Vele prinsen kussen collectie wakker

AMSTERDAM, 5 NOV. Wanneer ooit de dozen zullen zijn uitgepakt, dan openbaart zich voor de ogen van de toeschouwers een schat die niet onderdoet voor de meest spectaculaire archeologische vondst. Na iets meer dan een halve eeuw zullen westerse conservatoren en mogelijk ook de gewone liefhebber oog in oog staan met Tintoretto's, Rembrandts en Watteaus, die uit de literatuur en uit oude foto's dan wel bekend mogen zijn, maar die toch geen kenner van nabij heeft kunnen aanschouwen.

Het verhaal van Franz Koenigs en zijn tekeningencollectie is al vaak verteld. Koenigs (1881-1941) was een Duitse industrieel en bankier, die zich in 1922 in Nederland vestigde en die in korte tijd, van 1921 tot 1931, met een scherp oog en een grote slagvaardigheid een fenomenale verzameling tekeningen opbouwde. Het merendeel van zijn bijna 2.700 tekeningen was Italiaans. Alle grote namen van Titiaan tot Veronese en van Tintoretto tot Tiepolo waren vertegenwoordigd. Een aparte groep daarbinnen vormden de twee albums met vijfhonderd tekeningen van Fra Bartolommeo.

De Noord-en Zuidnederlandse tekeningen samen vormen in aantal de tweede groep. In Koenigs tijd zaten daar 83 Rembrandts onder, waarvan er nu nog 35 als zodanig worden erkend. Bijna driehonderd tekeningen behoren tot de Duitse school en omvatten zeer vroeg werk, uit de vijftiende eeuw, maar ook een aantal negentiende-eeuwse tekeningen. Ook de Fransen met werk van Lorrain, Poussin, Boucher en Fragonard zijn goed vertegenwoordigd. Een grote voorkeur had Koenigs voor de late negentiende-eeuwse, vroeg twintigste-eeuwse Franse tekenaars, met een voorliefde voor Cézanne.

Na de beurskrach van 1929 gingen ook voor Koenigs de zaken slechter en in 1933 moest hij zo'n grote lening afsluiten dat hij zijn collectie als onderpand aan een bank gaf. De tekeningen werden ondergebracht in het toen juist geopende Museum Boymans. Ze bleven daar niet in de kluis liggen, maar waren geregeld op exposities te zien. Kort voor de Duitse inval kocht de Rotterdamse industrieel D.G. van Beuningen de hele collectie.

Voor de Duitsers was de collectie Koenigs buitengewoon interessant vanwege de Duitse tekeningen. Die moesten een hoogtepunt worden in het door Hitler geplande Führermuseum in Linz. Na lang onderhandelen met Van Beuningen verlieten de dozen met 526 tekeningen in 1941 Rotterdam. Het resterende deel van de ruim tweeduizend bladen schonk Van Beuningen aan Museum Boymans.

Duitsland werd bereikt, maar de oorlogsomstandigheden veroorzaakten een landurige zwerftocht, die tussen 1945 en 1946 ergens in de Sovjet-Unie is geëindigd. Een aantal tekeningen is losgeraakt van de hoofdgroep en teruggekeerd in Nederland. Zo kwamen in 1987 vanuit de DDR 33 tekeningen terug.

De rest, 491 tekeningen, is de collectie waar het deze dagen om draait. Het is geen getrouwe afspiegeling van Koenigs' smaak, de Duitsers hadden immers allereerst belangstelling voor Duitse en Italiaanse kunst, die respectievelijk drie vijfde en één vijfde van de Duitse selectie uitmaakte. Franse en Nederlandse tekeningen zijn ondervertegenwoordigd. Dat neemt niet weg dat dit werkelijk een exceptionele schat is, die wanneer hij nu ter veiling gebracht zou worden een sensatie van de eerste orde zou zijn.

De geschiedenis van de bijna vijfhonderd tekeningen uit de collectie Koenigs lijkt op het sprookje van Doornroosje. Het verschil is dat de prinses nog maar ten dele is ontwaakt: want de grote vraag is welke bladen er precies ontbreken en welke verklaring hiervoor wordt gegeven. Bovendien is er niet één prins, maar een heel netwerk van conservatoren, diplomaten en ambtenaren dat al jaren in de weer is om de prinses tot leven te brengen.

Of ze ooit naar Nederland terugkeert hangt af van Russische wil en waarschijnlijk van Nederlands geld. Dat kan, ook al gezien de weinig stabiele verhoudingen in de officiële Russische kunstwereld, nog lang duren. Maar de winst van het ontwaken is dat de tekeningen gewoon weer te zien zullen zijn. Voor de specialisten die vijftig jaar voortgaand onderzoek op tekeningengebied kunnen loslaten op deze schatten. En voor het publiek aan wie ook in Rusland een tentoonstelling niet onthouden kan blijven.