"Maastricht' een debat zoals alle debatten

DEN HAAG, 4 NOV. Een blik in de Tweede-Kamerzaal gisteravond en vanmorgen kon gemakkelijk de indruk wekken, dat Nederland lijdt aan ernstige Maastricht-moeheid. Op de drukste momenten een vijftiental in hun nieuwe, blauwe fauteuils hangende Kamerleden, weinig interrupties, een vrijwel lege publieke tribune en een enkel bezet persstoeltje. “En dan nu nog wat ander nieuws: Maastricht”, zei de RTL4-tv-omroeper gisteravond, nadat vijf thema's uitvoerig waren behandeld.

Aan de orde is het verdrag van Maastricht. Als de bevolking zich dan zo druk maakt over verlies van soevereiniteit, zoals bleek bij de referenda in Franrkijk en Denemarken, was daar in de Tweede Kamer niets van te merken: een debat zoals alle debatten over een buitenlands thema. Het enige verschil: in plaats van één nu vier bewindslieden achter de regeringstafel. De Kamerleden maakten het de toehoorders ook niet makkelijk, met hun lange betogen barstensvol "Eurospeak'. Brussel moest zich tot "kerntaken' beperken, zei de VVD'er Weisglas. Hijzelf maakte, net als de andere elf sprekers, geen enkele keuze. Keer op keer passeerde het gehele verdrag opnieuw de revue. Met nog een uur of drie voor de boeg brak Kamervoorzitter Deetman de reeks inleidingen om kwart over elf gisteravond ten slotte maar af.

“Heeft een van de bewindslieden al eens op een voorlichtingsavond uitgelegd wat de codecisie-procedure is en wel op zo'n manier dat de blik van verbijstering uit de ogen van de toehoorders verdween?” vroeg de GPV'er Van Middelkoop, een van de prominente tegenstanders van het verdrag. De vier bewindslieden lachten beleefd, waarna premier Lubbers snel doorschreef, staatssecretaris Dankert sfinx-achtig de zaal bleef inblikken, minister Van den Broek telegrammen doornam en minister Kok verder werkte aan 's lands boekhouding, op gezette tijden over de rand van zijn bril de stemming in de zaal opnemend.

“We moeten wel alles zeggen wat ons op het hart ligt”, zei de VVD'er Weisglas tijdens de dinerpauze. “Na jaren zullen mensen ons nog vragen wat ons standpunt was over alle onderdelen van het verdrag.” Daarom somde hij gedetailleerd op wat in de ogen van zijn fractie verkeerd is: "Brussel' blijft zich met te veel zaken bemoeien, het verdrag is ondoorzichtig, het democratisch gat blijft bestaan en het is onbevredigend dat de nationale autonomie ten aanzien van zaken als onderwijs, volksgezondheid en cultuur “niet expliciet is opgenomen”. Goed is in zijn ogen, dat het ("F-woord') federalisme niet langer het doel is van de Europese samenwerking.

Over dat begrip zal in het debat, dat ook vanavond en morgen verder gaat, trouwens nog veel worden gepraat. Op een vraag van GPV-fractieleider Schutte gaf premier Lubbers bij de algemene beschouwingen enkele weken geleden aan, dat een federaal Europa door Maastricht niet meer de doelstelling is.

De PvdA'er Jurgens vond gisteravond dat de media dit niet goed hadden opgepikt. “Nee, het kenmerk van de EG blijft dat communautair (= federaal)”, zei hij met grote stelligheid. “Laat Europa niet het lot ondergaan van onze Republiek van de Zeven Provinciën, destijds met Zwitserland de enige confederatie, wier politieke structuur niet was meegegroeid met haar economische machtspositie”, zei hij er bezorgd bij.

Ook D66-woordvoerder Eisma liet zich op dit punt niet van zijn stuk brengen. “Wij waren federalisten en dat zijn we nog steeds.” Enigszins tegenstrijdig voegde hij daar even later aan toe: “Een rechtzinnige, puriteinse pro-Europa koers zal tot nieuwe "black mondays' leiden.” De opmerking slaat op de 30ste september 1991 toen het Nederlandse ontwerp-verdrag voor de politieke unie - met inbegrip van het federale streven - door de andere EG-lidstaten van tafel werd geveegd.

De grootste federalist in de Kamer, de CDA'er Van der Linden - onvermoeibaar op weg in zijn provincie Limburg en in Europa - formuleerde het voorzichtiger. “Ook voor de CDA-fractie blijven de federale trekken van Europa de Gemeenschap en van het verdrag van vitaal belang.” En ook van de premier mag men verwachten, dat hij nog wel een Lubberiaanse interpretatie in petto heeft.

Begrippen als subsidiariteit, Europa van twee snelheden, verbreding en verdieping gingen keer op keer door de zaal. De indruk kon onstaan dat er nog iets aan het verdrag te veranderen viel, terwijl de Kamer in werkelijkheid slechts de mogelijkheid heeft het af te wijzen of te aanvaarden. De oneindige reeks vragen aan het kabinet hadden dan ook vooral tot doel invloed uit te oefenen op de interpretatie van het verdrag. Want er is meer dan één werkelijkheid in het institutiewezen van de Gemeenschap. “De lacunes worden belangrijker dan het verdrag zelf”, zei mevrouw Brouwer van Groen Links.

Daarbij speelt het "toverwoord' (SGP'er Van Dis) subsidiariteit een belangrijke rol, het beginsel dat alles op het bestuurlijk niveau wordt geregeld waar dat het beste kan gebeuren. Laconiek zei de SGP'er en - uiteraard - tegenstander van het verdrag: “Iedere bestuurslaag vindt zichzelf de meest geschikte om taken op zich te nemen. Dat leert de ervaring.” De VVD'er Weisglas eiste zelfs een “subsidiariteitstoets met terugwerkende kracht”, waarmee ook bestaande bevoegdheden als het ware weer aan Brussel zouden kunnen worden ontrukt. De CDA'er Van der Linden sloeg de schrik om het hart bij een dergelijke interpretatie van de door premier Lubbers uitgevonden term. “Subsidiariteit als methode voor re-nationalisatie”, noemde Van der Linden dat, met duidelijke afkeer op z'n gezicht.

In hoeverre was de Kamer met een schimmenspel bezig, gezien de enorme problemen die er in Europa en de wereld zijn? Brouwer van Groen Links vreesde dat “de mooie, grote markt uit balans zal worden geslagen door vluchtelingen”. En wat doen we met Joegoslavië? Is de EG wel toe aan een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid? Wat gebeurt er met de justitiële samenwerking? Is er werkelijk sprake van een tegen verdere integratie gerichte stroming onder de volkeren? Vragen, vragen.

Het verdrag wordt ongetwijfeld goedgekeurd door de Tweede Kamer, door CDA, PvdA en D66 zelfs nog met enig enthousiasme. Het minst omstreden is de monetaire unie. Die geldt als onvermijdelijke consequentie van de interne markt. En daar heeft Nederland groot belang bij. In de woorden van de PvdA'er Melkert, zijn fractieleider Wöltgens citerend: “De monetaire unie is bij uitstek de historische missie van de Europese Gemeenschap.” Daar zet ook de VVD haar scepsis voor opzij: dan maar een wat minder democratische unie, de EMU moet er komen.