"Cultuur, dat is toch het milieu en zo?'

AMSTERDAM, 5 NOV. Vraag een klasje Amsterdamse schoolkinderen wat "cultuur' betekent en het schuchtere antwoord luidt: “De natuur. Het milieu en zo.” Maar waar is een museum dan goed voor? “O ja, dat is om oude spullen te bewaren.”

Groep zeven van basisschool De Palm kreeg vanochtend in de "Poppenhuiszaal' van het Rijksmuseum een les cultuurbehoud van minister Hedy d'Ancona. De minister van WVC had de klas uitgenodigd om een lesboekje in ontvangst te nemen met de titel "Cultuurbehoud, wat is dat?' Bedoeling van het boekje is schoolkinderen het belang van cultuurbehoud in de vorm van musea en archieven bij te brengen.

Voor de meeste kinderen is het hun eerste “museum-ervaring”, weet de leraar die het groepje van vijftien kinderen begeleidt. Sommigen hebben het Scheepvaartmuseum of een oorlogsmuseum wel eens van binnen gezien, maar het Rijks?

Bewaren ze zelf ook dingen thuis, wil de minister weten, nadat ze de vijftien kinderen als een akela om zich heeft verzameld. Jazeker, knikken ze. “Plaatjes van Goede Tijden, Slechte Tijden”, roept een meisje met paardestaart. En welke spullen zouden ze geconserveerd willen zien in overheidsarchieven? “Oude zwemdiploma's”, stelt een meisje voor. “Mijn eerste knuffel”, zegt een ander.

De "les' bestaat vervolgens uit een exposé van d'Ancona bij een antiek poppenhuis. Kinderkamer, keuken en droogzolder passeren de revue. De kinderen geven de les pijlsnel een nuchtere wending. “Hoeveel verdienden die mensen eigenlijk?”, vraagt een lefgosertje met een sleutelbos om zijn nek. “Ik heb bij geschiedenis gehoord dat een knaak toen veel meer waard was.” En de bedienden, wil een ander weten, konden die zich vrijkopen? “Nou, het waren geen slaven hoor”, licht de minister toe, “veel mensen waren toen blij dat ze kost en inwoning hadden”.

“Hoe weet u dat allemaal?”, vraagt een knul. Tja, op het ministerie zitten heel deskundige mensen, zegt de minister. “Waarom leggen hun het ons dan niet uit?”, dringt de jongen aan. “We vonden het een leuk idee om de baas van het ministerie dat te laten doen”, zegt d'Ancona. De jongen peinst even. “Weet u dan ook hoeveel Rembrandt voor zijn schilderijen kreeg?”