Oorlog in Zuid-Soedan steeds chaotischer; Hulp aan burgers bemoeilijkt

NAIROBI, 5 NOV. De opstand van de Zuidsoedanezen tegen het centrale gezag in Khartoum degenereert tot een ongeorganiseerde strijd tegen het regeringsleger en tussen de rebellen onderling. Buitenlandse hulporganisaties ondervinden steeds meer moeilijkheden om op dit chaotische strijdtoneel voedsel af te leveren voor het groeiend aantal hongerslachtoffers onder de burgerbevolking.

Het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) viel vorige maand opnieuw verder uiteen. In het westen van de zuidelijke regio Equatoria splitsten soldaten onder commandant William Nyuon zich af van het oorspronkelijke SPLA, geleid door John Garang. Nyuon was Garangs naaste medewerker. Hij beschuldigt in navolging van een eerder afgesplitste factie Garang van dictatoriaal gedrag en hekelt het gebrek aan politieke richting binnen het SPLA.

Nyuon nam eerder dit jaar in Nigeria namens Garang deel aan vredesonderhandelingen. Dit overleg leidde tot geen enkele overeenstemming met de regeringsdelegatie uit Khartoum, maar wel tot een akkoord met de zogenoemde Nasir-factie van het SPLA, die met een eigen delegatie was vertegenwoordigd in Nigeria. Lam Akol van de Nasir-factie en William Nyuon besloten tot een hereniging van het SPLA. Nyuon deed hiervoor een concessie aan de Nasir-factie. Het nieuwe doel van het SPLA zou worden zelfbeschikking voor Zuid-Soedan. Garang heeft zich altijd voorstander getoond van de eenheid van Soedan en op deze basis een akkoord gesloten met de noordelijke illegale oppositie onder de Nationale Democratische Alliantie. Garang weigerde zich uit te spreken voor het in Nigeria door Nyuon getekende akkoord met de Nasir-factie.

In de Nasir-factie van Lam Akol en Riek Machar werd na het akkoord in Nigeria gespeculeerd over en gehoopt op een aanstaande rebellie door Nyuon. Nyuons factie en die van Nasir besloten echter na de rebellie nog niet samen te gaan werken. Beide facties delen de afkeer tegen Garang en in beide facties domineren leden van de Nuer- en Shiluk-stammen. In Garangs SPLA overheersen de Dinka's. Nyuon zette vorig jaar kwaad bloed bij de Nasir-factie toen hij namens Garang het stadje Ler aanviel en tijdelijk veroverde op de Nasir-factie. Bij deze aanval zouden Nyuons troepen stevig hebben huisgehouden onder de aanhangers van de Nasir-factie.

De belegerde Garang verliest terrein aan zijn rivalen en aan het regeringsleger. Zijn sterkste kaart is zijn vriendschap met de Oegandese president Museveni. Na de serie overwinningen van het Soedanese regeringsleger op het SPLA eerder dit jaar kunnen over land via Kenia geen voorraden meer worden aangevoerd voor de rebellen. Dit kan alleen nog over Oegandees grondgebied.

Juist toen waarnemers zich begonnen af te vragen of het SPLA zelfmoord had gepleegd, eiste de Nasir-factie een spectaculaire overwinning op. Gebruikmakend van het regenseizoen namen de mobiele guerrillastrijders naar eigen zeggen de stad Malakal in (de regering spreekt dit tegen). Ze namen daarbij verscheidene Iraniërs gevangen. Een geschatte 900 Iraniërs vechten aan de zijde van de regeringstroepen in Zuid-Soedan.

De strijders van de Nasir-factie pasten bij Malakal een geheel andere militaire tactiek toe dan Garang bij zijn mislukte belegering van Juba. Weken van tevoren infiltreerden zij in de stad en lichtten de bevolking in over de aanstaande veldslag. Een deel van het regeringsleger zou door deze propaganda tijdens de gevechten zijn overgelopen naar de rebellen. Garangs troepen plegen een stad maandenlang te omsingelen en zonder onderscheid tussen militaire en civiele doelen te bombarderen waarna het uitgehongerde regeringsleger zich moet overgeven. Door deze strategie vallen er ook veel burgerslachtoffers.

De aanval op Malakal werd uitgevoerd met nieuwe wapens. De Nasir-factie beschikt sinds kort ook over moderne communicatie-apparatuur. Kennelijk geniet deze factie enige buitenlandse steun. Garangs groep zou volgens onbevestigde berichten wapens krijgen van Afrikaanse staten en mogelijk zelfs van Israel. Ook zijn er berichten over hulp uit Arabische landen, waarvan er diverse zeer slechte relaties met Soedan onderhouden.

Buitenlandse hulpverleners vertonen inmiddels steeds meer afkeer tegen het SPLA. De hulporganisaties verwerken nog de schok veroorzaakt door de moord op drie hulpverleners van de Verenigde Naties en op een Noorse journalist vorige maand tijdens de gevechten tussen Nyuon en Garang. Volgens een voorlopig VN-onderzoek werden zij door een van de twee facties geëxecuteerd. Een inmiddels afgerond rapport over de schuldvraag ligt op het hoofdkwartier van de VN in New York en wacht op publikatie.

Intussen groeit de humanitaire nood door de gevechten. Naarmate er als gevolg daarvan minder hulp binnenkomt en de honger toeneemt, wordt het spaarzame voedsel steeds meer een strategisch object voor de verscheidene gewapende groepen. Totdat toegang tot voedselvoorraden een doel op zichzelf zal worden en de totale gewapende anarchie uitbreekt. In een dergelijke vicieuze cirkel belandden in Afrika al eerder de staten Mozambique en Somalië. De ontwikkelingen in deze landen tonen aan dat als het eenmaal zover is gekomen de oorlog nauwelijks meer valt te stoppen.