Bonden woedend over dreiging met looningreep; De Vries wil lonen bevriezen

UTRECHT, 6 NOV. Het echte overleg moet nog beginnen, maar nu al vliegen ze elkaar naar hartelust in de haren. Er gaat geen dag voorbij of er heeft tussen kabinet, werkgevers en werknemers een verbale schotenwisseling plaats over de gewenste loonontwikkeling volgend jaar.

Minister De Vries (sociale zaken) greep gisteren de jaarvergadering van de werkgevers in de grootmetaal aan om “het land te overtuigen van de ernst van de situatie”. Zijn boodschap was duidelijk: de economische vooruitzichten zijn zó slecht, dat de lonen “een pas op de plaats” moeten maken. Daar is volgens De Vries ook ruimte voor, want door de harde gulden en lastenverlichting vallen bevroren bruto-lonen volgend jaar toch netto gemiddeld 40 gulden per maand hoger uit.

Na zo'n loonpauze van een half jaar kunnen, volgens de minister, met de dan beschikbare nieuwe ramingen van het Centraal Planbureau “definitieve keuzes en beslissingen” worden genomen. Als dan blijkt dat de ingreep stoelde op te groot pessimisme, kunnen correcties worden aangebracht, aldus De Vries.

Hij deed andermaal “een klemmend beroep” op werkgevers en werknemers met het kabinet tot een centraal akkoord te komen. Maandag aanstaande wordt het overleg daarover formeel hervat. “Wanneer dat niet lukt wordt het kabinet teruggeworpen op zijn eigen verantwoordelijkheid. Een kabinet met verantwoordelijkheidsgevoel kan het nooit zo ver laten komen dat de wal het schip moet keren. Dan moeten we ons afvragen of het kabinet niet zelf voor wal moet spelen”, aldus de minister.

Gevraagd om een toelichting op dit bedekte dreigement met een looningreep zei De Vries: “In het allerallerlaatste geval moet je wel eens bereid zijn dingen te doen die zeer tegen je overtuiging indruisen”. Maar hij zei er vertrouwen in te hebben dat het zo ver niet komt. “Ook voor de werkgevers is de nullijn heel belangrijk, maar daar moet dan wel tegenover staan dat zij bereid zijn afspraken te maken over werkgelegenheid”, aldus De Vries.

Bij de vakbeweging viel het verkapte dreigement volkomen verkeerd. “Doodziek wordt ik er langzamerhand van”, reageerde voorzitter B. van der Weg van de Industriebond FNV. “We dringen al sinds april aan op een participatie-akkoord. Overheid en werkgevers reageren niet. En nu, nu de cijfers enigszins wijzigen, gaat de alarmbel in Den Haag af en probeert deoverheid de vakbeweging een nullijn-akkoord door de strot te duwen. Dat zou syndicale zelfmoord zijn”, aldus Van der Weg.

Als er medio volgende week geen bevredigende afspraken op centraal niveau zijn gemaakt “over meer en betere banen” dan hoeft het voor Van der Weg niet meer en kiest de bond zijn eigen koers in het naderende CAO-overleg. Daarin werd hij indirect bijgevallen door voorzitter J.L. van den Akker van de werkgevers in de metalektro, die binnenkort aan hun CAO-overleg moeten beginnen en aanhikken tegen de al voor 1993 vastgelegde 4,75 procent loonstijging in de metaalnijverheid. Een centraal akkoord zou natuurlijk mooi meegenomen zijn, aldus Van den Akker, maar dan moet het wel aan twee harde voorwaarden voldoen: lonen op de nullijn en geen afspraken over banen. Zo'n akkoord ziet hij er op centraal niveau niet komen, dus vecht hij het net zo lief met de vakbonden in zijn eigen bedrijfstak uit.

Deze opstelling kwalificeerde vice-voorzitter D. Terpstra van de Industrie- en voedingsbond CNV op zijn beurt als “mateloos irritant en arrogant”. Terpstra: “Werkgevers die alleen maar over de nullijn willen praten, overspelen hun hand. Ze kiezen doelbewust voor het risico dat de zaak uit de hand loopt”. Hij ziet “geen mogelijkheid met de looneis door de grens van de prijscompensatie heen te zakken”. En die ligt in 1993 bij 2,5 procent.