Yesterday 's gone (?)

NEW YORK - De nederlaag van de Republikeinen is begonnen toen Pat Buchanan, de extreem rechtse columnist, begin van dit jaar enig succes behaalde in de voorverkiezingen. De grondslag voor de overwinning van de Democraten is gelegd in juli, op de Conventie, waar twee dingen duidelijk werden: dat het gezicht van de partij niet meer zichtbaar werd beïnvloed door "liberals" - overigens voor het grootste deel respectabele, gematigd progressieven - en dat dit nieuwe midden ook de energie en het zelfvertrouwen voor een lange campagne had.

Het succes van Pat Buchanan werd door het Republikeinse hoofdkwartier opgevat als het eerste teken dat aan de rechterzijde de meeste winst viel te behalen. Op de Conventie in augustus werd tenslotte dienovereenkomstig de toon gezet. De campagne is consequent op deze manier gevoerd, met de nadruk op de verdediging van oude principes: zo weinig mogeljk regering, zoveel mogelijk economische vrijheid, en dit gesteund door de traditionele opvattingen: "family values', vertrouwen en karakter. Het gevolg was dat Bush en de zijnen zich ver aan de rechterzijde verankerden.

Daarmee was in beginsel het grote verschil gegeven: het programma van de Democraten tegen het "karakter' van de Republikeinen. Dit verschil heeft in de loop van de strijd het aanzien gegeven aan de persoonlijke aanvallen op Clinton en Gore. Die strategie leek succes te hebben: uit de polls bleek dat Bush zijn achterstand snel inhaalde. Dat beloofde meer. In de laatste tien dagen van de campagne heeft de president zichzelf regelrechte scheldpartijen veroorloofd, misschien in de illusie dat hij als een bokser bezig was, een roffel genadeslagen uit te delen. Dit is één van zijn grootste vergissingen geweest.

Uit enquêtes is intussen gebleken dat de "family values' vier procent van de kiezers zorgen baarde en abortus elf procent, tegen 43 procent de economie, 22 procent het begrotingstekort en 21 procent de gezondheidszorg. De Republikeinen, meegesleept door hun eigen opwinding over het persoonlijke gevecht, zagen niet dat het om het programma ging. Om te beginnen is het bewonderenswaardig van Clinton dat hij zich niet door de reeks steeds fanatieker wordende persoonlijke aanvallen en verdachtmakingen heeft laten provoceren. Van tijd tot tijd heeft hij zich verweerd zonder zich in de scheldpartij te laten betrekken, en voor het overige onvermoeibaar zijn programma verklaard.

Het is verbazingwekkend hoe consequent het kamp van Bush de werkelijke zorgen van de meerderheid heeft genegeerd. De president heeft zich nooit onderscheiden door grote aandacht voor binnenlandse vraagstukken. Maar het gaat wel ver als men hem, gevraagd naar zijn oplossing voor de criminaliteit, hoort zeggen dat het hoog houden van de "family values' een probaat middel zal blijken te zijn. Dat is een teken. De Republikeinse campagne als geheel wekte de indruk dat die gericht was op een maatschappij van een jaar of dertig geleden. Het persoonlijk negativisme, liever gezegd het schelden, wilde er bij de gemiddelde kiezer al niet in, en het programma sloeg niet op de nood van de situatie waarin miljoenen terecht zijn gekomen. Daardoor is de Republikeinse overtuigingskracht dusdanig geërodeerd dat men de president massaal in de steek heeft gelaten.

Ieder groot succes en iedere grote nederlaag wordt weldra bedolven onder een mantel van gemeenplaatsen. Met Clinton en Gore, zegt men, treedt de nieuwe generatie aan. Hier staan mensen die begrijpen dat het Amerika van de Koude Oorlog niet meer bestaat en die bereid en in staat zijn een nieuwe samenleving met andere zorgen naar een betere toekomst te leiden. Enzovoort. De waarheid is dat de toestand waarin de Verenigde Staten zich nu bevinden, al jaren is voorzien en dat er onophoudelijk tegen is gewaarschuwd. Maar het ontbrak de Democraten aan de samenhang die nodig was om de verkiezingen te winnen. Door het ontegenzeggelijk leiderschap van Bill Clinton hebben ze zich die kwaliteit verworven. In de moordende vuurdoop van de negatieve propaganda hebben ze zich niet laten overbluffen en de meerderheid van de kiezers heeft zich dat evenmin laten overkomen. Dat is een niet geringe prestatie.

Het nieuwe lied van de Democraten is Yesterday 's gone. Maar is er met Clintons overwinning een keerpunt bereikt? In zo'n zee van vraagstukken bestaat geen keerpunt; op z'n hoogst een zichtbare verbetering na een paar jaar van het taaiste volhouden. Het elan van de Conventie is tegen alle woedende aanvallen in, niet verslapt. Amerikanen hebben een verrassende reserve aan energie als de nood aan de man komt. Clinton zelf is in de dertien maanden van zijn campagne gegroeid; het signalement van het begin, datgene waarmee hij tot de laatste dag is aangevallen, past niet meer op hem. Nu de rest.

Aan het einde van het verkiezingsetmaal ging ik in de winkel op de hoek even kijken of er al een krant te koop was. Aan de overkant van de straat maakten vijf daklozen zich gereed, hun slaapkamer van kartonnen dozen te betrekken. Die wonen daar nog wel een poosje.