Nederlandse Opera met Cos fan tutte; Margiono blinkt uit in produktie van wereldklasse

Voorstelling: Cosi fan tutte van W.A. Mozart door de Nederlandse Opera en het Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt m.m.v. Charlotte Margiono, Iris Vermillion, Gilles Cachemaille, Laurence Dale, Anna Steiger en Tom Krause. Decor: Rolf Glittenberg; kostuums: Marianne Glittenberg; regie: Jürgen Flimm. Gezien: 4/11 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen t/m 29/11 alle uitverkocht. Tv-uitzending: 29/11 12.45 uur NOS Ned 3.

Mozarts Cosi fan tutte, bij de première in 1990 in deze krant uitvoerig geprezen als “ongetwijfeld een van de beste voorstellingen uit de historie van de Nederlandse Opera”, wordt deze maand tien keer herhaald en komt op 29 november ook op de tv. Daardoor kunnen nog honderdduizenden operaliefhebbers meer dan de 16.000 bezoekers van het Amsterdamse Muziektheater genieten van deze in alle opzichten overweldigend fraaie en evenwichtige produktie die nog steeds wordt uitgevoerd op hetzelfde superieure niveau, dat bij de eerste voorstelling gisteravond zorgde voor groot publiek enthousiasme.

De vocale cast is slechts op één punt gewijzigd: Don Alfonso, toen gezongen door Victor Braun, wordt nu vertolkt door Tom Krause, die dat even opmerkelijk doet. Charlotte Margiono, die deze zomer door allergie helaas ontbrak in Don Giovanni, bewijst zich in de rol van Fiordiligi opnieuw als de beste en terecht internationaal befaamde Nederlandse operazangeres. Ze zingt de aria Come scoglio uitstekend en met dramatiek, blinkt telkens weer uit in de prachtig gezongen duetten met de voortreffelijke Iris Vermillion (Dorabella) - wat zijn hun timbres schitterend op elkaar afgestemd! - en zorgt net als de vorige keer voor het absolute hoogtepunt van de voorstelling: de aria Per pietà, bijna onwaarschijnlijk langzaam gezongen, met een aangrijpende typering van de wisselende stemmingen.

Bijzonder is de ook vocaal zo sterke individualisering van de rollen: daar worden niet zomaar twee zussen en twee vrienden, maar werkelijk vier geheel uiteenlopende karakters uitgebeeld. Laurence Dale (Ferrando) excelleert in het onwerkelijk zwijmelende Un auro amoroso. Gilles Cachemaille zingt Donne mei met de bravoure van Don Giovanni. Anna Steiger is als Despina niet minder dan voorbeeldig.

In de orkestbak zit opnieuw het Koninklijk Concertgebouworkest, dat met een geëngageerd spelend continuo (klavecinist Glen Wilson en cellist Wim Straesser) onder leiding van Nikolaus Harnoncourt zorgt voor een wonderbaarlijk gevarieerde begeleiding. Soms lijkt de klank heel direct en "authentiek', dan weer gesoigneerd en wellustig, nu eens bijna tot stilstand komend, dan weer vooruitsnellend in vliegende vaart.

Op het podium loopt de verwarringwekkende en ontluisterende zoektocht in het doolhof van de liefde uit op totale ontreddering. De openingsscène - een reconstructie van het schilderij Le déjeuner sur l'herbe dat de vrije liefde lijkt te propageren - leidt aan de voet van de Vesuvius tot een rampzalige weddenschap die aan het slot de hemel doet verduisteren na een uitbarsting van een asgrauwe wolk. Van liefde moet men slechts genieten, het zoeken van absolute zekerheden in de liefde veroorzaakt een onafwendbare, helse natuurramp. Dát is de boodschap van deze arcadisch ogende enscenering van Jürgen Flimm, waarin komedie, tragiek en magie de aardse lusthof bevolken.

Flimm regisseert in mei volgend jaar ook Mozarts Le nozze di Figaro (met Margiono als de gravin) bij de Nederlandse Opera, net als Don Giovanni en deze Cosi begeleid door het Concertgebouworkest onder leiding van Harnoncourt. Nu al lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de Nederlandse Opera binnen één jaar drie voorstellingen brengt van wereldklasse.