Giornalaio

Gelukkig kent Italië geen krantenjongens. Het lijkt zo handig: de wereld bij je thuisbezorgd, zonder dat je er je haren voor hoeft te kammen. Maar je mist er veel door. Een van de kleine genoegens van het leven hier is de dagelijkse wandeling naar de giornalaio, de krantenman. Het lijkt een klein beetje op het gedichtje van Paul van Ostayen waaraan ik mijn naam te danken heb: Marc groet 's morgens de dingen.

Het eerste levende wezen dat ik ontmoet als ik, meestal als eerste, de dikke houten deuren van ons palazzo opendoe, is bijna altijd een kat. De Romeinse liefde voor katten is buitensporig. Niemand neemt ze in huis, maar tientallen mensen leggen 's ochtends wat pasta van de vorige dag buiten, op een reep aluminiumfolie of een stuk karton. Het resultaat is meestal een smerige troep die een paar dagen blijft liggen, tot de straatvegers langs zijn geweest. Ik ben geen kattenvriend, en de kat van de dag kruipt meestal schuw weg onder een auto. Terwijl de eerste auto's toeterend het smalle kruispunt nemen, met een onverantwoord optimisme, loop ik het heuveltje af naar beneden. Langs de palmboom in een minuscuul tuintje. Langs de altijd verse olievlekken bij de garage van Sergio, een dertiger die eeuwig aan zijn auto of zijn motor staat te knutselen en braaf komt als zijn moeder hem roept. Vaak moet je de straat op, als de smalle stoep is geblokkeerd door een loodrecht geparkeerd Fiatje. Als ik geluk heb komt het mooiste meisje van de buurt ook net naar buiten - ze heeft een vrijer met een glimmende sportwagen, dus dat is wat minder, maar het fleurt de dag toch op. In het zijstraatje dat ik door moet zijn tegen half acht de meeste mensen al aan het werk. Dit hoekje Rome laat zien hoeveel kleine middenstand er nog is in Italië. Op dertig meter, ingeklemd tussen woonhuizen, zitten een stoffeerder, een loodgieter, een uitlaatvervanger, een schoenmaker, een ijzerwarenzaak, een scootermaker, een auto-onderdelenbedrijf, een lingeriewinkel en een kruidenier. Allemaal kleine ondernemers, waarschijnlijk allemaal belastingontduikers. Maar veel loopt de fiscus hier niet mis. We groeten elkaar, praten soms even over de idioten die "Joden en neger raus' op de grond hebben gekalkt, of die een vuile injectienaald in de band van een geparkeerde auto hebben gestoken. Dan de hoek om, langs de glasbak die door niemand wordt gebruikt, langs de bandenman, de brillenzaak en de bar. De mannen praten over de wedstrijd van de afgelopen of de komende zondag, vrouwen komen een pak verse melk halen. Tientallen verpleegkundigen van het ziekenhuis aan de overkant komen hier in hun groene of witte werkkleding voor een caffè en een cornetto (een soort zoete croissant), natuurlijk nadat zij zich hebben geregistreerd als "aanwezig'. Vaak schuifelt een patiënt in pyjama en op pantoffels met een van hen mee over straat, tussen de rijen auto's door die staan te wachten op het stoplicht honderd meter verder. De benzinelucht hangt al zwaar in de straten. Vlakbij de zij-ingang naar het ziekenhuis is de krantenkiosk. Gearmd komen Fausto van de banden en Marcello van de auto-onderdelen, beiden in de vijftig, hier iedere dag hun krantje halen. Zoals overal in Rome is het een chaotische uitdragerij met honderden tijdschriften, goedkope cd's van slechte kwaliteit en videobanden (veel porno: omdat het een kiosk is valt de verkoop hier onder de vrijheid van meningsuiting). Mijn vertrouwde krantenman, Gianni, heeft pas zijn hokje verkocht. Hij werd te nerveus van de mensen die op drie meter afstand al, wapperend met hun geld, om hun kranten roepen terwijl er nog vier anderen staan te wachten. Nu zijn de hartklachten over en ziet hij er een stuk beter uit. Af en toe komt Gianni nog eens kijken en een praatje maken met zijn oude klanten. Heimwee heeft hij, af en toe, maar spijt niet. De laatste stop is Bruna, die met haar vader, haar man en op zaterdag haar dochter een kruidenierswinkel drijft. De oude vader gaat over het brood, want dat is niet zo ingewikkeld, en zijn stramme vingers kunnen makkelijker een rosetta vastpakken, het bolle Romeinse broodje, dan een plak prosciutto of mortadella. Scholieren komen voor duizend lire (nu nog maar 1,30 gulden) een kleine pizza rossa halen, als ontbijt. En met de groeten voor vrouw en kinderen loop ik terug naar huis, met een zak geurig-verse broodjes. Om kwart over acht rinkelt de telefoon. De krant. Is er nog iets gebeurd in Italië?