Zitten op een stukje schilderij; Spaans design bureau realiseert meubelontwerpen van Salvador Dali

Tentoonstelling Meubelen van Salvador Dali. Prijzen van ƒ 2070,- tot ƒ 25.320,-. T/m 25 nov. Galerie Vormvast, Liesboslaan 291, Breda. Ma t/m vr 10-18u, za 10-17u. Inl 076-201620.

De entree is goed gekozen: langs de muren hangen kandelaars in de vorm van een pijp waarin zwarte kaarsen steken. Dit moet Magritte zijn, denk je een ogenblik. Maar je weet ook dat dat niet kan, want Magritte mag dan pijpen geschilderd hebben, hij heeft zich nooit op het terrein van de toegepaste kunst willen bewegen. De wandpijpen zijn van Rob Eckhardt en leiden naar een met schelpenzand bedekte en door lila draperieën afgegrensde ruimte. Uit aërodynamisch vormgegeven speakers roffelt beschaafde rapmuziek.

In de middelste toonzaal van galerie VormVast staan - op dat bed van schelpenzand - zeven objecten en meubelen van Salvador Dali. Het Spaanse Barcelona Design presenteerde de meubelen vorig jaar in een ongelimiteerde oplage op de beurs in Milaan. Rini van Beek - eigenaresse van VormVast - bracht ze naar Nederland. Het gaat om drie lampen, een "Leda'-stoel en -salontafel, een handvat en de sofa "Vis-à-vis DALI DE GALA'.

Het heeft iets vrolijks om onderdelen van Dali's schilderijen in driedimensionale vorm terug te zien. De lage Cajones-lamp, in 1937 getekend voor Dali's Franse vriend, de meubelschilder Jean-Michel Frank, is ingenieus opgebouwd uit gebleekte lindehouten krukken. Krukken die je herkent van doeken als "Het Architectonisch Angelus van Millet' (1933) en "Het Raadsel van Willem Tell (1933), waarin Lenin ze gebruikt om zijn uitzonderlijk vergrote bil en de klep van zijn pet op te laten rusten.

Dali's lampevoet heeft laatjes die van boven naar beneden alsmaar kleiner worden. Ze herinneren aan "Het antropomorfische kabinet', maar vooral aan het beeld "De Venus van Milo met laden' - te zien in Boymans-Van Beuningen. De lampelaatjes zijn minuscuul, volstrekt nutteloos en daarmee geheel in de geest van hun "geniale' inventor.

Uit de honderden ontwerptekeningen die Dali in de jaren dertig maakte, koos Barcelona Design de best verkoopbare objecten. Dus nam men de meanderende Leda-stoel van messing - hard om op te zitten, maar niet onoverkomelijk oncomfortabel. Ook de Leda-salontafel met zijn gracieuze schoen/hand-onderstel is beslist functioneel en dus verkoopbaar te noemen. Maar of Dali zich zou hebben kunnen vinden in de uitvoering van zijn ontwerptekeningen, betwijfel ik.

Tijdens zijn leven stond Dali maar één keer toe dat van een ontwerptekening een meubelstuk werd gemaakt. Het was de Salivasofa - beter bekend onder de naam "Mae West-sofa' - waarvan Dali er één in het museum in Figueras plaatste en waarvan de aan Memphis verbonden ontwerper Hans Hollein in de jaren tachtig zijn eigen "Marilyn'-interpretatie gaf. Ook al was Dali gek op geld, en waren er tijden dat hij bij gebrek aan inkomsten uit schilderijenverkoop verwoed op zoek ging naar andere toegepaste kunst-bronnen: zijn ontwerpen voor meubelen en accessoires werden "idioot' en "niet-levensvatbaar' genoemd. Kunstnagels met spiegeltjes om jezelf in te bekijken, terugverende schoenen om het lopen te vergemakkelijken, rondwentelende ventilatoren in de vorm van beeldhouwwerken en kaleidoscopische brillen om op te zetten als je door een saai landschap rijdt; "atmosferische' stoelen met een zitvlak van chocola: al deze "surrealistische objecten' - zoals Dali ze omschreef - “moesten absoluut zinloos zijn, zowel uit praktisch als rationeel oogpunt.” Hij wenste zich niet te conformeren.

Zinloos zijn de door Barcelona Design uitgebrachte meubels en objecten niet. Ze geven licht, bieden houvast, je kunt er op zitten, er ondanks hun gewicht mee schuiven, en je kunt er dingen op kwijt. Kunstwerken zijn het evenmin, al wekken ze wél die illusie en zijn de prijzen ernaar.