Ajax blijkt beperkt als de bal niet rolt en het gras niet groen is

AMSTERDAM, 5 NOV. Wanneer zij in de schaduw van provincialen worden gedrongen, voelen Amsterdammers zich in hun hoofdstedelijke superioriteit aangetast. Dat Ajax de laatste dagen minder aandacht is toebedeeld dan zijn antipode uit Brabant, moet niet alleen de Amsterdamse spelers maar vooral hun aanhang hebben geprikkeld. Afgunst zou voor de Ajacieden daarom motiverend moeten werken om 25.000 hondstrouwe supporters een voetbalshow voor te schotelen die elk positief resultaat van PSV overtreft.

Vitoria Guimaraes, de nummer veertien van de Portugese eerste divisie die veertien dagen geleden al voor eigen publiek met 3-0 werd vernederd, leek daarvoor in het Olympisch Stadion een geschikte speelbal. Maar in plaats van bewondering oogstte de verdediger van de UEFA Cup na de 2-1 overwinning een repeterend fluitconcert.

Ajax-trainer Louis van Gaal sloot kennelijk zijn oren, want hij meende dat de afkeurende respons niet tot zijn team was gericht. “Ik denk dat het voor Guimaraes was”, zei hij overtuigd. Maar zelfs de man die hardnekkig positief kan zijn over de prestaties van zijn elftal kon er niet omheen: “Het is ongelooflijk. Ik ben niet eens blij. We zitten in de derde ronde, maar ik ben teleurgesteld. En ze wilden zich zo graag revancheren voor de slechte wedstrijd tegen Den Bosch.” Misschien was zijn elftal wel te gretig geweest, besefte hij. Te snel spelen, te veel willen doen. En dat is slopend.

En Van Gaal had daags tevoren nog beloofd dat Ajax de show zou stelen. Psychologie of niet van Van Gaal, misschien is dat wel wat Ajacieden - van de jongste pupillen tot grootste vedetten - wel eens parten speelt. Dat meerderwaardigheidsgevoel. Als het een keer niet meezit, als de bal niet rolt, als het gras niet groen is, als de tegenstander niet wil meewerken, als "lucky Ajax' geen geluk heeft, dan moet er zoals ex-bondscoach Zwartkruis het verwoordde "werkvoetbal' gepleegd worden, dan moet het resultaat worden afgedwongen. En dat valt niet mee voor voetballers die omringd worden door een kritiekloze aanhang die elk mooi doelpunt verheft tot een doelpunt van een andere planeet.

Natuurlijk telt het mee dat Ajax al met 3-0 de uitwedstrijd in Portugal had gewonnen. Maar juist daarom vergaten bepaalde spelers waarschijnlijk dat zij naar verhouding beperkt zijn, dat zij hun artistieke neigingen moeten onderdrukken en die moeten overlaten aan de collega's die daartoe wel in staat zijn. In het eerste kwartier van het bekerduel leek Ajax zijn zwaar betalende gasten op de tribunes nog te zullen trakteren op een handvol doelpunten, maar toen de goals uitbleven zakte het elftal treurig weg, zoals dat volgens Ajax-adepten al lang niet meer vertoond was. Zelfs in de wedstrijd tegen degradatiekandidaat Den Bosch (2-2) van afgelopen zondag was Ajax in hun ogen niet zo zwak geweest.

Waar was Dennis Bergkamp bijvoorbeeld? Hij scoorde weliswaar eenmaal, dank zij een misgreep van tweede doelman Jesus. Maar verder was de spits die de toekomstige "transfer van de eeuw' op zijn schouders meetorst, vrij anoniem. Het valt een mens niet kwalijk te nemen dat hij niet altijd aan de verwachtingen voldoet, ook een topsporter niet. Zowat elke dag wordt Bergkamp herinnerd aan de hem toegedichte bovennatuurlijke kwaliteiten en aan de kennelijk onvermijdelijke miljoenentransfer. Vraag het Baggio of Lentini, de duurste spelers van deze planeet.

Nuchter als Bergkamp probeert te zijn, geen mens is bestand tegen zoveel overdreven aandacht. Altijd maar aandacht. Waarom die uitleg, die technische analyse, die kosten-baten-analyse, die zogenaamde opties, die geruchten, die gossip, alles om wille van de scoop van de media? Probeer dat maar eens wekelijks waar te maken. Probeer dan maar eens netjes te blijven, probeer dan maar eens jezelf te blijven, te blijven scoren.

En dan zegt penningmeester Van Os van Ajax dat hij zo snel mogelijk, in januari, uitsluitsel wil over de toekomst van Bergkamp, die wenst te blijven als Ajax kampioen wordt. Maar, zegt van Os, dat zou wel eens op de laatste dag van de competitie beslist kunnen worden. En zo lang wil hij natuurlijk niet wachten. Want ook Ajax heeft, met alle respect voor de mens Bergkamp, geld nodig, wil de club gelijke tred kunnen houden met de echte top.

Hoe dichter dat moment nadert, hoe nerveuzer Bergkamp wordt. Scoren doet hij nog wel regelmatig. Maar op momenten dat alle ogen op Kwatta gericht zijn geeft hij niet thuis. In de wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Polen faalde hij pijnlijk, gisteren in het duel tegen Vitoria zou hij met een doelpunt of drie Europese aandacht hebben getrokken. Dat hij tegen RKC een wonderbaarlijk doelpunt maakt als de wedstrijd al lang is gewonnen, is niet zo'n kunst als menig Ajacied wil doen geloven. Maar dat is de Ajax-cultuur. Houd je daarin als bescheiden jongen maar eens staande.

Neem nu Roy. Eens was hij een vedette, leek ook hij klaar voor een miljoenenstransfer naar PSV of Fiorentina. Maandagmorgen trainde hij in de stromende regen mee met wat reserves en assistent-trainer Van der Lem. Gisteren zat hij op de reservebank. Op de ene hoek, trainer Van Gaal op de andere hoek. Sinds half september mag Bryan Roy uitkijken naar een andere club. Liefst een royale club, vindt het Ajax-bestuur. Maar Roy is nog wel reserve. Bij gebrek aan alternatieven, zegt Van Gaal.

Gisteren speelde Roys opvolger, Edgar Davids, één helft enthousiast en aandoenlijk volgens de normen van de trainer, maar was hij tegen het einde van de doodbloedende wedstrijd als menig andere Ajacied rijp voor vervanging. Van Loen en het onmiskenbare talent Seedorf (16 jaar), die dinsdag een hele wedstrijd in het tweede van Ajax speelde en gistermorgen op school zat, mochten invallen, Maar Roy niet. Maar nee. Hij moet het wel heel erg verbruid hebben bij meester Van Gaal. Zo'n vernedering wens je toch niet je liefste kind toe. Roy ondergaat dat lot. Dom of verstandig? Ajax of een transfer naar pakweg Ascoli? Nee dan liever Ajax, zijn cluppie. Twijfels, vraag het Bergkamp. Of over vijf jaar Clarence Seedorf.