DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

DR. J.E. ANDRIESSEN (CDA); Begroting: 4,0 miljard gulden Aantal ambtenaren: 5.287 Belangrijkste beleidsdocument: industriebeleid

Drie jaar oud is het kabinet Lubbers/Kok - tijd voor een tussenbalans. Vandaag het vierde deel van een serie evaluerende portretten: J.E. Andriessen, minister van economische zaken.

DEN HAAG, 5 NOV. Hij had het politieke geweten van de christen-democraten in het kabinet Lubbers/Kok moeten worden. Maar als opvolger van CDA-minister De Koning heeft dr. J.E. Andriessen zich niet waargemaakt.

Drs. J. De Koning vond het na een ministeriële loopbaan van twaalf jaar welletjes en daarmee verloor minister-president Lubbers zijn intellectuele sparring-partner. In 1989 werd Andriessen, toen voorzitter van de christelijke werkgeversorganisatie NCW, door formateur Lubbers benaderd met de vraag of hij iemand wist voor het ministerschap van economische zaken. Toen hij later in het gesprek zelf werd gevraagd, hapte hij gretig toe.

Andriessen heeft zich in de afgelopen drie jaar niet ontwikkeld tot de "intellectuele vice-premier'. Zelf heeft hij daar geen enkele moeite mee. “Dat was de verwachting van de buitenwereld, niet mijn intentie.”

Begin jaren zestig werd Koos Andriessen lid van de CHU, niet uit bevlogenheid maar omdat de ledenwerver hem zo "grappig' benaderde. Een echte partijganger is hij nooit geworden en daardoor ontbreekt het hem aan een eigen achterban in de Tweede Kamer.

De voormalige topman van het Van Leer-concern, waar hij op koele wijze leiding gaf aan een omvangrijke sanering, is geen politieke krachtpatser. Zijn thema, het reveil van het industriebeleid, is noodgedwongen op de politieke agenda komen te staan omdat steeds meer Nederlandse "kroonjuwelen' - Volvo-Car, DAF, Fokker - geheel of gedeeltelijk in buitenlandse handen komen. Een week geleden zette Andriessen een punt achter het Fokker-dossier. In de Kamer bestaat waardering voor de manier waarop hij de zaak heeft afgehandeld. Maar waarom greep de minister van economische zaken pas in zo'n laat stadium in? Bij de behandeling van de begroting van economische zaken werden gisteren vraagtekens geplaatst bij het visionaire karakter van het beleid. De analyses zijn gedegen, het handelen is pragmatisch, maar de politieke overtuigingskracht en concrete beleidsdaden ontbreken.

In de ministerraad slaat Andriessen zelden met de vuist op tafel. Een schril contrast met zijn optreden in het kabinet Marijnen (1963-1965), waar hij de felle, "linkse' jongen (een "drammer') in een rechts kabinet was. Nu is hij een wijze, rechtse, oude man in een centrum/links kabinet.

De éminence grise is een buitenbeentje in het kabinet. Op het moment dat in de zomer van 1990 de Golf-crisis uitbrak, was Andriessen de enige minister die in Nederland vertoefde. In de tuin van een Veluws hotel bediende hij het NOS-journaal. Een scherpe analyse en politieke standaardformules als "uiterst zorgwekkend' bleven uit. Zijn antwoorden en houding was er een van "ach, wat kan ik nu na één dag oorlog zeggen over de consequenties'.

In het begin haalde Andriessen meermalen de media met geprofileerde uitspraken over thema's die buiten zijn onmiddellijke verantwoordelijkheid liggen, zoals het minimumloon, de kinderbijslag en de ziektewetuitkeringen. CDA-leider Lubbers en CDA-fractievoorzitter Brinkman lieten Andriessen genadeloos vallen.

Tot twee keer toe heeft de EZ-bewindsman fel van zich afgebeten en gewonnen. Hij verzette zich tegen het voorstel van minister Kok (financiën) om de rekening van de uit de hand lopende uitgaven van de investeringssubsidie WIR alleen bij het bedrijfsleven te deponeren. Ook de regulerende energieheffing is door hem zorgvuldig ten grave gedragen.

In zijn functie van NCW-voorzitter had Andriessen veel kritiek op de overheid en vooral op Economische Zaken. Het departement heeft geblunderd (de RSV-affaire) en heeft prestige en vertrouwen verloren bij het bedrijfsleven. "Geen visie.' Allergisch is hij voor de bureaucratie. Een paar dagen voor zijn benoeming als minister sprak Andriessen harde taal en vergeleek hij de overheid met een puber: beiden worstelen met hun identiteit. De overheid moet zich meten aan het bedrijfsleven en zich concenteren op haar kerntaken. Als panacee voor de verkokering pleitte Andriessen voor het instellen van een zogenoemde "civil service' naar Brits model. De ambtenaren zijn niet langer in dienst van een departement maar bij het rijk, en zij wisselen van functie zodat ze zich ook niet vereenzelvigen met hun beleidsterrein. Zijn kritiek smoorde toen hij weer op het regeringspluche zat.

De benoeming van Andriessen veroorzaakte enig tumult op het department, maar de rust keerde snel terug. De gevreesde aardverschuiving bleef uit. EZ-ambtenaren spreken nu met een mengeling van waardering en vrees over de politiek leider. Zijn kennis van de dossiers wordt geroemd, zijn afstandelijkheid gevreesd. Een man die recepties en personeelsfeestjes zoveel mogelijk mijdt en het liefst golft. Alleen.

Een wereld van verschil met zijn voorganger dr. R.W. de Korte. De VVD-minister had buiten het departement een zwak imago, maar intern een goede naam als aimabel teamleider die veel delegeerde. “De Korte hield doorlopend spreekuur”, herinnert een EZ-ambtenaar zich. Andriessen tikt notities en speeches vaak zelf op zijn eigen Apple-computer.

Bij zijn komst had Andriessen bedongen dat de secretaris-generaal van EZ, prof. dr. F.W. Rutten, zou vertrekken. Rutten domineerde het ministerie en had onder de ministers Van Aardenne, Terlouw en De Korte vrij spel. Ruttens opvolger, mr. L.A. Geelhoed (PvdA), deelt Andriessens afkeer van bureacratische procedures. Verder is de relatie tussen de politieke en de ambtelijke leider van het departement zeer functioneel en “een beetje ijzig”, meent een ambtenaar uit hun directe omgeving.

Hetzelfde geldt voor de werkrelatie met staatssecretaris mr. Y.M.C.T. van Rooy. Twee CDA-bewindslieden op één departement, dat schept een band, maar ze treffen elkaar alleen tijdens de ministersstaf op maandagochtend. Klassiek is het verhaal over de wekelijkse stafvergadering. “Wel vol hier”, flapte Andriessen eruit tijdens zijn eerste stafvergadering. Sinds die keer is het nooit meer zo vol geweest.

Vandaag verdedigt Andriessen zijn beleid in het parlement. “De Kamer: 't is een soort koffiehuis waar alles bij elkaar komt. Gezellig.”