Pensioenfonds belegt minder bij vermogensheffing

AMSTERDAM, 5 NOV. Pensioenfondsen zullen zo'n 40 miljard gulden minder in aandelen en onroerend goed beleggen als de overheid belasting gaat heffen over de vermogensoverschotten van de fondsen. Bovendien kunnen de pensioenfondsen het vermogensoverschot verkleinen door meer verplichtingen in de toekomst aan te gaan. Dit zei mr.P. Lambert, voorzitter van de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen (OPF) en algemeen directeur van het Unilever Pensioenfonds tijdens het jaarlijkse congres van de stichting dat vandaag gehouden werd.

Lambert hekelde het beleid ten aanzien van pensioenfondsen van de overheid. Aan de ene kant probeert het ministerie van financiën de vermogens van de pensioenfondsen af te romen door het invoeren van een wettelijke heffing van 40 procent op de vermogensoverschotten van de pensioenfondsen. Aan de andere kant tracht het ministerie van economische zaken een paar honderd miljoen gulden los te krijgen van de pensioenfondsen om een industriefonds op te zetten. Volgens Lambert is dat “een ongerijmd en weinig consistent beleid. Het wetsontwerp van financiën is gericht op de korte termijn en leidt nergens toe, terwijl economische zaken oprechte zorg toont voor de lange termijn ontwikkeling van de Nederlandse economie. Het is overigens niet zo dat we met die 200 miljoen gulden over de brug komen als het wetsontwerp van financiën van tafel gaat.”

De ondernemingspensioenfondsen zijn principieel tegen het wetsontwerp "Heffing Vermogensoverschotten Pensioenfondsen". Ze vinden dat er helemaal geen sprake is van 'permanente overschotten' in verhouding tot de pensioenen die in de toekomst uitgekeerd moeten worden. “Financiën kijkt alleen maar naar de goede jaren tachtig. Als je een langere periode in ogenschouw neemt, zie je dat alle economische ontwikkelingen cyclisch zijn”, aldus Lambert.

Hij verwacht in de praktijk weinig heil van de invoering van het wetsvoorstel. “De pensioenfondsen zullen hun gedrag zo aanpassen dat het wetontwerp uiteindelijk niets oplevert. Dit wetsontwerp kent slechts verliezers. En dan heb ik het niet alleen over het bedrijfsleven maar ook over de fiscus. De prognoses over de opbrengsten zijn boterzacht”, meende Lambert. Financiën denkt dat de maatregel op het hoogtepunt, zes jaar na invoering, zo'n 700 miljoen gulden per jaar kan opleveren.

Pensioenfondsen noemen het geld waar financiën op aast geen vermogensoverschot maar een noodzakelijk buffer of een extra bedrijfsreserve. Volgens de pensioenfondsenorganisaties hebben de pensioenfondsen een flinke buffer nodig om fluctuaties bij de zakelijk waarden (aandelen en onroerend goed) te kunnen opvangen. Fluctuaties in het beleggingsresultaat mogen er niet toe leiden dat premies verhoogd moeten worden. In het wetsontwerp wordt uitgegaan van een algemene belastingvrije buffer van 15 procent van de toekomstige verplichtingen. Om beleggingsrisico's op te vangen, staat het wetsontwerp pensioenfondsen die 50 procent van hun vermogen in aandelen hebben belegd, een extra buffer van maximaal drie procent toe. Niet realistisch, zo luidt het oordeel van de OPF. Een pensioenfonds heeft een buffer van minstens 30 procent nodig om enerzijds indexering van de verplichtingen in de toekomst te kunnen garanderen en anderzijds schommelingen in de waarde van de zakelijke beleggingen af te dekken.

Lambert verwacht dat de pensioenfondsen het aandeel zakelijke waarden in hun portefeuille aanzienlijk zullen terugbrengen als het wetsontwerp wordt aangenomen. Op het ogenblik hebben de pensioenfondsen 400 miljard gulden belegd. Daarvan is bijna 40 procent ondergebracht in zakelijke waarden. Dat percentage zal volgens Lambert met een kwart kunnen dalen. Dat betekent dat er 40 miljard gulden minder risicodragend kapitaal ter beschikking komt”, aldus de OPF-voorzitter. “Omdat zakelijke waarden over een langere termijn ten minste drie procent meer rendement opleveren dan vastrentende waarden zoals obligaties, betekent dat een verlies aan rendement van 1,2 miljard gulden op jaarbasis”, rekende Lambert voor. “Hierdoor wordt de fiscus uiteindelijk ook gedupeerd. Als het verlies aan rendement wordt gecompenseerd door hogere premies derft de schatkist ongeveer 400 miljoen gulden per jaar.”

Onlangs liet het bestuur van de Amsterdamse effectenbeurs ook weten tegen het wetsontwerp te zijn. Bestuursvoorzitter Baron van Ittersum heeft een brandbrief naar Kok geschreven waarin hij stelt dat de heffing schadelijk is voor de verschaffing van risico-kapitaal aan het Nederlands bedrijfsleven.

Er is nog een andere manier waarop de pensioenfondsen ervoor kunnen zorgen dat de fiscus alsnog achter het net vist. Door de definitie van de toekomstige verplichtingen te veranderen, en zo die verplichtingen kunstmatig te verhogen, kunnen de pensioenfondsen hun huidige vermogensoverschot omlaag brengen. Zo mist de wet volgens Lambert alsnog zijn doel.