Galileï "gerehabiliteerd'

Zaterdag was het dan zo ver. Na 359 jaar, vier maanden en negen dagen gaf de Rooms-Katholieke Kerk haar dwaling officieel toe. De Inquisitie, zo bekende het Vaticaan, heeft met haar veroordeling van Galileï in 1633 een "subjectieve beoordelingsfout' gemaakt, leidend tot een "disciplinaire maatregel' waarvan de grote fysicus en astronoom "veel te lijden' heeft gehad. Het was een kwestie van "tragisch wederzijds onbegrip', maar een troost is dat beide partijen "in goed geloof' hebben gehandeld.

De bewoordingen zijn wat eufemistisch gekozen en een echte rehabilitatie van Galileï is het (nog) niet. Maar de Rooms-Katholieke Kerk heeft nu dan toch werkelijk een van de beruchtste misstappen uit haar geschiedenis erkend: de verkettering van het Copernicaanse stelsel dat zegt dat de aarde om de zon draait, in plaats van de zon om de aarde.

De "schuldbekentenis' vond plaats op een buitengewone zitting van de Pontificale Academie van Wetenschappen, in de Koninklijke Hal van het Apostolisch Paleis in het Vaticaan, op steenworp afstand van de plek waar Galileï in 1633 door het Heilig Officie (de Inquisitie) was veroordeeld. Sprekend voor een gehoor van Academieleden, bisschoppen, kardinalen en leden van het diplomatieke corps nam paus Johannes Paulus II de conclusies over van een interdisciplinaire onderzoekscommissie die op zijn verzoek de "affaire-Galileï' dertien jaar lang onderzocht. De commissie kwam al eerder, in 1984, tot een voorlopige uitspraak, die nu dan definitief is bevestigd.

Sinds zijn ambtsaanvaarding in 1979 heeft Johannes Paulus II steeds geijverd voor de verbetering van de betrekkingen tussen geloof en wetenschap. De onfortuinlijke, nooit herroepen veroordeling van Galileï gold eeuwenlang als hèt symbool voor een vermeende onverenigbaarheid van de beide denkwerelden. Welk gebaar kon duidelijker zijn dan de zaak alsnog recht te zetten, al was het dan ook zeer laat?

Galileï (1564-1642) werd voor de Inquisitie gesleept omdat hij actief propaganda maakte voor Copernicus' revolutionaire stelsel uit 1543. De Katholieke Kerk had met dit stelsel al bijna een eeuw vrede, zolang met het maar bleef presenteren als een puur hypothetisch rekenmodel. Maar Galileï ging verder. Hij beschouwde het als een fysisch ware beschrijving van de werkelijkheid en kwam daarmee in aanvaring met centrale kerkdogma's. Een stelsel met de zon in het midden liet zich nu eenmaal onmogelijk rijmen met een letterlijke interpretatie van de Schrift.

Galileï ontving in 1616 een officiële waarschuwing, maar volhardde ook daarna in zijn ketterij. Op 21 juni 1633 werd hij, 69 jaar oud, door het Heilig Officie veroordeeld tot het uitspreken van een tekst waarin hij zijn dwalingen "afzwoor, vervloekte en verachtte'. De rest van zijn leven moest hij slijten in huisarrest. Blind geworden en vereenzaamd stierf hij in januari 1642.

De zege van de Kerk leek compleet. De belangrijkste uitdrager van het Copernicanisme was het zwijgen opgelegd en alle boeken die het ketterse stelsel aanprezen, kwamen terecht op de lijst van verboden boeken, de Index Librorum Prohibitorum.

Maar op de lange termijn was de overwinning de grootste strategische blunder, ooit door de Rooms-Katholieke Kerk begaan. De wetenschapsbeoefening liet zich niet muilkorven en na Kepler en Newton twijfelde geen zinnig mens er aan of de aarde draaide in een ellips rond de zon. Helaas, de Katholieke Kerk kon haar uitspraak niet herroepen. Dat zou niet alleen gezichtsverlies hebben betekend, maar ook een ernstige aantasting van 's kerks gezag en geloofwaardigheid.

