"Er moet iets worden gedaan'

De Zuidsoedanese dominee Sirisio Oromo is al in Canada geweest en in Washington, hij heeft Boutros Boutros Ghali, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, gesproken, hij is nu in Nederland en hij gaat nog naar Noorwegen: “om de wereld te vertellen wat er aan de hand is in Soedan”.

Dominee Oromo is samen met een collega door de Nieuwe Soedanese Raad van Kerken (NSCC) de wereld ingestuurd om de rampzalige toestand met name in Zuid-Soedan aan de orde te stellen: de oorlog, de honger, de schendingen van de mensenrechten. Hij moet de internationale gemeenschap ertoe bewegen tussenbeide te komen in de oorlog tussen het Arabische, moslim-fundamentalistische regime en de zwarte, christelijke meerderheid in het zuiden, nog verergerd door het uiteenvallen van de zuidelijke verzetsbeweging, en druk uit te oefenen op het bewind om een eind te maken aan zijn wijdverbreide schendingen van de mensenrechten.

Dominee Oromo lijkt het tij mee te hebben. Zowel het Amerikaanse Congres als de Europese Gemeenschap heeft zojuist naar aanleiding van de executies van enkele Soedanese employés de “systematische schendingen van de mensenrechten” door de Soedanese autoriteiten scherp veroordeeld. Japan, het één na laatste land dat Soedan nog economische hulp gaf, heeft die hulp tien dagen geleden opgeschort onder verwijzing naar die situatie van de mensenrechten en de verstoring van de internationale humanitaire hulp aan de burgers door de regering. Alleen Nederland is nog overgebleven als bron van ontwikkelingshulp, al stelt een woordvoerster van het bewuste ministerie dat er geen nieuwe projecten meer worden ondernomen wegens het optreden van het regime.

Zelfs de islamitische wereld heeft Soedan laten zitten. Tot Khartoums grote woede heeft de Islamitische Conferentie Organisatie de voor december in Khartoum geplande ministersbijeenkomst geannuleerd, naar wordt aangenomen op instigatie van Saoedi-Arabië dat zich onder andere stoort aan Soedans nauwe relaties met Iran.

Maar dominee Oromo is niet tevreden. “Wat is het nut van uitspraken over schendingen van de mensenrechten? Dat dient geen enkel nut!” Er moet iets worden gedáán, en bovendien: het is wel wrang dat de VS, en ook de EG, “nu sympathiseren, nu hun medewerkers door Khartoum zijn vermoord”. “Er zijn duizenden vermoord, en niemand heeft enige actie ondernomen.”

Oromo wijst op de toestand in Juba, de grote stad in het zuiden waar de regering “de 300.000 inwoners als menselijk schild gebruikt”. De mensen krijgen er alleen voedsel als ze islamiet worden en “er worden kinderen in de Nijl gegooid”. Uit Juba komt nog wel wat informatie naar buiten. De mensenrechtenorganisatie Amnesty International bij voorbeeld heeft zojuist een rapport over de toestand daar gepubliceerd waarin zij spreekt van “flagrante minachting voor de mensenrechten”. Amnesty citeert onder andere berichten over lijken die in de Nijl drijven, en gevallen van willekeurig moordpartijen door het leger op burgers. Maar over de toestand in andere steden - zoals de 14 plaatsen die de afgelopen maanden door het regeringsleger op de verdeelde Zuidsoedanese rebellen zijn heroverd - is niets bekend. De regering laat geen Westerse pottekijkers toe. Zelf is hij uit een van die veertien plaatsen afkomstig, uit Torit.

Dominee Oromo is bang dat de situatie in Zuid-Soedan zonder ingrijpen van buitenaf zodanig zal verslechteren dat de hongersnood van 1988, toen honderdduizenden stierven, zich herhaalt. De regering maakt het de (VN-)hulporganisaties steeds moeilijker in het zuiden te opereren: “De autoriteiten willen niet dat zuiderlingen worden gered”.

“De zuiderlingen willen nu eindelijk als menselijke wezens leven”, zegt hij. “Maar hoe?”