Sensationele eliminatie sportieve en financiële ramp voor Barcelona

DEN HAAG, 5 NOV. Bekerhouder Barcelona ontbreekt in de miljoenendans van de beste acht landskampioenen van Europa. De ploeg van Cruijff, Koeman en Witschge, die in mei voor het eerst in de clubgeschiedenis de belangrijkste bokaal won, zorgde ongewild voor de sensatie in de tweede ronde: Barcelona verloor thuis met 3-2 van CSKA Moskou. De uitschakeling voor de Europa Cup 1 is een sportieve en financiële ramp voor de trots van Catalonië. Waar manager Ploegsma van PSV voorrekende dat uitschakeling door AEK zijn club ten minste vijf of zes miljoen gulden zou kosten, is de schade voor voorzitter Nuñez en zijn personeel zeker zestien miljoen gulden.

Barcelona dacht na een half uur veilig te zijn. Door doelpunten van Nadal en Beguiristain was het 2-0, redelijk geruststellend na de 1-1 van twee weken geleden in Moskou. Boesmanov scoorde een minuut voor rust 2-1, na Spaans balverlies op het middenveld. Na de pauze beslisten de Russen, in de eerste competitie van het land op geruime achterstand geëindigd van kampioen Spartak, de wedstrijd in een ruim kwartier. De treffers waren van Masjkarin en Korsakov.

Barcelona speelde niet geconcentreerd, zoals eerder dit seizoen in de competitie, toen Albacete na een snelle achterstand van 0-3 nog gelijk wist te komen. Cruijff was na afloop zichtbaar aangeslagen en zei dat de eerste tegentreffer, vlak voor rust, het breekpunt in de wedstrijd was. Bij Barcelona is een crisis te verwachten tussen Cruijff en Nuñez. De trainer na afloop over bestuursleden: “Het is altijd hetzelfde, ze zullen het nooit leren. Ze zeuren voor een dergelijk belangrijke ontmoeting over presidentsverkiezingen en andere zaken die niets met het voetballen te maken hebben. En dat werkt wel nadelig op de concentratie van de spelers.”

Nuñez op zijn beurt: “Het voornaamste is nu de eenheid te bewaren. Dit is vooral een sportief drama, geen economisch. Ik heb Cruijff steeds gesteund en zal dat blijven doen, maar ik hoop wel dat hij zich zal beperken tot dingen die met zijn werk te maken hebben.” Ronald Koeman merkte op dat Barcelona een dom tegendoelpunt had geïncasseerd op een slecht moment (vlak voor rust) en dat zijn team na rust onverstandig had gespeeld.

Andere gerenommeerde clubs meldden zich keurig voor de Champions League, de lucratieve competitie in twee poules van vier: AC Milan, PSV, Gothenburg, Glasgow Rangers, Club Brugge, Olympique Marseille en Porto. Naast PSV'ers zijn de volgende Nederlanders bij de "finalepoules' betrokken: Pieter Huistra (Glasgow), Ruud Gullit, Marco van Basten en Frank Rijkaard (AC Milan), Foeke Booy van Club Brugge.

AC Milan, dat de beker veroverde in 1989 en 1990, won eenvoudig van Slovan Bratislava. Na de zege van 1-0 in Tsjechoslowakije werd het 4-0 voor slechts 25.000 tifosi. Rijkaard maakte zijn rentree na een periode van drie weken blessures en ziekte en maakte de tweede treffer. De Kroaat Boban, Simone en Papin vulden het kwartet. Gullit (licht geblesseerd) en Van Basten (grieperig) kwamen niet in actie.

Club Brugge verloor in Wenen met 3-1 van Austria, maar mocht verder dankzij de 2-0 zege in het Olympia-Stadion. De Belgen hielden stand met het nodige geluk. Zsak opende de score kort na rust uit een strafschop. Van der Heyden bracht zekerheid door een kwartier later gelijk te maken. Dat Austria toch nog won, kwam door doelpunten van de Litouwer Fridrikas en Hasenhüttl, het laatste twee minuten voor tijd.

Olympique Marseille, finalist van 1991, won met 2-0 van Dinamo Boekarest, dat de laatste jaren tal van internationals naar het westen zag verdwijnen. De club bovendien die veertien keer kampioen werd van Roemenië, waarvan de laatste keer onder leiding van Rinus Israel. De doelpunten van de miljoenenploeg uit Zuid-Frankrijk waren van de Boksic, die in beide helften een keer scoorde. De eerste was een fraaie kopbal na aangeven van Boli, later volleerde hij na een voorzet van Völler. Marseille, dat Mozer, Waddle en Papin voor het seizoen moest laten gaan, speelde nerveus. Boksic was de aangewezen opvolger van Papin, maar had zijn kwaliteiten nog te weinig laten zien.

IFK Göteborg, dat Lech Poznan thuis met 1-0 had verslagen, won in Polen opvallend eenvoudiger. Met 3-0. De doelpunten voor de Zweedse kampioen waren van Ekström, Nilsson en Mild. FC Porto versloeg Sion thuis met 4-0, ruim genoeg voor het bereiken van de laatste acht na de 2-2 in Zwitserland.

Glasgow Rangers, dat thuis al met 2-1 had gewonnen van Leeds United, kwam in Engeland al na drie minuten op voorsprong, nota bene door de Engelsman Hateley. McCoist verdubbelde de score na een uur. De Fransman Cantona deed vijf minuten voor tijd wat terug voor Leeds, dat de tweede ronde had bereikt na de omstreden barrage tegen het met te veel buitenlanders voetballende VfB Stuttgart.