De protestanten hadden het wat dat betreft heel wat makkelijker. De leiders van de Reformatie hadden het Copernicanisme al veel eerder in niet mis te verstane bewoordingen veroordeeld. Luther noemde Copernicus in een van zijn tafelredes een "omhooggevallen astroloog', een "dwaas' die "de hele astronomische wetenschap op zijn wil kop zetten', terwijl toch "de heilige Schrift ons zegt dat Jozua de zon beval om stil te staan en niet de aarde.' En Calvijn vroeg zich in zijn Commentaar op Genesis retorisch af: ""Wie zal de autoriteit van Copernicus durven stellen boven die van de Heilige Schrift?' Maar omdat Luther en Calvijn hun uitspraken niet tot leerstelling hadden verheven, konden de protestanten zich er later zonder pijn van distantiëren.

Hoe de Rooms-Katholieke Kerk zich in de achttiende en negentiende eeuw in bochten wrong om de veroordeling van Galileï alsnog een schijn van rechtvaardiging te geven, wordt smakelijk verhaald in het zeer leesbare geschiedwerk A history of the warfare of science with theology in Christendom uit 1896, geschreven door de Amerikaan Andrew D. White. Volgens White was de grote moeilijkheid voor de Kerk de directe betrokkenheid van drie pausen in de affaire: Paulus V, Urbanus VIII en Alexander VII.

Paulus V mengde zich in 1616 persoonlijk in de zaak-Galileï, Urbanus VIII speelde een centrale rol bij de voorbereiding en uitvoering van het proces in 1633 en Alexander VII ondertekende in 1664 een pauselijke bul waarin "alle boeken die de beweging van de aarde bevestigen' werden veroordeeld. De zaak kon dus niet zo maar worden afgedaan als een dwaling van de Inquisitie. De pauselijke onfeilbaarheid (die overigens pas in 1870 met terugwerkende kracht tot dogma werd verheven) was de jure weliswaar niet in het geding, maar wel de facto.

Er zat de katholieke apologeten niets anders op dan uitvluchten te zoeken, en die kwamen er vele, de ene nog zwakker dan de andere. Galileï zou niet zijn veroordeeld omdat hij de "beweging van de aarde' poneerde, maar omdat hij deze trachtte te onderbouwen met de Schrift. Of niet wegens ketterij, maar wegens opstandigheid en gebrek aan respect voor de paus. De veroordeling zou alleen maar "provisorisch' geweest zijn, enz. enz.

De grootste "veldslagen' over Galileï vonden plaats in de negentiende eeuw. In haar laatste wanhoopsoffensief trachtte de Kerk nog de betrokkenheid van de pausen te bagatelliseren, maar die manoeuvre was zo strijdig met de feiten dat ze in 1870 nota bene door een katholiek werd weerlegd.

Intussen waren de werken van Galileï al wel van de Index geschrapt. In 1835 werden, als uitvloeisel van een beroep op paus Pius VII door een Romeinse hoogleraar astronomie 15 jaar eerder, alle boeken die de "beweging van de aarde en de stilstand van de zon' onderwezen voor katholieken vrijgegeven. Dat was overigens maar krap voordat de astronomie haar overtuigendste aanwijzingen vond voor de werkelijkheid van de aardbewegingen. De lang verbeide ontdekking in 1838 van de parallactische verschuiving van sterren toonde direct de beweging aan van de aarde om de zon, en het slingerexperiment van Foucault dertien jaar later die van de aarde om haar eigen as.

Maar waar de boeken al anderhalve eeuw vrijuit gingen, bleef Galileï zelf tot afgelopen zaterdag feitelijk verketterd. De zin van zijn eerherstel zal menigeen in wetenschappelijke kring ontgaan. De enige astronomen die misschien blij zullen zijn met het nieuws, zijn de werknemers van de Pontificale observatoria in Tucson, Arizone en bij Rome. Voor de rest heersen spot en onverschilligheid. Het weekblad Nature spreekt vandaag in een snibbig getoonzet commentaar van een "halfhartige rehabilitatie'.

De directrice van de sterrenkunde-faculteit in Trieste vertolkte waarschijnlijk de gevoelens van veel astronomen, toen ze tegenover een Romeinse krant sprak van een ""voor de hand liggende maar nutteloze erkenning. De wetenschappelijke waarheid zegevierde al eeuwen geleden, met of zonder de instemming van de kerk. Het feit dat het 359 jaar heeft gevergd is al ernstig genoeg. Maar ronduit schandalig is dat het de commissie dertien jaar heeft gekost om tot deze beslissing te komen.''