"Euratom inschakelen bij Oosteuropese kerncentrales'; Lubbers wil energie-samenwerking tussen Oost en West impuls geven

DEN HAAG, 4 NOV. Minister-president Lubbers is voorstander van een actievere rol van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) bij de beveiliging van de kerncentrales in Oost-Europa. Lubbers pleitte daar gisteren voor op een congres van het Energie onderzoek Centrum Nederland (ECN) in Den Haag.

West-Europa zou volgens Lubbers “een stap verder zou kunnen gaan” dan het Internationaal Atoom Energie Agentschap in Wenen, dat over de hele wereld toeziet op de vreedzame toepassing van kernenergie en alleen op verzoek onderzoek kan doen naar de veiligheid van centrales. Lubbers vindt trouwens dat er niet alleen naar de veiligheidsaspecten moeten worden gekeken. Ook mogelijkheden om te investeren in kernenergie moeten de aandacht hebben.

Een drastische verbetering van de veiligheid van kerncentrales in Midden- en Oost-Europa is een belangrijk punt in het Energie Handvest (plan-Lubbers). In het overleg tussen de 50 landen die meedoen aan de samenwerking op energiegebied met Oost-Europa wordt gewerkt aan een speciaal protocol over kernenergie. De Westerse landen hebben op initiatief van de Verenigde Staten en de Europese Gemeenschap besloten tot een noodprogramma voor hulpverlening aan de landen van het Gemenebest van Onafhankelijk Staten, waarbij de EG als grootste donor een coördinerende rol vervult. Speciale fondsen zijn vrijgemaakt voor verbetering van de kerncentrales en studies naar alternatieven voor de elektriciteitsopwekking in die gebieden waar kernreactoren beter gesloten kunnen worden.

Deskundigen van het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) en Euratom hebben een inventarisatie gemaakt van de gebreken aan de centrales in het GOS, Bulgarije, Tsjechoslowakije en Hongarije, die zonder uitzondering door de voormalige Sovjet-Unie waren ontworpen. Het IAEA acht zestien centrales van het type-Tsjernobyl, die in het GOS en Litouwen staan, niet zodanig te verbeteren dat ze aan Westerse veiligheidsnormen voldoen en adviseerde tot sluiting daarvan.

Lubbers werkte zijn suggestie gisteren niet uit, maar het hoofd nucleaire zaken van het ECN, ir. A.M. Versteegh, toonde begrip voor het idee. Het IAEA werkt als organisatie van de Verenigde Naties per definitie wereldwijd en hanteert daarom normen voor de veiligheid die internationaal zijn afgestemd. In West-Europa, waar Euratom de belangrijkste controletaken vervult, geldt een hogere standaard. “Je kunt je dus voorstellen dat Euratom de veiligheidsnormen voor Oost-Europa op een hoger niveau helpt brengen”, aldus Versteegh. Formeel kan Euratom alleen optreden in de Europese Gemeenschap, maar de gemeenschap kan wel meer deskundigheid en geld beschikbaar stellen aan het GOS.

Euratom verricht in de EG-lidstaten samen met het IAEA de controle op splijtstoffen om een vreedzaam gebruik van kernenergie zoveel mogelijk te garanderen. “Iets dergelijks zou ook voor de veiligheidscontrole kunnen worden opgebouwd”, zegt Versteegh. Bovendien werkt Euratom aan normen voor een Europese standaardisering van de veiligheid van reactoren en de organisatie beschikt over een eigen centrum voor onderzoek naar de beste technieken, iets dat het IAEA ontbeert.

Het IAEA wordt ook in zijn bewegingsvrijheid belemmerd door politieke invloeden. Dit agentschap is voor belangrijke initiatieven en beslissingen afhankelijk van instemming van een groot aantal landen, zoals in het geval van de intensieve inspecties in Irak om het geheime atoomwapenprogramma van Saddam Hussein bloot te leggen.

Volgens Versteegh is het agentschap ook “een bijna failliete club” omdat een aantal landen de jaarlijkse contributie niet betaalt. “Ze zijn geweldig armlastig. Nederland loopt niet achter met de betalingen, wij zijn ook op één na de grootste geldschieter van het programma voor de beveiliging van Oosteuropese kerncentrales.”

De milieu-deskundige W. van Dieren verzette zich op het ECN-congres fel tegen de plannen van het ministerie van economische zaken voor uitbreiding van het kernenergiepotentieel in Nederland. Ook Oost-Europa zou volgens hem tegen een fractie van de kosten voor verbetering van de kerncentrales, door massaal gebruik van spaarlampen en energiebesparende apparatuur, in zijn energiebehoefte kunnen voorzien.

Van Dieren typeerde de huidige discussie over energie, milieu en economie als hypocriet omdat de werkelijke keuze, de vraag of de economie wel verder moet groeien, niet aan de burgers wordt voorgelegd. Volgens enquêtes is een grote meerderheid van de bevolking bereid inkomen te offeren voor een beter milieu en een betere kwaliteit van het bestaan, aldus Van Dieren. De discussie zou zich moeten toespitsen op de vraag of de burger wel bereid is de economie fors te laten groeien ten koste van natuur en milieu. Met een verdubbeling van Schiphol die uitbreiding van de woningbouw in de Randstad onverantwoord maakt, een nieuw, groter Zestienhoven, hoge snelheidstreinen door het Groene hart van Holland, dubbeldikke rivierdijken, nog grotere vissersvloten en meer autowegen wordt de welvaart in werkelijkheid geschaad, vindt Van Dieren.

Over deze aspecten heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek rapporten opgesteld die fel worden bestreden door het Centraal Planbureau, dat het milieu niet wil beschouwen als een economisch begrip: een eindige voorraad, aldus Van Dieren. Hij hoopt de echte keuze met behulp van een nieuw rapport van de Club van Rome tegen de verkiezingen van 1994 duidelijk in de politieke discussie te brengen.