Ghana; Platteland verslaat de stad

Jerry Rawlings, de luchtmachtpiloot die in 1981 in Ghana de macht greep en er sindsdien de dienst heeft uitgemaakt, lijkt de presidentsverkiezingen van dinsdag te hebben gewonnen en zelfs geen tweede ronde nodig te hebben. Volgens de voorlopige uitslagen staat hij op circa zestig procent van de stemmen - ongeveer tien procent meer dan op grond van opiniepeilingen kon worden verwacht.

Als die voorlopige uitslagen worden bevestigd - Rawlings' percentage zal zeker nog wat dalen - hebben de twee traditionele hoofdstromingen in de Ghanese politiek, het pan-Afrikaanse socialisme van vader des vaderlands Kwame Nkrumah en de conservatieve lijn die is genoemd naar de voormalige politieke leider Busia en Danquah, een gevoelige nederlaag geleden en heeft het platteland de stad verslagen.

De charismatische Jerry Rawlings, een radicale populist en een voormalige dictator met zeer harde handen - hij liet al in 1979 na een staatsgreep drie voormalige staatshoofden wegens hun extreme corruptie executeren - heeft de afgelopen paar jaar een aantal economische successen geboekt. Het zijn successen die van Ghana een favoriet van internationale organisaties als het IMF en de Wereldbank hebben gemaakt en die binnen de context van het door extreme schulden en dalende wereldmarktprijzen geplaagde Afrika zeer opmerkelijk zijn. Rawlings ontsloeg bijna de helft van alle staatsambtenaren, privatiseerde de staatseconomie en devalueerde de Ghanese munt, de cedi, tot éénveertigste van de oorspronkelijke waarde. Het was een zeer harde sanering, maar ze is niet zonder gevolg gebleven. De Ghanese economie groeit de afgelopen jaren met gemiddeld vijf procent per jaar, de export is in twee jaar verdubbeld, de produktie van cacao, goud, graan en sorghum is sterk gestegen - die van sorghum is zelfs verachtvoudigd - en de inkomens stijgen.

Tegenover dat positieve beeld staan echter enorme consequenties: de sanering is duur betaald. Een groot deel van de gestegen exportinkomsten moet worden besteed aan de enorme buitenlandse schuld en komt de bevolking niet ten goede. De werkloosheid is als gevolg van de privatisering en de massa-ontslagen zeer groot en de lonen mogen dan stijgen, ze behoren nog altijd tot de laagste in de wereld. Het zijn die sociale consequenties die andere landen in Afrika ervan weerhouden soortgelijke drastische hervormingen door te voeren.

De sociale ellende heeft vooral in de steden toegeslagen en dat heeft Rawlings de loyaliteit gekost van juist die klasse die hem na 1981 het duidelijkst steunde: de arbeiders in de steden. Zij hebben zich de afgelopen jaren van hem afgekeerd en de verkiezingen zijn dan ook tot op zekere hoogte een strijd geworden tussen de steden en het platteland, waar de boeren van Rawlings' hervormingen wèl duidelijk hebben geprofiteerd.

Daarnaast is er de traditionele tweedeling in de Ghanese politiek, die van het radicale pan-Afrikaanse socialisme en die van de Busia-Danquah-lijn, die vooral steunt op het conservatieve zakenleven. In de huidige context hebben beide tradities de wind tegen, de ene omdat zowel het socialisme als het pan-Afrikanisme gecompromitteerd is, de andere door de rigoureuze toepassing van de strenge IMF-richtlijnen. De belangrijkste vertegenwoordiger van de Busia-Danquah-lijn is de historicus en hoogleraar Albert Adu Boahen, die namens de Nieuwe Patriottische Partij tegen Rawlings in het krijt is getreden.

Boahen, een zeer gerespecteerd man, die bekendheid kreeg toen hij in 1988 een felle toespraak tegen Rawlings hield en daarvoor niét werd opgepakt en die zijn campagne heeft geconcentreerd op de sociale gevolgen van de hervormingen, heeft volgens de voorlopige uitslagen dertig procent van de stemmen gekregen.

Daarmee heeft behalve het platteland ook de nieuwe derde stroming binnen de Ghanese politiek gewonnen: die van Rawlings. Sinds hij aan de macht kwam, heeft de dictator Rawlings zijn afkeer van de “corrupte” politieke partijen niet onder stoelen of banken gestoken. Partijpolitieke activiteiten werden na de staatsgreep van 1981 verboden en vanaf 1987 heeft Rawlings gewerkt aan een systeem waarin partijpolitici uitgesloten zouden blijven van bemoeienis met het plaatselijke en regionale bestuur.

In mei werd onder internationale druk niettemin gedemocratiseerd. Politieke partijen werden weer toegelaten. Maar Rawlings heeft wel de door de oppositie geëiste Nationale Conferentie afgewezen, wijs geworden door de ervaringen van dictatoren in landen als Kongo en Benin, die door die Nationale Conferentie eerst van hun ruime bevoegdheden werden beroofd en vervolgens de verkiezingen verloren.

De Ghanese oppositie heeft zich de afgelopen drie dagen bitter beklaagd over fraude, bedrog, geweld en intimidatie. Internationale waarnemers hebben zich daarentegen tevreden geuit over het eerlijke verloop van de stembusslag en de klachten van de oppositie lijken vooral gebaseerd op teleurstelling over de resultaten. Al is duidelijk dat Rawlings wel volop gebruik heeft gemaakt van zijn positie als zittend staatshoofd door het overheidsapparaat voor zijn campagnekar te spannen. Maar gebruik lijkt in dit geval geen misbruik.