seksualiteit, in hoofdstuk vijf van de roman, wanneer hij in een droom het land van zinsbegoocheling wordt binnengeleid en voor het eerst geslachtsgemeenschap heeft. Nog voor hij en zijn zussen en nichtjes hun intrek hebben genomen in hun paradijs, heeft hij al geproefd van de appel.

Jia Baoyu is verliefd op zijn teergevoelige, lichtgeraakte maar ziekelijke nichtje Lin Daiyu, maar voelt zich ook wel aangetrokken tot de goedlachse, nuchtere en oergezonde Xue Baochai. Omdat Lin Daiyu en Jia Baoyu elkaar nooit hun wederzijdse liefde durven te bekennen, wordt hun verhouding gekenmerkt door talloze ruzies en misverstanden. Jia Baoyu's ouders, die weten hoe eigenzinnig hij is op dit punt, laten hem in de waan dat zij een huwelijk voor hem zullen arrangeren met Lin Daiyu, maar als hij in zijn huwelijksnacht de sluier van de bruid oplicht, blijkt hij getrouwd te zijn met Xue Baochai. Op hetzelfde moment sterft Lin Daiyu door een bloedspuwing.

De familie wordt gestraft voor de vele wandaden van haar leden door een vrijwel volledige confiscatie van haar bezittingen. Jia Baoyu verwekt, na een lange periode van indolentie, een kind bij zijn echtgenote, neemt deel aan de staatsexamens en verdwijnt dan spoorloos - hij zal zich nog eenmaal vertonen aan zijn vader in de gedaante van een zwervende bedelmonnik. De mythische steen, die in het begin van de roman had gesmeekt om het leven op aarde te mogen smaken, blijkt, door het lijden gelouterd, tot hoger inzicht te zijn gekomen en keert terug naar zijn oorsprong.

Stripverhaal

Lange tijd circuleerde De droom in de rode kamer slechts in onvolledige manuscripten. In 1792 verscheen het eindelijk in druk, een feit dat dit jaar vanzelfsprekend is herdacht op congressen in China en elders. Vanaf 1792 tot op de dag van vandaag heeft de roman een onverminderde populariteit genoten. Talloze generaties van ongelukkig verliefde jonge Chinezen hebben zichzelf herkend in de overvloedig gestorte tranen van Jia Baoyu en Lin Daiyu. Vele vervolgen werden geschreven om de gelieven alsnog te verenigen. Episoden uit de roman zijn bewerkt voor vrijwel alle genres van het traditionele Chinese toneel en vrijwel alle vormen van traditionele voordrachtskunst. In deze eeuw is de roman herhaaldelijk bewerkt voor de film en de televisie, en er bestaan schitterend getekende versies als stripverhaal.

De bestudering van de roman, de "Rodologie', is in China een specialisme dat jaarlijks honderden artikelen en tientallen boeken oplevert. In mijn eigen bibliotheek beslaat deze "Hongloumania' een meter of vier, in de bibliotheek van het Sinologisch Instituut in Leiden een meter of tien - uitsluitend tekstuitgaven en monografieën. In omvang en productiviteit is de Rodologie waarschijnlijk slechts te vergelijken met de Shakespeare industry. De Rodologie wordt bovendien gekenmerkt door een opvallende gepassioneerdheid. Discussies en polemieken worden gevoerd met een heftigheid en inzet die op vele andere terreinen van de Chinese literatuurgeschiedenis nu juist angstvallig wordt vermeden.

Een belangrijk deel van de Rodologie bestaat uit biografisch onderzoek naar de auteur en de kritische vergelijking van de vroege manuscripten en drukken. Van de auteur Cao Xueqin (Cia Zhan, 1715-1763) is weinig meer bekend dan dat hij een afstammeling was van de puissant rijke Cao Yin (1658-1712) en dat hij zijn eigen leven in Peking sleet onder steeds armelijker omstandigheden. Cao Yin was een gunsteling van de Kangxi Keizer, de tweede heerser van de door de Mantsjoes gestichte Qing-dynastie (1644-1911). De Kangxi Keizer regeerde van 1662 tot 1722. Cao Yin was geen ambtenaar maar een horige van de keizerlijke familie. Uiteindelijk verwierf hij de post van directeur van de keizerlijke zijdeweverijen in Nanking en Soochow, de grootste industriële bedrijven van China. Hij ging op voet van gelijkheid om met de provinciale gouverneurs en voorzag de keizer, buiten het bureaucratische apparaat om, van allerlei vertrouwelijke informatie. Bij bezoeken van de Kangxi Keizer aan het zuiden van zijn rijk, trad Cao Yin op als diens gastheer. Cao Yin was een patroon van schrijvers en kunstenaars. Zelf schreef hij een toneelstuk over de ondergang van de Ming-dynastie.

