Turken en Koerden

HET TURKSE OPPERBEVEL heeft de afgelopen weken duizenden militairen Noord-Irak ingestuurd om het gebied te zuiveren van bases van Turks-Koerdische guerrillastrijders, en nog steeds trekken eenheden, sommige gesteund door tanks, de grens over.

Hun stationering in Noord-Irak is “niet permanent”, heeft de regering laten weten, maar er zijn al geluiden gehoord dat de troepen in elk geval gedurende de winter blijven. De Turkse regering heeft onderstreept dat zij bereid is “tot het uiterste” te gaan om de kampen te vernietigen van waaruit de PKK-rebellen steeds gewelddadiger aanvallen op regeringsdoelen in Zuidoost-Turkije ondernemen.

Een vergelijking dringt zich op met de Israelische militaire maatregelen om Noord-Israel te beschermen tegen aanvallen vanuit Libanon via de creatie van de "veiligheidszone', een bufferzone waar al jaren duizend Israelische militairen zijn gelegerd. De Israelische maatregelen zijn bepaald niet waterdicht gebleken, net zomin als de Turkse dat zullen zijn. Ook al zit het Turkse leger er over tien jaar nog, vastberaden guerrillastrijders zullen in dit typische guerrillagebied altijd kunnen blijven opereren.

EEN OPMERKELIJK verschil is de internationale reactie op beide acties. De Israelische is in alle toonaarden veroordeeld, zij het zonder enig effect; de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft zich ertegen uitgesproken. De Turkse operatie daarentegen heeft tot dusverre internationaal stilzwijgen ontmoet.

Wie zwijgt stemt toe, en dat lijkt ook in dit geval op te gaan. Valt er een andere conclusie te trekken uit bijvoorbeeld de lovende uitspraken die de Duitse minister van defensie Volker Rühe deze week tijdens een bezoek aan Turkije deed? Rühe zei dat Duitsland Turkijes recht respecteert om op legitieme wijze terrorisme te bestrijden, dat wil zeggen, als het daarbij maar geen door Duitsland geleverde wapens gebruikt. Rühe zei ook dat Bonn een vriendschappelijke relatie met Turkije wenst, en onderstreepte daarbij de toegenomen betekenis van deze regionale mogendheid.

EN DAAR GAAT het om. Twee ontwikkelingen hebben Turkijes positie in het gebied aanzienlijk versterkt: het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de crisis in het Golfgebied. Het seculiere Turkije fungeert uitdrukkelijk als Westers bruggehoofd naar de verschillende moslim-republieken die de ex-Sovjet-Unie heeft voortgebracht en om wier gunsten ook het gewantrouwde, fundamentalistische Iran werft. Daarnaast is de Westerse wereld afhankelijk van Turkije om de Iraakse Koerden te kunnen beschermen tegen de legers van Saddam Hussein, en de noodlijdende bevolking daar te kunnen bevoorraden.

Bovendien, wiens soevereiniteit wordt hier eigenlijk geschonden? De Iraakse Koerden, die dus ook van Turkije afhankelijk zijn en daarom, zij het met tegenzin, met de Turken meewerken, hebben in Noord-Irak hun de facto onafhankelijke staat verwezenlijkt. Maar internationaal-rechtelijk gaat het natuurlijk om Iraaks grondgebied, en schending dáárvan zal het Westen weinig zorgen baren. Omgekeerd komt het de Turkse regering zonder twijfel goed uit op deze wijze de Iraakse Koerden duidelijk te maken wie hier de dienst uitmaakt en elke gedachte aan een de jure onafhankelijkheid de grond in te boren. Men moet ook niet vergeten dat het gaat om een gebied waarop Turkije van oudsher aanspraken doet gelden.

De Turkse premier Demirel heeft enkele weken geleden onderstreept dat de tijd voor een politieke oplossing van het Turkse Koerden-probleem voorbij was en daarmee de militairen in principe de vrije hand gelaten. Het valt te begrijpen dat het Turkse leger zich bij de achtervolging niet stoort aan grenzen, zeker gezien het steeds moorddadiger karakter van de PKK-acties. In het verleden zijn daarover ook akkoorden gesloten met de Iraakse autoriteiten. Maar als dergelijke acties stilzwijgend in een bezetting veranderen, wordt het tijd voor een krachtig protest.