Een van de monarchale fossielen

Aan kinderen uitleggen wat de constitutionele monarchie is, is niet zo eenvoudig als men zou denken. Als leraar heb ik wel eens voor deze taak gestaan en toen ervaren dat de Nederlandse staatsvorm niet bestand is tegen deze allersimpelste toets van duidelijkheid. Leerlingen kunnen nog net het concept van democratie bevatten, maar als hun wordt uitgelegd dat het symbool van de Dietse volksmacht een gecastreerd koningschap is, haken zij af. De glazige oogjes verraden dat het de scholieren ontgaat waarom een sprookjesmotief tot teken van een moderne staat is gemaakt. Koningen zijn immers per definitie bovenmenselijke figuren. Ook volwassen Nederlanders blijken er moeite mee te hebben het staatssymbool op juiste onwaarde te schatten: met smeekschriften wenden zij zich nog steeds tot de vorst in de verwachting van "royaal' gedrag. In de opvoeding tot staatsburger is de constitutionele monarchie gewoon een slechte les.

Met verbazing leest de redelijk denkende staatsburger dezer dagen diverse apologieën van het koningschap. Bij gelegenheid van het koperen ambtsjubileum van koningin Beatrix wringen politieke, staatsrechtelijke en historische deskundigen zich in allerlei bochten om de mythe van de monarchie te rechtvaardigen: toch is het koningschap zo slecht nog niet. De verontschuldigende toon getuigt in ieder geval nog van een slecht geweten. Op die toon heb ik ook eens gesproken, namelijk toen ik op een ouderavond van de kleuterschool van mijn dochters pleitte voor het handhaven van een echte mythe, die van Sinterklaas. Je hoort jezelf dan dingen zeggen die niet door de rationele beugel kunnen: het kan geen kwaad, het is zo leuk, zo ongevaarlijk, zo gezellig.

In wezen gebruikt ook Tjeenk Willink dat argument van gezelligheid als hij de koningin "het symbool van de gemeenschap die we gezamenlijk vormen' noemt. Lichtelijk mystiek is ook Lubbers' ode: "Het koninklijk paar heeft het abstracte begrip natie een hart gegeven'. En heeft de historicus Kossmann het rood van zijn konen weten te dringen toen hij "de nieuwe vorm van glorie' van het moderne koningschap verheerlijkte?

Juist van een geschiedkundige zou men beter mogen verwachten. Bij een andere natie dan de Nederlandse, één met historisch besef, zou men ieder jaar aan de schoolkinderen op geschept papier een kopie van het Placcaert van Verlatinghe van 1581 uitreiken, het nobele document waarin de Nederlandse "natie' Filips II afzweert. Het is waar, na deze revolutionaire daad heeft men nog enige jaren geleurd met het landsheerschap, maar toen geen van de buitenlandse aspiranten voldeed, besloot men in arren moede maar vorst-loos door te gaan. Deze onthoofde staat gaat dan op zoek naar legitimering en vindt die in de respublica Romana. De oude Romeinen hadden getoond hoe een gemeenschap glorierijk zonder koning uitkwam. Het doet de classicus goed te zien dat dezelfde oudheid die autoritaire en fascistische regimes aan hun prototypen heeft geholpen, ook burgerlijke bestuursvormen tot rechtvaardiging heeft gediend.

Onze per ongeluk modernste staat van West-Europa is in de achttiende eeuw het inspirerende model voor staatkundige denkers in het buitenland. Nog onlangs las ik blozend van genoegen een passage in de handelingen van de Assemblée Nationale uit het revolutiejaar 1789. Daarin werd de Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden aan Frankrijk ten voorbeeld gesteld. De ironie van de geschiedenis, die Nederland ooit tot de eerste Noordwesteuropese republiek maakte, heeft ervoor gezorgd dat we nu een van de monarchale fossielen in de wereld zijn.

Het koningschap is een "functie waar niemand om vragen zou'. Inderdaad, het is een onmogelijke baan die je geen mens moet willen aandoen. Als de vorst zich als symbool gedraagt, wordt hij gegispt als afstandelijk en verwaten. Nee, vorstelijke personen moeten "gewoon' doen, maar dat wel meer met onmenswaardige mate. Er ontstaat meteen een schandaal als een "royal' eens ligt te vrijen op een Zuidfrans strand. Dus ook al met het oog op de mensenrechten dient het koningschap te worden opgeruimd.

Het is dat ik al gepromoveerd ben, anders zou ik aan mijn dissertatie de stelling toevoegen die de bezwaren tegen het constitutionele koningschap aldus samenvat: het is uit pedagogische, principiële, historische en humanitaire redenen gewenst dat in Nederland de republikeinse staatsvorm wordt hersteld.