Europa moet nu alleen verder

Een nieuwe tijd, een nieuwe man. Bill Clinton schudt het verleden van zich af.

De Tweede Wereldoorlog, de Vietnamoorlog, de Koude Oorlog, de successen en de trauma's, Clinton heeft er, politiek gesproken, part noch deel aan gehad. Dat gold tot in hoge mate overigens ook voor Ronald Reagan voordat hij president werd, maar de voorganger van Clintons voorganger schiep met genoegen zijn eigen heroïsche mythen. Clinton heeft daarentegen Vietnam met succes weten te ontwijken, in de campagne heeft hem dat nog wel zware momenten bezorgd, maar blijkens zijn overduidelijke zege is alles nu vergeten en vergeven. "A new born America' begroet zijn nieuwe leider in een nieuw tijdsgewricht.

Dergelijke scheidslijnen bestaan uitsluitend in de menselijke fantasie. De werkelijkheid toont een golfbeweging, soms heftig soms vlak. In zijn campagne heeft Clinton zelf zoveel golfslag veroorzaakt dat hij nu wel gedwongen is handelend op te treden. De in het verkiezingsjaar verslechterende economische resultaten lijken hem daartoe bovendien aan te sporen. Maar de middelen die hem ter beschikking staan, zijn bescheiden, de problemen binnen en buiten Amerika zijn niet alleen groot, maar van een aard die nog nauwelijks is verkend. De economie heet het voortouw te hebben overgenomen van strategie en politiek, maar dan wel in een periode dat de economie er wereldwijd en structureel weinig van terechtbrengt.

Het stralende vooruitgangsgeloof van een paar jaar geleden is in treurnis tenonder gegaan. Het vredesdividend levert om te beginnen een snel groeiende werkloosheid op, in Amerika en in Europa. De wereld kan niet wachten op de binnenlandse sanering die in Amerika prioriteit zal krijgen. De dreiging van een handelsoorlog tussen de oude bondgenoten aan weerszijden van de Atlantische oceaan past in de algemene malaise. In slechte tijden staat zelfzorg voorop en reikt de blik niet verder dan het onmiddellijke eigenbelang. Risico's worden gemeden, protectionisme is verleidelijk. De eigen boer, de eigen mijnwerker is altijd dichter bij dan de verre en onbekende afnemer, dan de nooddruftige vreemdeling. Niet alleen de Atlantische, maar ook de interne Europese verhoudingen ondervinden de druk van de aanstormende morele regressie. En wie zich afvraagt waar de versplintering ten langen leste ophoudt, kan zowel een antwoord vinden in het sterfhuis Midden- en Oost-Europa als in de kaalgeslagen ruimten van de Westeuropese verzorgingsstaat.

De klassieke waarden van Midden-Europa zouden ons bevrijden van ons moderne hedonisme en ons terugvoeren naar ons culturele erfgoed. Hoe lang is het geleden dat "Middeneuropese' schrijvers en politici, van wie de bekendste de Tsjechoslowaakse president Havel was, dit beeld meedroegen in een literair-historische processie gewijd aan een nieuw geloof in het oude continent? Binnen een tijdsbestek dat twee zomers omvat, hebben de dichters en zieners er plaats gemaakt voor al te bekend rapalje en al te bekend geweld. Verontwaardiging liet zich dit jaar in Europa sneller mobiliseren door hardhandig politie-optreden in de straten van Los Angeles dan door regelrechte moord in de straten van Sarajevo en Rostock, maar de luxe van een dergelijke grondhouding treedt met de dag meer aan het licht.

