Nucleair transport duurt al jaren; Omstreden reis van plutoniumschip

PARIJS/ CHERBOURG, 4 NOV. Het Japanse vrachtschip Akatsuki Maru, dat 1.500 kilo plutonium van Frankrijk naar Japan zal brengen, wacht in internationale wateren tot het kan worden geladen. Dat heeft Charles Josselin, staatssecretaris voor maritieme zaken, meegedeeld.

Daarmee maakte hij een einde aan de verwarring die was ontstaan omdat het schip leek te zijn verdwenen nadat het zondag de haven van Brest had verlaten. De tocht naar Cherbourg hoeft niet langer dan zestien uur te duren.

Volgens de staatssecretaris zal het schip de haven van Cherbourg binnenlopen zodra de lading gereed is om aan boord te worden gebracht. Milieu-activisten noemen de overslag van het plutonium een grote bedreiging, omdat een klein lek al een enorme ramp kan veroorzaken.

Het plutoniumtransport van Frankrijk naar Japan is voor milieu-activisten een "drijvend Tsjernobyl'. Voor het Franse staatsbedrijf Cogema, exploitant van de grote scheidings- en opwerkingsfabriek in La Hague nabij de Normandische havenstad Cherbourg, is slechts sprake van het nakomen van een contract. De reis tussen Cherbourg en Yokohama van de Akatsuki Maru met zijn gevaarlijke lading is voor Cogema noch voor Japan nieuw: sinds 1976 zijn er meer dan honderd uitgevoerd.

Japanse elektriciteitsmaatschappijen die kerncentrales exploiteren sloten in 1976 een contract met Cogema (Compagnie générale des matières nucléaires) dat voorziet in de scheiding en opwerking van 3.000 ton afval van nucleaire brandstoffen uit de Japanse kerncentrales in La Hague. Driekwart ervan is al per schip naar Frankrijk gebracht. Deze transporten hebben nooit veel aandacht getrokken.

Een derde deel van dit Japanse kernafval is inmiddels "opgewerkt' in La Hague, waar ook nucleair "afval' uit kerncentrales in Nederland, Duitsland, Zwitserland, België en Frankrijk wordt behandeld. In totaal komt bij de opwerking van 3.000 ton afval ongeveer 30 ton plutonium vrij dat Japan wil gebruiken als brandstof in snelle kweekreactoren. In de plaats Rokkasho, circa 900 kilometer van Tokio, komt over enige tijd de eerste grote Japanse snelle kweekreactor gereed. Afval uit Japanse kerncentrales wordt ook behandeld in de Britse opwerkingsfabriek in Sellafield aan de Ierse Zee.

Het contract dat de Japanse maatschappijen sloten met Cogema bepaalt dat “alle produkten die na opwerking resulteren door de eigenaar moeten worden teruggenomen”. Dit retour aan afzender gebeurt in de vorm van plutoniumoxyde (wat in Japan kan worden getransformeerd in nucleaire brandstof) of in de vorm van MOX, een mengsel van plutonium- en uraniumoxyde, dat in België, Duitsland en Frankrijk wordt gefabriceerd. Dit mengsel kan in klassieke lichtwaterkerncentrales als brandstof worden gebruikt.

De Japanse contracten vertegenwoordigen voor Cogema een waarde van 20 miljard franc (ruim 6 miljard gulden). In 1984 werd voor het eerst 260 kilo plutonium per schip vanuit Cherbourg naar Japan vervoerd. Het verrijkt uranium dat Japan in zijn kerncentrales als brandstof gebruikt, wordt overigens voor het grootste deel uit de Verenigde Staten en daarnaast uit Canada geïmporteerd. De nucleaire brandstof reist dus al vele jaren lang om de wereld.

Het vervoer van het hoogst giftige plutonium gebeurt niet alleen per schip. Om MOX te produceren, wordt plutonium vanuit La Hague per vrachtauto vervoerd naar fabrieken in België, Duitsland en Frankrijk waar het materiaal tot splijtstofstaven wordt verwerkt. Naar verluidt gaat het om circa 5 tot 6 ton per jaar. Deze transporten mogen in Frankrijk alleen worden verricht door Cogema en haar filiaal Transnucléaire. Ze worden met strenge veiligheidsmaatregelen omgeven.

In de fabriek in La Hague wordt de gebruikte brandstof (verrijkt uranium) uit kerncentrales, ook uit Nederlandse dus, gescheiden in de diverse componenten. Het niet gebruikte uranium, dat 97 procent van de massa omvat, en plutonium (1 procent) kunnen opnieuw worden gebruikt. Japan is verplicht deze produkten terug te nemen. Het zeer hoog radioactieve afval dat dan nog overblijft (2 à 3 procent) wordt in glas gesmolten en opgeslagen in La Hague totdat Japan een eigen methode voor het bewaren of verwerken van dit afval heeft gevonden.

Japan betrekt ook plutonium, in totaal vijftig ton, uit het Britse Sellafield. Zo'n twaalf ton daarvan zou bestemd zijn voor de kleine experimentele snelle kweekreactor Joyo en een nieuwe grotere reactor van dit type, Moniu, die volgend jaar operationeel zou worden. De rest is bestemd voor snelle kweekreactoren die Japan de komende dertig jaar wil bouwen en klassieke centrales die MOX (het mengsel van plutonium en uranium) als brandstof gebruiken.

De 1500 kilo plutonium die de Akatsuki Maru naar Yokohama zal transporteren, wordt verpakt in speciale containers (totaal gewicht 1800 ton) die aan strenge veiligheidsnormen voldoen. Volgens Cogema zijn de containers bestand tegen de druk van water op 10.000 meter diepte (1000 atmosfeer) en kunnen ze gedurende anderhalf uur een temperatuur van 1000 graden Celsius doorstaan. Volgens milieuactivisten kunnen dergelijke hogere temperaturen bij scheepsbranden veel langer voorkomen dan anderhalf uur.

Verscheidene landen hebben verklaard dat ze de Akatsuki Maru niet in hun territoriale wateren zullen toelaten. De route die het schip op zijn reis naar Yokohama zal volgen is geheim. Aangenomen wordt dat het schip ver van territoriale wateren zal blijven. Het wordt begeleid door twee Japanse oorlogsschepen, waarvan er een twee helikopters aan boord heeft. Vermoedelijk zal een Franse kernonderzeeer eveneens in de buurt zijn.