Helaas, de opvolger van de Kangxi Keizer was weliswaar een van diens vele zonen maar allerminst degene die door de vader voor het keizerschap was uitverkoren en hij bejegende alle gunstelingen van zijn vader met de grootste achterdocht. De alomtegenwoordige corruptie van het dynastieke China verschafte al spoedig (in 1727 en 1728) voorwendsels om Cao Yins zoons en opvolgers van hun functie te ontheffen, het bezit van de familie te confisqueren, en de leden van de familie op te dragen naar Peking terug te keren. Cao Xueqin moet als kind de laatste dagen van de glorie van de Cao's in Nanking nog bewust hebben meegemaakt. De roman is tot op grote hoogte geschreven "à la recherche du temps perdu'. Eigen herinneringen, verhalen van oudere familieleden en dromen van vergane glorie zijn verweven tot een tapisserie van waarheid en verzinsel, waarin historische werkelijkheid en literaire fantasie zich, ondanks alle filologische acribie, nooit meer zullen laten ontwarren. Kanttekeningen

Terwijl Cao Xueqin voortschreef aan zijn roman werden de opeenvolgende versies van de hoofdstukken gelezen door familieleden, die de manuscripten voorzagen van kanttekeningen. Soms wezen ze hem op passages die wellicht politiek gevoelig zouden kunnen liggen, wat dan weer aanleiding gaf tot min of meer verregaande herschrijvingen. Door de opeenvolgende herschrijvingen bevat de roman een aantal interne tegenstrijdigheden. Op grond hiervan, en op grond van de in sommige manuscripten ten dele bewaarde kanttekeningen van de eerste lezers, hebben talrijke geleerden geprobeerd de oorspronkelijke plot van de roman te reconstrueren - met bijna evenzovele resultaten.

Cao Xueqin heeft zijn roman nooit voltooid. De oudste manuscripten bevatten tachtig hoofdstukken, terwijl de roman in gedrukte vorm honderdtwintig hoofdstukken telt. De tekstbezorger van de eerste gedrukte versie, Gao E (ca. 1738 - ca. 1815), zegt in zijn voorwoord dat hij zich heeft beperkt tot het ordenen van aanwezig materiaal en het uitwerken van aanzetten die in de eerste hoofdstukken reeds gegeven waren. Veel geleerden zijn echter van mening dat de laatste veertig hoofdstukken vrijwel geheel door Gao E zijn geschreven. Gao E is in de meest schrille bewoordingen beschuldigd van het verkrachten van de oorspronkelijke opzet van de roman. Hij zou met name de "anti-feodale strekking' van het werk geweld hebben aangedaan. In recente jaren is men iets meer geneigd de rol van Gao E positiever te benaderen. Hoe dan ook, omdat de verschillende manuscripten teruggaan op uiteenlopende stadia van de onvoltooide roman en omdat de gedrukte versie de nodige zetfouten bevat, is de roman een mer à boire voor de scherpzinnige tekstcriticus.

Sleutelroman

Een andere stroming binnen de Rodologie leest De droom in de rode kamer vooral als een sleutelroman. Deze critici zien in de verhouding tussen Jia Baoyu en Lin Daiyu een afspiegeling van de verhouding tussen de Chongzhen Keizer (de laatste keizer van de Ming dynastie) en zijn meest geliefde concubine, of van de liefde van de Shunzhi Keizer (de eerste Keizer van de Qing dynastie) voor zijn meest geliefde concubine, of van de liefde van de Kangxi Keizer voor een van zijn hofdames. Door de geheimzinnigheid waarmee het leven in de vrouwenvertrekken van de Verboden Stad omgeven was, deden de wildste geruchten de ronde over wat er zich binnen de paleismuren wel niet afspeelde, zodat er ruimschoots materiaal, maar alles volstrekt onbetrouwbaar, voorhanden is voor speculaties van deze aard. Al naar gelang de keizer die men kiest, komt men natuurlijk ook tot andere identificaties van de honderden andere figuren in de roman, terwijl aan de keuze voor een Ming of een Qing Keizer allerlei gevolgtrekkingen betreffende de politieke opstelling van de auteur worden vastgeknoopt.

De biografisch-filologische invalshoek werd vertegenwoordigd door Hu Shi (1891-1962), een van de voormannen van de moderne literatuur in eigentijdse spreektaal en een pionier in de wetenschappelijke studie van de traditionele Chinese roman. Hu Shi legde zijn leven lang de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van de intellectuelen. Tot 1949 weigerde hij zich aan te sluiten bij enige politieke partij - hij stierf uiteindelijk op Taiwan. In de Volksrepubliek werd hij aangevallen als het prototype van de verwesterde intellectueel. Volgens de Communistische Partij miskende zijn benadering van de roman het ware karakter van het werk: een rücksichtlos exposé van en een genadeloze afrekening met de "feodale maatschappij'. In 1952 gaf Mao Zedong persoonlijk het startschot voor een politieke campagne tegen Hu Shi's "bourgeois interpretatie', de eerste van de vele heropvoedingscampagnes van intellectuelen.

Mao Zedongs persoonlijke bemoeienis met de roman had ook zijn goede kant. Het betekende dat de roman in de Chinese Volksrepubliek steeds op grote schaal is verspreid, ook wanneer vrijwel alle andere werken uit de traditionele en de moderne literatuur verboden waren.

De droom in de rode kamer onttrekt zich aan iedere reductionistische interpretatie. In tegenstelling tot de sjablonen van het socialistisch realisme en de revolutionaire romantiek confronteert de roman de lezers met een weergaloze meerduidigheid, een onnavolgbaar spel van in elkaar verkerende waarheden. In tegenstelling tot de grijze monotonie en de alledaagse ellende van het leven in het moderne China biedt de roman, ondanks alle onverzwegen schaduwzijden, uitzicht op een wereld van schitterende schoonheid, intellectuele verfijning en filosofische diepgang, die de Chinese lezer een gevoel van terechte trots kan geven op de eigen culturele traditie.

De droom in de rode kamer is een van de "meesterwerken der wereldliteratuur'. Het is jammer dat de Nobelprijs voor literatuur niet postuum kan worden toegekend. Wanneer dat wel het geval zou zijn, had Cao Xueqin die in China zo felbegeerde onderscheiding al lang verworven voor zijn vaderland. Maar ook zonder zulke eerbewijzen heeft zijn roman haar weg gevonden naar vele lezers in het westen.