De overheid wordt weer belangrijk in Amerika

Gentleman-sportman Bush nam deze week afscheid van de oude orde van welgezinde verwaarlozing. Bij de campagne had hij knietje getrapt, beentje gelicht, de andere spelers aan het shirt getrokken maar de tegenstander had toch gewonnen. Eenmaal uit de arena gaf hij ruiterlijk toe dat de andere partij een superieure spelstijl had tentoongespreid.

Bush had niet alleen een minder goede campagne maar ook minder ideeën om een einde te maken aan de Amerikaanse malaise van recessie en gebrek aan zelfvertrouwen. Volgens hem kan de overheid weinig helpen en liggen politiek en beleid niet in elkaars verlengde. Bush was juist gekozen als afwezige huisbaas, omdat belastingbetalers bang waren voor beleid dat geld zou kosten. Hij wordt nu vervangen door een hyperactieve superpoliticus en het voorheen zo slome Washington komt weer op gang.

De voormalige baseball captain Bush ziet politiek als de sport die je zo nu en dan moet beoefenen om je baan te behouden. De sport heeft zo zijn eigen spelregels: leugens en grove verdraaiingen over tegenstanders zijn geoorloofd, elk vraagstuk kan worden aangesneden ook als het de natie verdeelt. Bush kan tegelijkertijd het spilzieke Congres aanvallen en voor zijn herverkiezing dure cadeautjes uitdelen aan belangrijke staten. Bush was in campagnes een keiharde vechtersbaas en na het verkiezingsseizoen bekeerde hij zich weer tot het ambt van staatshoofd.

In zijn hart is Bush een ware liberaal en de ware liberaal is een apolitieke rationalist. Hij gelooft in de fair play van de vrije markt onder het staatsmodel van John Locke, waar gelijkgezinde, verstandige volksvertegenwoordigers onderhandelen over de best mogelijke beslissing. Klasseverschillen, economische ongelijkheid en irrationele neigingen worden niet geaccepteerd in het liberale model. De tweeslachtigheid tussen liberale idealen en de harde werkelijkheid is sterk geritualiseerd in de politiek, en de hooggestemde concession speech van verliezers hoort daartoe. Het liberale model vooronderstelt ook een regering met weinig verantwoordelijkheden.

Al vroeg wist Bush dat de werkelijkheid niet klopte met het liberale ideaal. Zijn vader Prescott, nobel senator van Connecticut, verloor in 1950 door zijn gematigde opvattingen over geboorteplanning. Bush liet zich zo niet vangen en maakte een zwaai van 180 graden over abortus, toen dat politiek uit kwam. Naast de tijdelijke indeling in politieke en ambtelijke seizoenen was er de ruimtelijke scheiding tussen buitenlandse en binnenlandse politiek. Tegenover het laissez faire beheer in het binnenland stond realistisch activisme in het buitenland.

In den vreemde is veel geoorloofd ter verdediging van de gelijkgestemde country club van wat men vroeger beschaafde naties noemde. Na Richard Nixon is geen president zo Eurocentrisch geweest. Vandaar dat de Europese leiders pas laat inzagen hoe slecht Bush er thuis voorstond. Na de Golfoorlog kwam de dolende ridder thuis en merkte hij dat er buiten zijn aanwezigheid een kleine paleisrevolutie had plaatsgehad. Daar heeft hij zich nooit meer van kunnen herstellen.

Met Bill Clinton neemt Amerika afscheid van het model van de Republikeinse staat onder de hoede van een gespierde nachtwaker. Heel Washington is in een sfeer van opgetogen en nerveuze verwachting, omdat onder Clinton de federale overheid weer belangrijk wordt in het land. Clintons nationale leiderschap is deze week al begonnen. Hij moet nu al de toon zetten en hij voorziet de meest actieve eerste honderd dagen sinds 1932 onder president Roosevelt.

Clinton wil zich op sociaal-economische problemen storten zonder alleen te vertrouwen op de vrije markt en de thousands points of light van de liefdadigheid. Buitenlands beleid komt voorlopig op de tweede plaats. Als president moet hij zijn behaagzieke verkiezingsprogramma omwerken tot hard, praktisch beleid. De meeste kiezers hebben hun twijfels over een actieve overheid, maar Clinton krijgt nu alle attributen die aan het Witte Huis zijn verbonden, alsook de macht en geloofwaardigheid van het staatshoofd.

