CHAGALLS WANDSCHILDERINGEN VOOR HET JOODSE STAATSTHEATER; Troost in Moskou

Tentoonstelling Marc Chagall and the Jewish Theater. Guggenheim Museum in SoHo. 575 Broadway. T/m 17 jan. Inl 09-1212 423 3500. Cat $ 35.

De grootse groepstentoonstelling over de Russische Avant-Garde in het Guggenheim Museum Uptown valt samen met een eenzame presentatie in het Guggenheim SoHo van Marc Chagalls wandschilderingen voor het auditorium van het Joodse Staatstheater in Moskou. Dat is geen toeval. Chagall groeide op in het ghetto van Vitebsk. Als Commissaris voor de Kunst in die stad stichtte hij er in 1918 een kunstacademie. Chagall trok onder anderen El Lissitzky als leraar aan, die op zijn beurt Malevitsj introduceerde. Er ontstond een strijd tussen de doctrinaire Malevitsj, die de school gebruikte om er zijn theorieën over abstracte kunst verder te ontwikkelen, en Chagall, die vasthield aan een figuratieve stijl.

Het is niet zeker of Malevitsj daadwerkelijk Chagall heeft weggepest, zoals vaak wordt beweerd. Hoe het ook zij, de laatste vertrok in 1920 gedesillusioneerd naar Moskou. Hier schilderde hij in één maand het reusachtige "Introductie tot het Joodse Theater' en "Muziek' (voorgesteld door zijn bekende groene vioolspeler), "Dans', "Literatuur' en "Drama'; "Het Bruiloftsmaal' en "Liefde op het Toneel'. Chagall beschouwde ze als zijn meesterwerken. Ze omvatten alle hem kenmerkende inhoudelijke en stilistische elementen.

Alles wat volgens Chagall in een Modern Joods Theater thuishoorde, komt op de schilderingen voor: figuren uit het circus, de klassieke dans, de muziek, uit Chassidische verhalen en de Russische folklore. Vaak beeldde Chagall ook zichzelf af, tussen familieleden en door hem bewonderde mensen uit het theater. Omdat de doeken vol betekenislagen en raadseltjes zitten, is het goed het essay in de begeleidende catalogus van de Israelische kunsthistoricus Ziva Amishai-Maisels bij de hand te houden.

Chagall verwerkte in de doeken in Parijs opgedane fauvistische en kubistische invloeden. Hij ontleende rechtstreeks elementen van Malevitsjs suprematisme, zoals het zwarte vierkant in "Muziek', maar drijft ook meermalen de spot met Malevitsj, door bijvoorbeeld diens vroege figuratieve werk als "Koe en Viool' (uit 1913) te parodiëren. El Lissitzky wordt afgebeeld als een "onmachtig kunstenaar': een eenarmige muzikant met een gebroken viool die een spagaat maakt ("shpaltung' in het jiddisch betekent zowel spagaat als onenigheid).

Op de tentoonstelling wordt ook aandacht besteed aan de geschiedenis van het Joodse Staatstheater, dat een belangrijke rol speelde in joodse bewustwording. Ergerlijk is, dat het Guggenheim haar bedoelingen - een serieus beeld geven van de uitzonderlijke plaats die Chagall inneemt in de Russische kunstgeschiedenis - ondergraaft door in de museumwinkel voor $ 145 een bijzonder truttig souvenir aan te bieden: de groene violist met paarse jas en kubistische viool als "Jack-in-the-box'. Men mag aannemen dat de directie de Nederlandse naam voor dit speelgoed niet kent: duveltje uit een doosje.