Als ik op straat moet slapen, ga ik dood van angst

AMSTERDAM, 5 NOV. “Als ik op straat moet slapen ga ik dood van angst en eenzaamheid. Ik heb een vaste plaats nodig waar ik me thuis voel”, zegt een bewoner van sociaal pension Vrijburg. Het nieuwe opvangcentrum voor Amsterdamse dak-en thuislozen met geestelijke problemen is gisteren officieel geopend. Pension Vrijburg is het eerste opvangproject in Nederland waarin naast de gebruikelijke materiële zorg ook permanente hulp door een psychiater en een verpleegkundige wordt geboden.

Volgens pensionhoofd P. de Ruyter heeft vijfentachtig procent van de bewoners in het verleden psychiatrische hulp gehad. Het pension wordt voor het merendeel bewoond door mensen die niet in de "normale' groep van dak- en thuislozen passen. “Het zijn eenlingen die zich op straat niet veilig voelen. 's Nachts blijven ze lopen, omdat ze bang zijn overvallen te worden. Maar overdag kunnen ze ook niet slapen op straat.” De bewoners zijn volgens De Ruyter bekend in het circuit van passantenverblijven, het Leger des Heils en Hulp voor Onbehuisden (HVO) die hen soms doorverwijzen.

De Ruyter schat dat Amsterdam zeshonderd "geestelijk zwakkere' dak-en thuislozen telt. Het aantal neemt volgens hem toe. Onderzoek naar het precieze aantal is onmogelijk, omdat ze soms op straat leven en soms de dag doorbrengen in bibliotheken, het Centraal Station of een pension. “De ene dag tellen we er honderd, de andere vijfhonderd.”

De leiding van Vrijburg is twee maanden geleden in alle stilte met het project begonnen. Van de 55 kamers worden er nu 45 bewoond. De Ruyter zit in een nog half ingericht kantoor op de eerste verdieping van het pension. Zo nu en dan vliegt de deur open. “Zeg hé, iemand aan de telefoon, wat mot ik doen”, roept een binnenstormende portier. “Het personeel van Vrijburg zoals de wasjuffrouw, schoonmakers en portiers zijn bewoners”, legt De Ruyter uit.

De portier Mario was een van de eerste bewoners van Vrijburg. Twee maanden geleden betrok hij zijn kamer in het pension. Mario neemt de telefoon op, ontvangt bezoekers en houdt de monitor in de gaten, waarop de gangen van alle verdiepingen te zien zijn. Zijn functie in het nieuwe verblijf bevalt hem prima. “Ik wil een vast levensritme hebben, anders ga ik duimen draaien”, zegt hij. In andere pensions probeerden ze hem "vast te pinnen' door zijn uitkering af te nemen. In Vrijburg krijgt hij na aftrek van premies en verblijfskosten de rest op een bankrekening gestort. “Dan kun je nog eens dronken worden.”

De bewoners zijn volgens Mario ook prettiger in de omgang dan in vele andere pensions. “In Huize de Kroon moet je tienduizend volt op je kledingrek zetten, anders wordt alles gejat. Dat heb ik hier nog niet meegemaakt.” Bewoonster Christien is minder tevreden. Aan een tafel in de kantine rookt ze de ene sigaret na de andere. “Niemand zit hier voor z'n lol”, zegt ze, terwijl ze naar een groep bewoners wijst die om een tafel zitten en duidelijk veel plezier hebben. “Iedereen heeft problemen. Ze lachen ook nog om elkaars ellende”, zegt ze fel.

Na de opening van het pension begint de GG & GD een onderzoek om te zien waar de bewoners na Vrijburg terecht komen en of het pension onderdak biedt aan de juiste personen. Nog voor de officiële opening werd twee dak- en thuislozen de deur gewezen. Eén was volgens het pensionhoofd over-actief. Toen de leiding even niet toekeek, had hij de bomen in de tuin met een zaag toegetakeld. Hij weigerde de noodzakelijke medicijnen om rustig te worden. De ander had na het zien van televisiebeelden van de Bijlmerramp zijn kamer in de brand gestoken.

Mario ziet zijn verblijf in Vrijburg als een overbruggingsperiode naar een begeleid kamer-woning project van HVO, of naar de zomer. Mario: “Maar over een paar maanden, als de zon gaat schijnen, gaat het weer kriebelen. 's Zomers is het verdomd mooi buiten!”