Europa; Amerika laat Europa voorlopig aan de Europeanen

De Verenigde Staten hebben onder Bush een time-out genomen in Europa en onder Clinton zal die time-out voortduren. "Europese problemen voor de Europeanen' werd het adagium in Washington. De afstandelijkheid van Washington met betrekking tot de crisis in Joegoslavië was er het duidelijkste signaal van.

Met het einde van de Koude Oorlog en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is dit een alleszins logische ontwikkeling. De directe bedreiging voor de Europese veiligheid is verdwenen, zodat ook de behoefte aan een actieve, omvangrijke Amerikaanse veiligheidsgarantie is afgenomen. Tachtig procent van de kernwapens verdween en Washington heeft al besloten het aantal Amerikaanse militairen in Europa in elk geval te halveren tot 150.000 man. De mislukte besprekingen over een wereldhandelsakkoord hebben de afstand tussen Europa en de VS er ook niet kleiner op gemaakt. Er dreigen zelfs Amerikaanse strafmaatregelen.

Het is aannemelijk dat de Amerikaanse time-out onder president Clinton zal voortduren, aangezien de prioriteit van de nieuwe Amerikaanse regering bij de binnenlandse problemen ligt. De nadruk zal worden gelegd op het herstel van de economische macht, die de basis vormt onder de politieke en militaire machtspositie van de Verenigde Staten.

Veel aandacht heeft de buitenlandse politiek niet gekregen tijdens de campagne. In zijn toespraak van vanmorgen repte Clinton er met geen woord over, maar toch zijn de contouren van zijn buitenlands beleid wel enigszins zichtbaar geworden. Globaal gesproken zal er ten opzichte van het beleid van president Bush slechts sprake zijn van accentverschillen. Tijdens zijn campagne heeft Clinton bijvoorbeeld gezegd dat hij het aantal Amerikaanse militairen in Europa tot 75.000 á 100.000 man wil terugbrengen, in plaats van de 150.000 die Bush heeft genoemd. Bovendien valt aan te nemen dat een Democratische regering Europa een groter deel van de kosten van de gezamenlijke defensie zal laten betalen. De Democratische kandidaat voor het vice-presidentschap, Al Gore, merkte tijdens een televisiedebat op: “Ze zijn nu rijker. Het is tijd dat ze nu een groter deel van de kosten voor hun rekening beginnen te nemen.”

Onder president Clinton zullen tal van bezuinigingen op defensie worden doorgevoerd ten gunste van uitgaven op sociaal terrein. Het plan voor een ruimteverdediging tegen ballistische raketten (Star Wars of SDI) zal worden beperkt tot een verdediging vanaf de grond. Dat levert vijftien miljard dollar op. De ontwikkeling in de richting van een kleiner, maar mobieler leger zal verder worden voortgezet. Maar Clintons adviseurs en medewerkers hameren er op dat de Verenigde Staten hun technologische voorsprong moeten behouden.

Veel ervaring heeft Clinton niet op het terrein van het buitenlands beleid. De uitspraak van de Republikeinse concurrent van president Bush, Pat Buchanan, dat Clintons ervaring beperkt is “tot een ontbijt in een internationaal pannekoekenhuis”, mag dan wat overdreven zijn, zeker is dat de president op dit terrein zal drijven op zijn adviseurs.

Die medewerkers hebben er steeds, ook in vraaggesprekken met Europese kranten, de nadruk op gelegd dat er weinig zal veranderen ten opzichte van het beleid dat president Bush de laatste jaren heeft gevoerd. Ze leggen er de nadruk op dat Clinton geen isolationist is. “Wij moeten ons erop instellen dat we geconfronteerd zullen worden met nieuwe bedreigingen”, aldus Madeleine Albright, lid van president Carters Nationale Veiligheidsraad en nu een van de naaste medewerkers van de president in een gesprek met de Süddeutsche Zeitung. Het Democratische congreslid Lee Hamilton uit Indiana, die als een van de kandidaten voor het ministerie van buitenlandse zaken wordt beschouwd, zei tegenover The Guardian: “Ik wil dat de Verenigde Staten een wereldleider zijn. Ik ben het niet eens met degenen die vinden dat we een beperkte rol op het terrein van de buitenlandse politiek moeten spelen”. Ook stuurde Clinton begin vorige maand David Aaron, een van de veiligheidsadviseurs van president Carter, naar West-Europa om duidelijk te maken dat zijn beleid een grote mate van continuïteit zal laten zien.

Blijvende bemoeienis van de Verenigde Staten blijft van groot belang voor de veiligheid in Europa, zolang de verschillen van mening op het oude continent zo groot zijn en de grote Europese landen politiek zo stuurloos blijven als ze nu zijn. Na veertig jaar Koude Oorlog is Europa niet het toonbeeld van stabiliteit geworden dat met de Europese integratie was verwacht. Het Verenigd Koninkrijk, traditioneel het meest op de Verenigde Staten georiënteerd, vecht met zichzelf over zijn positie ten opzichte van het continent. Duitsland weet zich met zijn plaats in de wereld nog altijd geen raad en probeert gelijke afstand te houden tot de Verenigde Staten en Frankrijk. De meerderheid van de Duitsers, die nog altijd de last van het verleden voelt, is tegenstander van een actievere militaire rol van Duitsland. Zelfs deelname aan vredesoperaties van de Verenigde Naties stuit nog altijd op grote bezwaren. Italië dreigt om te komen in eigen onbestuurbaarheid. Frankrijk zou graag de eerste viool spelen in Europa, maar is daar niet echt toe in staat, het land mist daar de macht voor. Bovendien gaat de aandacht van de Fransen uit naar de komende parlementsverkiezingen die kunnen leiden tot een gedwongen "cohabitation' van een rechtse regering en een linkse president, wat de consistentie van het beleid nu niet direct bevordert.

Tegen de achtergrond van die instabiliteit biedt de aanwezigheid van de Verenigde Staten, zoals geformaliseerd in het kader van de NAVO, als het ware het veiligheidskader waarbinnen de onderlinge politieke conflicten kunnen worden uitgevochten. Zeker in het licht van de onzekere toekomst van Rusland, waar de oude kaders de positie van president Jeltsin proberen te ondermijnen en de weg proberen vrij te maken voor een vorm van nationalisme die wel eens agressieve trekken zou kunnen krijgen, is de Amerikaanse aanwezigheid een verzekeringspolis die, naar het oordeel van politieke waarnemers, niet lichtvaardig kan worden opgegeven.

Het is niet voor niets dat het vooral Oosteuropese landen zijn die bij voortduring hameren op het belang van een blijvende aanwezigheid van de VS in Europa.