HAM UIT DE OVEN

Een varkensbout wordt pas een ham nadat hij een of meer behandelingen als drogen, inleggen in pekel en/of roken heeft ondergaan.

In vroeger tijden waren dit de enige manieren om het vlees te conserveren. In Nederland kennen we gedroogde, gerookte en gekookte ham, maar helaas te weinig de in pekel ingelegde ham die in Noord-Amerika overal met het etiket "ready-to-eat' verkrijgbaar is. Deze hammen zijn meestal ingespoten met een pekel-kruidenmengsel en daarna verwarmd tot een binnentemperatuur van circa 50 graden Celsius om de gevaarlijke haarworm-parasiet te doden. Deze ham kan na de onderstaande bereiding warm of koud worden gegeten.

Voor 8 tot 10 personen:

1 ham van 2½ kilogram

100 gram lichtbruine basterdsuiker

1 eetlepel mosterdpoeder (Coleman's)

2 eetlepels droog broodkruim

2 eetlepel ciderazijn

Warm de oven voor op 150 graden Celsius. Zet de ham op een rooster in een ondiepe braadslee. Bak de ham circa 1½ uur in de oven.

Neem de ham na circa 1 uur uit de oven. Zet de oven op 220 graden Celsius, terwijl u de ham prepareert voor het glazuur. Verwijder alle zwoerd, behalve dat aan het smalle eind. Kerf het vet in tot net aan het vlees. Meng de suiker met het mosterdpoeder, broodkruim en de ciderazijn tot een dikke pasta. Smeer dit mengsel over de ham. U kunt desgewenst enkele hele kruidnagels in het vet steken. Draai de oven weer terug op 150 graden Celsius en zet er de ham in. Laat nog circa 30 minuten braden, of tot het glazuur mooi bruin is.

    • Kim Maclean