Nederlanders ondersteunden illegale activiteiten ANC'ers; "Een acteur maakte van een fijnzinnig type een Rambo'

AMSTERDAM, 4 NOV. Vijf jaar lang, van 1986 tot 1991, zijn vanuit Nederland hoge leiders van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) Zuid-Afrika binnengesmokkeld, voorzien van een nieuw uiterlijk en een nieuwe identiteit. Ze hebben tijdens hun illegale activiteiten in Zuid-Afrika en in de frontlijnstaten gebruik gemaakt van onderduikadressen die waren ingericht door Nederlanders die speciaal voor dat doel naar zuidelijk Afrika waren gestuurd.

Dat blijkt uit het boek "Operatie Vula' van Conny Braam, de voorzitster van de Anti-Apartheids Beweging Nederland (AABN), waarvan gisteren het eerste exemplaar is overhandigd aan burgemeester Van Thijn van Amsterdam.

"Operatie Vula' (het woord is de verkorte vorm van Vulindlela, "Open de deur') was het geesteskind van de toenmalige voorzitter van het ANC, Oliver Tambo. Het doel van Vula was de verbinding te bewaren tussen het ANC-bestuur in ballingschap en de leiding van het ANC-verzet in Zuid-Afrika zelf. In de bewuste periode raakte Zuid-Afrika steeds meer gemilitariseerd; de frontlijnstaten waren door Pretoria onder druk gezet en de Zuidafrikaanse inlichtingendienst en terreureenheden van politie en leger traden in buurlanden als Mozambique en Swaziland regelmatig op tegen het ANC. Met Operatie Vula hoopte het ANC-bestuur te verhinderen dat de verbinding met het ondergrondse ANC in Zuid-Afrika werd afgesneden. De dagelijkse leiding van de operatie was in handen van Mac Maharaj, communistenleider Joe Slovo en ANC-voorzitter Oliver Tambo zelf.

Zij benaderden in Amsterdam AABN-voorzitster Conny Braam. Met haar hulp werden tussen 1988 en 1991 veertien hoge ANC'ers Zuid-Afrika binnengesmokkeld. Ze kregen in Amsterdam een nieuw uiterlijk aangemeten. Nederlandse grimeurs, pruikenmakers, kostuumontwerpers, een tandarts, later ook een psychiater en een fysiotherapeut, toverden met pruiken, baarden, snorren, prothesen en brillen guerrillastrijders en -strijdsters om in yuppies, respectabele zakenlieden en zelfs Lady Di-achtige types die in niets meer leken op de beschrijvingen die de Zuidafrikaanse geheime dienst in de computers had. Van een jonge man werd een oudere zakenman gemaakt en van een fijnzinnig type een Rambo die door een acteur bijgebracht kreeg hoe hij zich grof en lomp moest gedragen. Sommige ANC'ers kregen zelfs een dubbele vermomming mee.

Tegelijkertijd werden onderduikadressen geschapen door Nederlanders naar Zuid-Afrika en de frontlijnstaten te laten "emigreren' waar ze een nieuw bestaan opbouwden en de illegalen onderdak verleenden. En verder voorzag Operatie Vula in het opzetten van een volledig nieuw communicatiesysteem dat de activisten van het ANC in staat stelde met Amsterdam en via Amsterdam met de ANC-leiding in Lusaka te communiceren. Bij het opzetten van dit systeem werd zelfs het hele netwerk van openbare telefoons in de grootste steden van Zuid-Afrika in kaart gebracht. Stewardessen smokkelden regelmatig computerschijven uit en naar Zuid-Afrika. Het systeem functioneerde zo goed dat ANC-leider Nelson Mandela vanuit de Victor Verster-gevangenis met Oliver Tambo kon communiceren. Toen in de gevangenis de besprekingen begonnen tussen Mandela en het regime, eerst dat van Botha en later dat van De Klerk, werd in de media bericht dat Mandela het overleg op eigen houtje voerde. Volgens Conny Braam klopte dat niet: toen al stond Mandela, buiten medeweten uiteraard van de Zuidafrikaanse autoriteiten, vanuit zijn cel in permanent contact met het ANC-bestuur in Lusaka.

In haar boek duidt Braam de Nederlandse medewerkers aan Operatie Vula uitsluitend met de voornamen aan: de tandarts Diderik, Floris, Winnie, Elise etc. Ze zei gisteren dat die medewerkers nog steeds beschermd moeten worden, ook al is sinds februari 1990 het ANC legaal, is Mandela vrij en is er een moeizame dialoog op gang gekomen met de regering-De Klerk. Maar nog in de zomer van 1991 werd een aantal Vula-betrokkenen opgepakt en voor de rechter gebracht. De Zuidafrikaanse veiligheidsdienst ontdekte de codenaam van de operatie en kwam iets te weten van de achtergronden en de Nederlandse bemoeienis met de zaak, maar voor de details zal de dienst toch aangewezen zijn op het gisteren verschenen boek.

Inmiddels zitten vier van de mensen die via Operatie Vula illegaal naar Zuid-Afrika terugkeerden in het hoofdbestuur van het ANC: Ebrahim Ismael Ebrahim alias Chota, een van de sleutelfiguren en de man die in 1986 Conny Braam voor het eerst benaderde, Siphiwe Nyanda alias Gebuza, de stafchef van Umkhonto we Sizwe, de militaire tak van het ANC, Mac Maharaj (hij en Gebuza waren de eersten die via Vula naar Zuid-Afrika waren gesmokkeld) en Ronnie Kasrils.