Regisseur Collins van DNA brengt komedie van Nobelprijswinnaar Walcott; Hoe de eerste de derde wereld uitbuit

Viva Detroit, DNA-theater, Amsterdam, 5 t/m 14/11, daarna elders t/m 30/1. Rufus Collins leest op 8/11 in het DNA-theater Walcotts epische tekst 'Omeros' voor, in het Engels, 15 u.

De multiculturele theatergroep De Nieuw Amsterdam (DNA) speelt vanaf donderdag de satirische komedie Viva Detroit van Derek Walcott, dit jaar winnaar van de Nobelprijs voor literatuur.

In de reisbijlage van de New York Times stond een stuk over het Caraïbisch gebied onder de verlokkende kop These islands are yours - en daarom heeft de succesfotografe uit het modieuze New York op dit zonovergoten eiland een pied à terre gekocht. De vraag is nu of de zwarte bevolking zich gastvrij en dus gehoorzaam zal gedragen, want in het massatoerisme schemeren volgens Derek Walcott nog volop aspecten door van de vroegere slavernij. In zijn van vorig jaar daterende komedie Viva Detroit speelt de pas gelouwerde schrijver een sardonisch spel met de wederzijdse verwachtingspatronen.

“Het stuk is een helder statement over de manier waarop de eerste en de derde wereld elkaar op dit ogenblik behandelen,” zegt Rufus Collins, regisseur en artistiek leider van DNA, waar morgen de Nederlandse versie - met Paulette Smit, Felix Burleson en Mike Libanon - ten doop wordt gehouden. “Derek kiest geen partij, hij heeft per slot van rekening zelf gemengd bloed. Er is ook niet echt een keuze te maken. Het probleem is dat de derde wereld gedwongen wordt zich tegenover het westen te prostitueren teneinde te overleven. Hier staan een zwarte man en een blanke vrouw model voor de verhouding tussen de Caraïben en de Verenigde Staten. Maar iedereen die ooit als toerist naar een warm land is geweest, zal de situatie herkennen.”

“Derek heeft er een comedy van gemaakt. Hij heeft me op het hart gebonden: zorg ervoor dat het een comedy is! Het stuk is nog maar twee keer eerder gespeeld, maar veel te realistisch naar zijn zin - en dan klinkt de tekst veel te pamflettistisch. Dat moet niet. Ik heb er allerlei realistische decor-elementen uit verwijderd en laat die via mime suggereren. Een heen-en-weer-tikkende dialoog tussen een zwarte man en een blanke vrouw krijgt de vorm van een erotisch beladen tango. En verderop, als de man een slaaf van de vrouw dreigt te worden, probeer ik de fysieke stijl van de Marx Brothers te benaderen. Ik realiseer me dat ik mijn acteurs voor grote problemen stel, want voor mensen met mijn huidskleur is het nog geen gemeengoed om zichzelf als comedian te zien. Dat is decennia lang een blank prerogatief geweest. Het is goed dat we de woede voorbij beginnen te komen en langzamerhand ook in staat zijn om onszelf te lachen.”

Collins is de afgelopen weken diverse keren gefeliciteerd met de Nobelprijs voor Walcott, “alsof dat mijn verdienste was.” Maar inderdaad: hij kent Walcott al twintig jaar en bracht reeds een jaar geleden diens Een tak van de blauwe Nijl bij DNA. Collins noemt hem “een briljant schrijver met een prachtig gebruik van de taal” en verwacht dat zijn beste toneelwerk nog moet komen: “Over ons soort mensen bestaat het vooroordeel dat we nog niet echt op een bevredigend artistiek niveau staan. Misschien helpt de Nobelprijs eraan mee dat we voortaan iets serieuzer worden genomen. Derek heeft nu al een stuk geschreven voor de Royal Shakespeare Company, dat zijn hoopgevende signalen.”

Met zijn eigen DNA bevindt Rufus Collins zich intussen in een kritieke fase. De Raad voor de Kunst adviseerde negatief over voortzetting van de huidige subsidie van 1,5 miljoen gulden per jaar. De Amsterdamse Kunstraad bracht een genuanceerder advies uit, maar leverde kritiek op de dominerende aanwezigheid van de artistiek leider. “Ja, ik heb soms een grote bek,” beaamt deze. “Ik kom uit een land (Amerika) waar het arbeids-ethos veel krachtiger is ontwikkeld dan hier. Dat heeft wel eens gebotst. Maar hoe hadden we anders uit de grond kunnen stampen wat we nu hebben bereikt? Toen we begonnen, waren er hier nauwelijks zwarte acteurs. We hebben bijna iedereen zelf moeten opleiden. Dat begint pas nu vruchten af te werpen. En gaandeweg krijgen we nu ook ons eigen publiek, een publiek dat voordien nooit naar het theater ging omdat het zich nergens in kon herkennen.”

Een ad hoc-commissie moet dezer dagen duidelijk maken of DNA na 1 januari nog op subsidie kan rekenen. Tot die tijd weet Collins niet of hij zijn toekomstplannen (waaronder een in Paramaribo gesitueerde Drie zusters) zal kunnen realiseren. “Gesubsidieerd theater heeft als taak commentaar te geven op de maatschappij,” zegt hij. “Dat deden Shakespeare en Ibsen en Arthur Miller in hun tijd óók. Het theater moet weerspiegelen wat er op dit moment in de samenleving aan de hand is. Ik vind dat DNA daarmee bij uitstek bezig is.”