LANDETA IN OORLOG MET HET MEXICAANS MACHISMO; Revolutionaire te paard

La negra Angustias. Regie: Matilde S. Landeta. Met: Mará Elena Marquéz, Augustn Isunza, Eduardo Arozaman. Amsterdam, Rialto.

In de meeste film-naslagwerken ontbreekt de naam van Matilde S. Landeta, in de literatuur over de Mexicaanse cinema wordt ze zelden meer dan een voetnoot waardig bevonden, en in de, in Nederland opgezette, Speelfilmencyclopedie zijn haar films beschreven door iemand die ze vermoedelijk niet heeft gezien of die haar dermate haatte dat hij/zij er een verdraaide visie over opschreef. Maar Landeta kan niet zomaar worden uitgevlakt en afgedankt. Het kleine, drie films grote oeuvre van Matilde Landeta (20 september 1913) geeft blijk van een opvallend onafhankelijke kijk op Mexico en de Mexicanen. Haar ideeën waren voor die tijd revolutionair maar zijn ook nu nog vergaand compromisloos, en niet alleen in Mexico.

Matilde Landeta is altijd een gepassioneerd minnares van de filmkunst gebleven, al is er door deze eeuw heen alles aan gedaan om haar in die liefde te ontmoedigen. Een breuk met haar welgestelde ouders riskerend veroverde ze zich op haar negentiende een plaatsje in de Mexicaanse filmindustrie, wat alleen al apart was omdat men daar, afgezien van actrices en visagistes, geen vrouwen in dienst nam. Zelfs de script girl was er altijd een script clerc en Landeta werd dan ook de eerste Mexicaanse die dat beroep uitoefende. Na elf jaar wist ze zich, ondanks heftige tegenstand van haar collega's, op te werken tot een gewaardeerde regie-assistent en in 1948 maakte ze haar eerste eigen film: Lola Casanova. Er zouden er nog twee volgen. Alledrie de films werden door publiek en kritiek goed ontvangen. Haar script voor een vierde film werd buiten haar om vergeven aan een andere regisseur. Landeta was niet langer opgewassen tegen de vrouwenhatende sabotage waar ze telkens mee te maken kreeg. De Mexicaanse filmindustrie sloot zich hermetisch voor haar: jarenlang wenste men eenvoudig geen gebruik te maken van haar diensten, in welke afdeling dan ook. Toch bleef ze bezig met film, bij Disney in de Verenigde Staten, als bioscoopexploitante en later als adviseuse voor beginnende filmschrijvers en -regisseurs in Mexico.

Van Matilde Landeta wordt nu de tweede film uitgebracht, La negra Angustias, uit 1949, het op ware gebeurtenissen gebaseerde verhaal van de "zwarte Angustias', een dochter van een blanke moeder en een zwarte vader, die begin deze eeuw tot steun van Emilio Zapata een troep rebellen aanvoerde tegen President Porfirio Diaz.

Landeta schikte zich voor de stijl van haar film naar de conventies van Hollywood, dat destijds al ruimschoots zijn tenten had opgeslagen in Mexico, met zijn uitgestrekte locaties en goedkope arbeidskrachten. Haar verteltrant is rechtlijnig en melodramatisch, met pathos als voornaamste gevoel en opgefleurd met te zoete Mexicaanse liedjes. Haar shots zijn heroïsch, haar close ups van Angustias (Mará Elena Marquéz) gemaakt volgens de gebruikelijke methodes ter meerdere glorie van de Ster. Des te curieuzer is wat die gladde stijl verhult, want Landeta greep het verhaal van Angustias aan om rabiaat te fulmineren tegen de arrogantie van de rijken en de wanhoop van de armen in haar land, tegen het racisme, tegen de slaafsheid van de vrouw en vooral tegen het Mexicaanse seksisme.

We zien het donkere meisje Angustias opgroeien in haat tegen mannen. Al het mannelijke dat haar pad kruist, gedraagt zich wreed, superieur en extreem machistisch, van de bokken die ze moet hoeden tot de zelfgenoegzaam hitsige jongens die haar de weg versperren. Alleen haar vader is anders, en juist daardoor voedt hij haar op in een grotere mate van onafhankelijkheid dan haar dorp wil tolereren. In een bloedstollende scène keren de vrouwen zich minstens zo fel als de mannen tegen haar. Ten slotte vlucht Angustias weg, om zichzelf terug te vinden als de vereerde Coronelita (kleine kolonel) van een gezelschap woestelingen.

Gewiekst benadrukt Landeta telkens weer hoe deze vrouw een man met de mannen wordt maar tegelijk niet anders kan dan een vrouw zijn. Zo zit ze lol te trappen in een bordeel. Ze zuipt, ze pocht, ze schatert met de kerels, en dan kiest ze luchtigjes de kant van een prostituée. Ze is niet wars van het standrechtelijk veroordelen tot executie, maar betreft het een notoire verkrachter dan besluit ze tot castratie. Omdat ze een vrouw is, ligt haar zwakte in de liefde. Bijna volgt ze de man die haar hart stal, ook al wees hij haar af omdat ze hem te zwart is. Dan droogt ze haar tranen, springt op haar paard en galoppeert weg, in dienst van de Revolutie. En dat alles nog steeds in een filmstijl die primair associaties wekt met filmromantiek uit de jaren dertig.

In een interview vertelde Landeta dat ze de echte Angustias nog heeft ontmoet: ze trof in de bergen een kleine, oude vrouw, die sigaren rookte en zich hartstochtelijk uitdrukte in schuine taal.