"Maatregelen tempobeurs zijn bijzonder mild'

DEN HAAG, 5 NOV. Minister Ritzen (onderwijs) hanteert slechts een heel lichte sanctie in zijn plan om de hoogte van een studiebeurs afhankelijk te maken van de voortgang van de studie.

Dit concludeert het Centrum voor studies van het hoger-onderwijsbeleid (CSHOB) in een advies aan de minister. Ook de norm waaraan de studenten na invoering van de "tempo-beurs' moeten voldoen, is volgens deze adviseurs niet erg hoog.

Ritzen wil dat studenten ten minste vier van de 42 studiepunten in hun eerste studiejaar halen. In hogere jaren zal die norm strenger worden. Als een student niet aan de norm voldoet, zal zijn beurs worden omgezet in een rentedragende lening. Het CSHOB heeft de studiefinancieringsstelsels in Denemarken, Zweden, België, Duitsland, Engeland en Wales en Maryland (VS) met elkaar vergeleken. Daaruit blijkt dat in de meeste landen studenten die te weinig punten halen doorgaans hun gehele studiefinanciering verliezen, beurs en lening.

Ook is in de meeste landen de norm hoger dan Ritzen heeft voorgesteld. In Denemarken, Engeland en België moeten studenten ieder jaar hun gehele studieprogramma halen om studiefinanciering te behouden. Alleen in Duitsland is nauwelijks sprake van controle op de voortgang van de studie. Snelle studenten krijgen er wel korting op hun studieschuld, maar die prikkel werkt nauwelijks. De studieduur in Duitsland is erg lang en de kortingen worden zelden toegekend. De CSHOB meent dat voor Nederland een norm van zestig à tachtig procent van het studieprogramma voor ouderejaars niet onredelijk zou zijn.

De Landelijke Studentenvakbond (LSVb) is door het onderzoek niet overtuigd. De mogelijke norm van zestig à tachtig procent noemt de bond “belachelijk”. De bond vreest dat invoering van de tempobeurs zal leiden tot verstarring van het studieprogramma en tot vermindering van de kwaliteit van het onderwijs, omdat studenten de moeilijker studieonderdelen zullen vermijden. Overigens pleit de CHSOB ervoor invoering van de tempo-beurs te combineren met verbetering van de studiebegeleiding en de faciliteiten voor het doen van hertentamens.