De gewoonte is dat de Amerikanen na de verkiezingen hun oude vooroordelen laten varen tegen de overwinnaar en hem aan een nieuw onderzoek onderwerpen. Ook tegenstanders zien het toekomstige staatshoofd als autoriteit. Sterke presidenten als Wilson en Lincoln moesten het met een geringer percentage van de stemmen doen. En voor Clinton is politiek geen tijdelijke sportwedstrijd maar zo vanzelfsprekend als de lucht die hij inademt. Wel heeft hij met Bush gemeen dat hij graag aardig wordt gevonden. Zijn vrienden nemen hem kwalijk dat hij meer tijd besteedt aan zijn vijanden dan aan hen. Maar de problemen zijn te immens om te verzinken in wollige compromissen. Een nadeel is dat zijn campagne-organisatie en overgangsteam vergeven is van de lobbyisten.

De eerste paar maanden van zijn zittingstermijn krijgt de president grote vrijheid van de kiezers om zijn nieuwe regering naar eigen smaak in te richten. Hij kan als een wijze vader zijn burgers toespreken. Hij kan zijn mandaat uitbreiden door hervorming van het kiesstelsel. Vereenvoudiging van de kiesregistratie laat meer Democratische kiezers met lage inkomens stemmen. Inperking van de campagnebijdragen door belangengroepen en rijke mensen geeft hem meer macht over Congresleden, die nu voor hun herverkiezing van die bijdragen afhankelijk zijn. Hij heeft al het voordeel van veel nieuwe gezichten op Capitol Hill.

Clinton en zijn staf hebben de eerste honderd dagen van de vorige president bestudeerd. Bush deed niets, maar de Democratische president Carter veroorzaakte politieke verstopping door meteen met een hele waslijst van onderwerpen te komen. De fout van Carter heeft Clinton zelf ook gemaakt, toen hij in 1978 voor de eerste keer gouverneur werd van Arkansas en het kostte hem een herverkiezing. Dit keer willen hij en zijn staf duidelijke prioriteiten stellen. Het stimuleren van de economie en het scheppen van banen staan voorop. Dit gaat onder de noemer van "investering'. Maar een serieus investeringsbeleid werpt pas na het presidentschap van Clinton economische vruchten af. Dichterbij is het gapende overheidstekort met de dreigende hoge rentes. Het vergt ware acrobatiek langs gapende kloven.

Na de direct economische problemen komen de kostenbeheersing, de hervorming van de ziektekostenverzekering en de verbetering van het onderwijs aan de beurt. Clinton heeft tijdens zijn campagne weinig gezegd over eventuele offers van burgers die daar mee gemoeid kunnen zijn. Hij heeft nog net niet de belofte van Bush, "geen nieuwe belastingen', gedaan maar hij kon zich niet onttrekken aan het door Ronald Reagan geschapen politieke klimaat waarin het vragen om offers taboe is. Tijdens de wittebroodsweken van zijn presidentschap kan hij eerlijk worden. De Amerikaan is tweeslachtig geworden in zijn vijandigheid tegenover de overheid. Perot heeft al bewezen dat Amerikanen het vragen van offers als bewijs van eerlijkheid zien. De nieuwe partij van Perot biedt Clinton ook ruimte om te manoeuvreren.

Wat Clinton betreft zou de wereld zich tijdens de fase van binnenlandse hervorming rustig moeten houden. Maar aan het begin van zijn termijn krijgt Clinton te maken met een mogelijke handelsoorlog met de EG. Verder dient zich de crisis in Bosnië aan.

Tijdens zijn campagne had hij al gezegd dat hij harder wilde ingrijpen dan president Bush. Die opmerking was misschien bedoeld voor de Reagan-democraten, de Amerikaanse overalldragers van Oosteuropese afstamming, die in groten getale op hem hebben gestemd. Als president zal hij ook de prijs van die belofte moeten betalen. Clinton wil meer overlaten aan de Verenigde Naties maar ook een dergelijke internationale organisatie functioneert niet zonder duidelijk Amerikaans leiderschap. Hier moet president Clinton andere kwaliteiten laten zien dan kandidaat Clinton.