Ontluikende geletterdheid

JSW. Maandblad voor basisonderwijs, speciaal onderwijs en opleiding. Jaargang 77, oktober 1992. Uitgeverij Zwijssen, postbus 805, 5000 AV Tilburg. Tel: 013-353635. Jaarabonnement ƒ 49,50 (excl. portokosten).

Nog geen tien jaar geleden kreeg een moeder wier vierjarige zoontje zijn eigen naam kon schrijven, een stevige reprimande van de kleuterjuf. Het kon niet anders of de eerzuchtige ouders zaten achter deze, voor het kind zo schadelijke ontwikkeling. De moeder boog schuldbewust het hoofd en mompelde iets over spontane letterhonger, maar de juf was onverbiddellijk en deelde op scherpe toon mee dat ze niet van plan was aan deze gekkigheid mee te werken.

Inmiddels is op vrij grote schaal het inzicht doorgebroken dat kinderen allang voor het zesde jaar de basis leggen voor hun latere geletterdheid. Ze gaan letters en klanken onderscheiden en ontdekken dat er een verband bestaat tussen gesproken en geschreven taal. Als ze veel voorgelezen worden leren ze de opbouw van een verhaal kennen, maar ook dat je een boek van voren naar achteren leest en zinnen van links naar rechts.

Taalverwerving, zoals dat in onderwijskringen heet, omvat meer dan alleen lezen en schrijven en het wordt steeds minder beschouwd als een formeel leerproces dat vanaf het zesde jaar in gang moet worden gezet. Over dit thema, dat mooi omschreven wordt als "ontluikende geletterdheid', gaat het tweede nummer van JSW, maandblad voor basisonderwijs, basisonderwijs en opleiding. 76 jaargangen heette JSW voluit Jeugd in School en Wereld, sinds dit schooljaar is het blad aan een tweede jeugd begonnen en in een nieuw jasje gestoken.

Ontluikende geletterdheid is een interessant onderwerp, niet alleen voor meesters en juffen, al dan niet in opleiding, maar ook voor ouders die kinderen in de kleuterleeftijd hebben. Leren kinderen spontaan lezen en schrijven als je ze maar voldoende met gesproken en geschreven taal in aanraking brengt? Zoals ze ook spontaan leren spreken?

Het artikel van Ludo Verhoeven is gebaseerd op de vooronderstelling dat kinderen "een aangeboren vermogen hebben om geletterd te worden', maar dat betekent niet dat alle lees- en schrijfmethodes nu met de vuilnisman mee kunnen. Spontaan verworven kennis moet georganiseerd worden, concludeert Verhoeven, kinderen moeten wegwijs gemaakt worden in de structuur en de vorm van de taal.

"Ontluiken', zo schrijft Ad Marchant is zijn artikel, "heeft iets van een verassing, opduiken. Het is er zo maar ineens, heel pril. Je verwacht het wel, je hoopt er erop, maar je kunt niet precies voorspellen wanneer het komt.' Met dat proces moet in de kleuterklassen van de basisschool behoedzaam omgesprongen worden.

Daarom is het zo belangrijk dat leerkrachten er van op de hoogte zijn hoe taalverwerving bij kleuters verloopt. Of juist achterblijft, want dat is bij veel allochtone kleuters natuurlijk het grote probleem. Zij lopen in veel gevallen een jaar tot anderhalf jaar in hun taalontwikkeling achter; niet gering als je pas vier jaar bent. De grootste verschillen worden gemeten op het terrein van de woordenschat en het aktief onder woorden brengen van een verhaal of gebeurtenis. Met het project "De Verhalenman' wordt op Amsterdamse basisscholen met veel allochtone kinderen geprobeerd hun woordenschat uit te breiden en de kinderen te stimuleren verhalen na te vertellen en na te spelen.

Verhalen vertellen, voorlezen, prentenboeken kijken en lezen, uit alle bijdragen in dit nummer van JSW blijkt hoe belangrijk het is voor de taalontwikkeling van jonge kinderen. Naast een bouw-, schilder-, en ontdekhoek zouden scholen hun kleuters ook een taalhoek moeten bieden. In een bewerkt artikel afkomstig uit het Amerikaanse tijdschrift The Reading Teacher wordt beschreven wat het effect is van een rijke taalomgeving op kinderen. Een van de speelhoeken in het onderzoek dat wordt aangehaald, was ingericht als dierenartspraktijk en ruimschoots voorzien van lees- en schrijfwaren. De lees- en schrijfaktiviteiten die de kinderen spontaan ontplooiden stonden in dienst van de rollen die ze speelden in de dierenartspraktijk. Recepten werden in krabbelschrift opgeschreven en aan de beer en zijn baasje voorgelezen: "Hier staat dat je ervoor moet zorgen dat je ieder uur 100 van deze pillen neemt tot je weer beter bent.'

Een ander jongetje onderzoekt een hond en zegt als hij de patiëntenkaart invult ineens: "Weet je wat? Ik ga deze naam in hondetaal schrijven. Hoe schrijf je WOEF?'

Het zal niet eenvoudig zijn om in een kleuterklas met meer dan dertig leerlingen de taalontwikkeling van elk kind op de voet te volgen en op het juiste moment met de juiste middelen te stimuleren. De verleiding om naar methodes en toetsen te grijpen is groot. Maar dat is nou juist niet het idee achter de ontluikende geletterdheid.