Majors meerderheid

OOK GISTERAVOND laat heeft de Britse politiek haar maskerade rondom het verdrag van Maastricht volgehouden.

Met een riskant kleine meerderheid van drie stemmen gaf het Lagerhuis zichzelf en de regering het groene licht om voort te gaan met de ratificatieprocedure. Maar die meerderheid kon slechts tot stand komen met hulp van een deel van de oppositie en dank zij de dubbelzinnige interpretatie van het verdrag waarop premier Major het monopolie heeft verworven. Volgens die uitleg kan het Verenigd Koninkrijk niet buiten de Europese integratie voortbestaan en laat die Gemeenschap tegelijkertijd alle nationale rechten en tradities onverlet. Snikkend beantwoordden net genoeg rebellen de hersenspoeling die de eerste minister hun had toegediend, met hernieuwing van hun belofte van trouw.

Nu Major uiterlijk de discipline in de Conservatieve fractie heeft hersteld, zal "Maastricht' ook in Brittannië wel de eindstreep halen. Dat schept dan eindelijk de voorwaarden waaronder op de top in Edinburgh straks zaken kunnen worden gedaan. Denemarken zal daar de enige lidstaat zijn die de afspraak van Maastricht niet is nagekomen om voor het eind van het jaar met de ratificatie van het verdrag gereed te zijn. Daarmee zal het politieke momentum ontstaan om de Denen alsnog over de streep te trekken, ook al zal dat pas later in een nieuw referendum het geval kunnen zijn. Voor speculaties dat andere landen het Deense voorbeeld zullen volgen is dan immers geen aanleiding meer.

Labour heeft intussen met zijn opstelling in het debat geen politieke schoonheidsprijs verdiend. Enerzijds zag het dank zij de rebellie bij de Tories een kans schoon om met een stem tegen Majors verzoek om vertrouwen en steun de regering te wippen, aan de andere kant trachtte het zichzelf die kans weer te ontnemen met een eigen motie waarin de ratificatie werd uitgesteld tot na de Europese top. Als de Britse socialisten voor verdergaande Europese eenwording zijn, zijn zij gisteren met die voorkeur nogal bizar omgesprongen.

WANNEER ALLE neuzen in het Lagerhuis zijn geteld, blijkt er een comfortabele meerderheid voor een loyale poging om de Europese eenwording te vervolgen. Maar de verhoudingen tussen en binnen de partijen in Groot-Brittannië zijn zo star en verziekt dat een betrekkelijk klein gezelschap patriotten dat het eilandgevoel niet heeft weten te overwinnen, voortdurend de gelegenheid krijgt obstructie te plegen. Iedere onvoorziene hobbel grijpen zij aan om er een onoverkomelijk obstakel van te maken. De meerderheid van drie die Major nu wist af te dwingen, is voor de rest van de Gemeenschap dan ook een slecht voorteken.