De Europese reactie op de wereld, en daarmee op zichzelf, was altijd indirect, liep altijd via Amerika. In de tijden van Churchill en Luns werd de dekolonisatie niet gezien als een historische noodzaak, maar als een Amerikaanse extravagantie ten koste van de Europese partners. Toen de Derde wereld zich van Europa had bevrijd, waren het de Amerikanen die er het neo-kolonialisme bedreven. Europese activiteiten ter plaatse heetten genereus ontwikkelingssamenwerking. De Verenigde Staten waarborgden Europa's veiligheid, maar in hun competitie met Moskou vormden zij tegelijkertijd een gevaar: liever een Rus in je tuin dan een kruisraket. De armen van Amerika doen Europa vaak de eigen armen vergeten, de daklozen van New York staan scherper in het Europese bewustzijn gegrift dan die van Bosnië. Het anti-Amerikaanse vuur weet Europa zelfs op te stoken met het hardhout uit Brazilië's tropisch regenwoud. Het gat in de ozonlaag toont Amerika's verderfelijke materialisme.

Aan die wijze van benaderen komt langzamerhand een einde. Amerika is niet langer de leider en dus ook niet de boeman en de zondenbok. De late liefde van Europa voor Bill Clinton, tegen het einde van de campagne, is een echo uit het verleden toen Europa veel van de Verenigde Staten mocht verwachten en van de weeromstuit zich aanwendde er een uitgesproken opinie over Amerika's president op na te houden. Kennedy, Carter en nu Clinton spreken Europa aan.

Europa is in zijn omgang met Amerika al vele stations van angst en vreze gepasseerd. In tijden van dooi was het bang voor Amerikaans samengaan met Moskou ten koste van Europa's veiligheid. In tijden van spanning vreesde het een Amerikaanse confrontatie met Moskou ten koste van Europa's voortbestaan. In de jaren zestig waarschuwde de Fransman Servan-Schreiber voor "Le défi Americain', een Amerikaanse onvriendelijke overname van Europa. Ook in Nederland was men een tijd lang van deze kwade kans onder de indruk. Maar tijdens de eerste oliecrisis, die van 1973, werd aangenomen dat de sjeiks van Arabië gereed stonden om juist Amerika's rijkdommen over te nemen. Time wijdde er een "cover' aan, Europa vleide zich alvast bij de nieuwe aanzienlijken naar binnen en op het jaarlijkse management forum in Davos voerden de mannen van de Golf de boventoon. De sjeiks bleken bij nader inzien slechts hun oliedollars te hebben willen beleggen. In het voorbijgaan schiepen zij de voorwaarden voor de latere schuldencrisis.

In de Reaganjaren beleefde Europa de nachtmerrie van de Pacific Rim. Niet alleen was het Verre Oosten bezig Europa op achterstand te plaatsen, het trok bovendien Amerika's aandacht naar zich toe. De onmetelijke Stille Oceaan werd als een soort vignet teruggebracht tot een binnenmeer, middelpunt van nieuwe en voor Europa onbereikbare rijkdom. California, Amerika's meest westelijke staat was ook de rijkste, de modernste en aan de Pacific gelegen. Reagan kwam uit California. De redenering sloot, Europa was in de Amerikaanse achtertuin beland.

Voor het Amerika van Clinton geldt dit alles niet meer. De wereld is te onoverzichtelijk, Amerika's relaties daarmee te onzeker, Amerika's eigen positie in eigen Amerikaanse ogen te dubieus om dergelijke simpele sjablonen uit het verleden nog een serieuze plaats te geven. Dat klinkt voor Europa niet als geruststelling, al was het maar omdat Europa verre van in staat is tegenover onzekerheid zekerheid te plaatsen.

Wat Europa is, moet nog worden uitgevonden. Kort voor 1 januari 1993, de eens veelbesproken datum van het Europa zonder grenzen, zijn de concepties onduidelijker en meer omstreden dan sinds het einde van de Tweede wereldoorlog en de Europese tweedeling het geval is geweest. Maar ditmaal zal Europa geheel op eigen kracht over zijn toekomst moeten beslissen. Een Amerika zonder verleden heeft aan zichzelf genoeg.

    • J.H. Sampiemon