Dreigen met schorsing

Waar staat het huis van mijn vriend? (Khaneh-ye doust kojast?). Regie: Abbas Kiarostami. Met: Babak Ahmadpoor, Ahmad Ahmadpoor. Amsterdam, De Uitkijk; Utrecht, 't Hoogt.

De Iraanse regisseur Abbas Kiarostami maakte Waar staat het huis van mijn vriend? als kinderfilm, maar in Nederland wordt hij uitgebracht voor volwassenen. Begrijpelijk: van westerse kinderen eist de film te veel geduld en te veel inlevingsvermogen in leeftijdgenootjes op het Iraanse platteland, in het effect van hun armelijke omstandigheden en vooral in de manier waarop ze onderworpen zijn aan de autoritaire, ongevoelige opvoedingsmethoden van hun fundamentalistisch Islamitische vaders, grootvaders en onderwijzer.

Het ene jongetje neemt per ongeluk het schrift van het andere mee. Geen tegenslag is hem te veel om dat schrift diezelfde dag weer terug te brengen, want de onderwijzer heeft met veel vertoon gedreigd dat niet in het schrift gemaakt huiswerk onverbiddelijk zal leiden tot schorsing. Een westers kind zal zo'n dreigement maar moeilijk navoelen. Dat vindt meer terug in Ben Sombogaarts prachtige jeugdfilm Het zakmes met hetzelfde thema (het benijdenswaardige zakmes van de een belandt in de zak van de ander), want daar bestaat de dreiging niet in de angst voor de meester, maar in loyaliteit tussen twee vriendjes.

Voor volwassenen is Waar staat het huis van mijn vriend weer te veel een kinderfilm. Hij kan het vertelde tot in de details plaatsen, maar het verhaaltje is dun, anekdotisch en enkelvoudig, het verloop is simpel en spanningsloos traag in plaats van poëtisch, en het slot pathetisch. Hij zal een enkele weemoedige gedachte wijden aan die klas vol opeengepakte, open jongensgezichtjes omdat zich daar de afgerichte mannenkoppen van hun vaders en buurmannen uit zullen ontwikkelen. Daarna houdt hij het voor gezien.