Begraafplaats

Het geschiedt met een weergaloze elegantie: Edward Heath staat op. Eigenlijk kun je dit geen opstaan noemen. Een man als Edward Heath staat niet op. Een man als Edward Heath verheft zich. Zevenenzeventig jaar is de staatsman en hij verheft zich traag en voornaam. Eén ogenblik verloopt alles op deze wereld in slow motion. Overal gaat de straatverlichting aan en houden mensen hun pas in. Van Landsend tot Applecross, van Ramsgate tot Duncansby staan alle watervallen even stil.

Edward Heath verheft zich en het gekrakeel in het Lagerhuis sterft langzaam weg. Een stilte trekt over landerijen, een vos spitst zijn oren en de eekhoorn schiet nog juist weg in de holte van een boom. Heath richt zich tot de honorable gentleman mr. John Smith, de aanvoerder van de socialistische oppositie. Hij zegt dat hij in zijn 42-jarige politieke carrière nog nooit zo'n staaltje van karakterloos gedrag heeft meegemaakt als dat van de honorable gentleman mr. John Smith.

Ik zit voor de televisie en geniet. Natuurlijk heeft Heath gelijk en is het volstrekt karakterloos van de socialisten om te stemmen tegen een wet waar zij het diep in hun hart mee eens zijn. Maar tegelijkertijd besef ik dat hier op een schitterende wijze een politiek dilemma zichtbaar wordt gemaakt. Een oppositie heeft de taak de regering te raken waar zij kan. Het zou ook karakterloos zijn als de socalisten zo'n uitgelezen kans om de regering in moeilijkheden te brengen zouden laten liggen.

De avond tevoren had ik ook al genoten van de Amerikaanse verkiezingen, ten minste zolang CNN aan stond. De Nederlandse televisie maakte er onder het motto "Typisch Amerikaans' een genante vertoning van, door op kleuterniveau Amerika te verklaren als een maatschappij van halvegaren, geregeerd door wansmaak en criminaliteit.

Wij zagen de burgemeester van Lelystad die, achter een buik van drank en rijstebrij, met grote stelligheid enige denkbeelden over de Verenigde Staten ten beste gaf. Zo was de burgemeester van Lelystad het er wel mee eens dat Ross Perot eigenlijk nog het meest te vergelijken is met Boer Koekoek. Ik weet niet of je iemand die toch commissaris van General Motors is geweest, die het in zo'n harde en selectieve maatschappij toch tot miljardair heeft gebracht, wel kunt vergelijken met een boertje dat in opstand kwam toen het Landbouwschap de contributie met een gulden wilde verhogen. Het lijkt mij vooral typisch Nederlands om alles af te platten tot een overzichtelijk polderlandschap. Tennessee Williams, verklaard aan de hand van het oeuvre van Anton Coolen of Ina Boudier-Bakker - dat was zo ongeveer het gevoel dat overbleef na een nachtje Amerikanistiek op de Nederlandse televisie.

Je zou al blij zijn als een tiende van de levendigheid die de Amerikaanse en de Engelse politiek kenmerkt naar ons land overslaat. Maar het zit er niet in. De afgelopen week beleefden wij de koperen ambtstermijn van het staatshoofd. Hoe was de viering? Sober. Unaniem werd het staatshoofd door politici geprezen. Staat tegenwoordig de doodstraf op een kritische kanttekening bij onze monarchie?

Wij beleefden de afgelopen dinsdag ook het tienjarig premierschap van Lubbers. Hoe was de viering? Sober. Fractievoorzitter Brinkman overhandigde Lubbers als eerbetoon een chipolatapudding. Ik dacht even dat ik het niet goed zag, maar de camera toonde duidelijk de woorden die de banketbakker er op had gespoten: “Chipolata - Tien Jaar Lubbers”. Een pudding, het kan haast niet symbolischer.

Een andere fractievoorzitter, Van Mierlo, hoorde ik driemaal op de radio Lubbers' lof zingen. 's Avonds herhaalde hij dat nog voor een vierde keer op de televisie. Van Mierlo had ook wel wat kritiek, zei hij, maar het leek hem niet gepast die op een jubileum te uiten. Ik heb altijd gedacht dat Van Mierlo tot de oppositie behoorde en dat hij nog geen drie jaar geleden uit het kabinet-Lubbers was geknikkerd, maar een oog naar de toekomst doet het verleden kennelijk snel vergeten.

Als je het vergelijkt met de Amerikaanse of de Engelse politiek is de Haagse politiek zo intens keurig, en zo intens saai. De afgelopen tien jaar is de Tweede Kamer een begraafplaats van meningen geworden. Lubbers zelf is de doodgraver geweest van het politieke debat. Dat is de zware straf voor wat tegenwoordig de consensus-maatschappij wordt genoemd.