Kamer mag nog iets zeggen over opgeven gulden

DEN HAAG, 5 NOV. Het Nederlandse parlement kan in 1996 nog zijn oordeel uitspreken voordat Nederland de gulden opgeeft voor een Europese munt. De EG-ministerraad zal echter met een gewone meerderheid elk Nederlands standpunt naast zich neer kunnen leggen.

Regering en Tweede Kamer konden elkaar gisteravond, op de tweede dag van het debat over de ratificatie van het verdrag van Maastricht, vinden in deze constatering. “De regering zal niet naar Brussel afreizen met een standpunt dat niet is gebaseerd op duidelijke steun van het Nederlandse parlement”, zo formuleerde vice-premier Kok.

Vanavond zal in een amendement van de Kamerleden Melkert, Jurgens (beiden PvdA), Van Iersel en Van der Linden (beiden CDA) worden vastgelegd wat de rol is van de Kamer op het moment dat de gulden moet worden vervangen door de Europese munt. Overigens zal dit amendement op de zogenoemde Goedkeuringswet ook door VVD en D66 worden gesteund.

In het ingediende amendement, waar vice-premier Kok en ook premier Lubbers “volstrekt geen bezwaar” tegen hebben, staat dat het standpunt dat de regering te zijner tijd inneemt “vooraf de instemming van de Staten-Generaal dient te hebben verworven”. Met de strekking van het begrip "instemming' was Kok het geheel eens, maar hij vroeg zich af “of de verwoording ook precies recht doet aan datgene wat in onze staatsrechtelijke verhoudingen geformuleerd moet worden”. Kok had liever dat het amendement zou volstaan “met een verwijzing naar het te voeren overleg” of dat de regering “haar standpunt ter bespreking aan de Kamer voorlegt” alvorens daarover een positie in Brussel te bepalen.

Minister Kok zei dat het bij de bepaling van het eindoordeel of Nederland toetreedt tot de derde fase niet alleen om gaat uit te maken of de Nederlandse economie zèlf aan de in het verdrag van Maastricht gestelde financieel-economische criteria voldoet. Hij noemde het “minstens zo belangrijk” te beslissen over de mate waarin andere lidstaten zich voldoende kwalificeren. “Dat wordt de gezamenlijke boot waarmee je van wal steekt.” De minister noemde geen namen van landen, Kamerleden spraken openlijk over de vraag of Italië zich wel zou kwalificeren.

Kok maakte duidelijk dat de regering te zijner tijd een harde opstelling moet innemen. “Een stricte, stringente en zuivere toepassing van de criteria is straks nodig. Het gaat niet om een vrijblijvend proces.” Uit het amendement en de instemming die de regering daarmee geeft, aldus Kok, mag naar buiten toe absoluut niet de indruk ontstaan dat Nederland “een halve uitstapmogelijkheid heeft gekregen”, zoals de Britten die formeel hebben. Londen heeft in het verdrag van Maastricht zelf laten opnemen dat zij de definitieve beslissing pas zal nemen vlak voordat de derde fase van de EMU ingaat.

Bij de Denen ligt het genuanceerder: zij hebben zich in Maastricht met het einddoel van de derde fase akkoord verklaard, maar daarbij aangegeven dat zij dit nog per referendum aan het Deense volk dienden voor te leggen. Die heeft dat met een kleine meerderheid afgestemd, zodat de Deense regering nu een formule moet vinden waarin het alsnog met Maastricht kan meedoen.