De bankier die niet over rente sprak

AMSTERDAM, 6 NOV. Geen woord over rente, over de monetaire crisis van september of de malaise in Europa. Geen interviews, uitsluitend herhaling van bekende statements: Helmut Schlesinger, president van de Bundesbank, hield zich gisteren tijdens de Kuyper-lezing aan de VU zeer op de vlakte.

Wijs geworden door de commotie die zijn uitspraken veroorzaken, had de zwaarbewaakte topman van de Duitse centrale bank een veilig onderwerp gekozen: de Economische en Monetaire Unie. Veilig, want zo'n unie is nog ver weg. De boventoon van de lezing bestond dan ook uit begrippen als integratie, nominale convergentie en stabiliteitscultuur. Als excuus voor het achterwege laten van zaken als rente en valutaire spanningen kon de "Buba'-president aanvoeren dat de VU hem reeds lang vóór Zwarte Woensdag, de dag waarop Schlesinger een beroemde Europeaan werd, had uitgenodigd.

Schlesinger - minder stijfjes dan hij doorgaans wordt afgeschilderd, veel glimlachend en zelfs grapjes makend - herhaalde wat reeds in Maastricht is afgesproken: alleen landen met een gezonde economie en een stabiele munt mogen in de monetaire unie. Schlesinger zei er niet bij hoe hij zich zo'n unie voorstelt als bijvoorbeeld de Britse en Italiaanse economie het slecht blijven doen.

Belangrijk voor een succesvolle EMU is, volgens Schlesinger, dat de leden hun begrotings-, loon- en geldpolitiek op elkaar afstemmen. Zoniet, dan komen er spanningen en valt het systeem uiteen. En hoe spanningen voelen hebben Europa en de Bundesbank-president in het bijzonder in september aan den lijve ondervonden. Het woord rente werd angstvallig vermeden door Schlesinger. Over de in Europa en de VS fel begeerde renteverlaging in Duitsland zei hij slechts: “Ik hoop dat onze buren begrijpen dat we niet anders kunnen.”

Schlesinger ging wel in op de begrotingsproblemen hier en daar in Europa: discipline is geboden, en “hoe zwak hierbij de zelfcorrigerende krachten overal ter wereld zijn, tonen bijvoorbeeld de ontwikkelingen in de VS en in enkele Europese landen”, een verholen vingerwijzing naar met name de Britten en Italianen. “Maar”, vergoeilijkte hij, “ook Duitsland zit met dit probleem.”

Uitvoerig ging Schlesinger in op de toekomstige Europese centrale bank. De presidenten van de centrale banken zouden nu reeds de stabiliteit van hun munten bovenaan de agenda moeten zetten. Van versoepeling van het monetair beleid in een land dat zijn inflatie niet binnen de perken houdt, kan in een monetaire unie geen sprake meer zijn, aldus Schlesinger, die zelf worstelt met een inflatie van om en nabij de 3,5 procent. In de ex-DDR is dat nog een procent of drie meer.

Schlesinger toonde zich optimistisch over de Duitse economie. “Duitsland is in economisch opzicht niet meer de oude Bondsrepubliek”, erkende hij. “Maar een consequente politiek van de regering en de Bundesbank zal Duitsland (..) wederom daar plaatsen, waar men Duitsland traditioneel verwacht.” Op de vraag wat te doen als de problemen van lange duur blijken, wilde Schlesinger niet ingaan. “Dat is een zaak voor de politiek.”