Een schitterende tocht in Brussel door het pre-columbiaanse Amerika; Vele eeuwen oude Brancusi's uit Alaska

Tentoonstelling 'Schatten uit de Nieuwe Wereld'. T/m 27 dec. Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, Jubelpark 10, Brussel. Di t/m zo 10-17u, wo tot 22u. Gesloten 1 en 11 nov, 25 dec. Catalogus Bfs 1250.

Vijfendertig eeuwen duurt de tocht die je maakt vanaf het uiterste puntje van Alaska tot aan Vuurland, in het diepste zuiden van Argentinië. Lang voordat Cortez of Pissarro voet aan wal zetten, zijn Inca's, Maya's en Azteken je al bekend. Je ontmoet Olmeken in Midden-Amerika, jaagt samen met Old Bering Sea- eskimo's op zalm en zeehond, en doolt duizenden jaren voor het begin van onze jaartelling met Woodland-indianen door Ohio. In een poging de veelvoud van indrukken te bundelen, selecteer je de mooiste kunstvoorwerpen die je onderweg zag. Zo'n onderneming klinkt wonderlijk als een verhaal van Jules Verne. Maar het kan.

Vier jaar geleden vatte de Belgische barones Dora Janssen het plan op om een tentoonstelling samen te stellen van kunstvoorwerpen die op het Amerikaanse continent gemaakt waren, voordat Columbus dat ontdekte. Jaren van onderhandelingen met meer dan vijftig musea en priv-verzamelaars over de hele wereld resulteerden in een monster-expositie van vijfhonderd pre-columbiaanse beelden, ceramica, sieraden, maskers en gebruiksvoorwerpen. Janssen - zelf verzamelaarster van pre-columbiaanse kunst - legde zichzelf geen beperkingen van tijd en plaats op: zij koos de voorwerpen alleen op hun esthetische waarde.

De tentoonstelling in Brussel ademt de geest van de liefhebster. De inrichting van de zalen - per land of gebiedsdeel één - is sober. In vitrines langs de muren en op plateau's staan de stukken perfect uitgelicht. Teksten zijn tot een minimum beperkt. Gelukkig maar, want door uitputtende, iconografische beschrijvingen zou je onbevangen blik verpieteren. Datering en vindplaats voldoen als vingerwijzingen: wie genteresseerd raakt, zoekt zelf wel verder in de catalogus of in vakliteratuur. Wie al op bekend terrein is, kan zich voorbereiden op een schitterende tocht.

Virtuositeit lijkt iedere precolumbiaanse kunstenaar aangeboren, zo ingenieus is goud en terracotta vaatwerk bewerkt, zo dun is marmer, ivoor, jade en vuursteen geslepen, zo haarscherp zijn goden, vruchtbaarheidssymbolen en fabeldieren geschilderd of uitgesneden.

Onwillekeurig leg ik verbanden met Westerse kunst. Drie figuurtjes van walrusivoor uit Alaska, gemaakt tussen 250 en 100 v Chr, herinneren aan Brancusi's "Slapende muze' en Modigliani's langgerekte ovaalvormige hoofden. Maar de beeldjes - twee menselijke figuren en een hoofdje - bieden meer dan dat. De spaarzaam gekerfde tatoeages die de bottenstructuur van het gezicht benadrukken, de uitstekende jukbeenderen, de amandelvormige ogen die tot rimpelloze spleetjes zijn samengetrokken en vooral de melancholiek gebogen lijn van de mond: het verleent de kunstwerkjes een majestueus aanzien - koel maar ook kwetsbaar.

Een paar zalen zuidelijker - in Noordoost-Arizona - staat een schaal (1300-1500). Op de bodem van de zacht gepolijste kom heeft de kunstenaar alle aspecten van een geit vanuit wisselende standpunten willen samenvatten in een schematische voorstelling. Een grote krul domineert samen met een schaduwkrul (de twee geitehorens?) het vlak. Vier zwartomlijnde driehoeken stellen de poten voor, twee verticale strepen de ogen, twee horizontale lijnen het staartje, en daartussen zweven abstracties van een geitehart, een geitegeest en geiteharen. Waarom de onbekende Indiaanse kunstenaar zo'n zeshonderd jaar geleden de geit op deze manier afbeeldde is een raadsel. Had hij een meer vergeestelijkte geit voor ogen? Eén die dichter bij de goden stond en via welke de kunstenaar contact had met het bovennatuurlijke?

Er spelen meer vragen door m'n hoofd. Waarom zijn in Ecuador zo opmerkelijk veel 'Venus'-beeldjes stuk gebroken? Waar werden de Canadese Birdstones (1500-1000 v Chr) voor gebruikt? Welk doel dienden de niet uitgeholde en dus ondraagbare maskers uit Teotihuacan (Mexico)? En welke figuur stelt het Azteekse beeld (1350-1450) voor, dat eeuwenlang in de drassige grond bij het Texcoco-meer in Mexico heeft liggen vergaan? De parafernalia zijn verdwenen en het verweerde hoofd staart met blinde witte oogkassen recht vooruit, de mond open als om te spreken.

Veel draait om magie en religie, dat is zeker. Of het nu een zielevanger uit British Columbia, een wierookbrander uit Guatemala of een alledaagse stenen kroes uit Argentinië betreft: op alle mogelijke manieren heeft de maker geprobeerd in contact met goden of bovennatuurlijke machten te komen. Als iemand uit een kroes drinkt waarlangs een aap omhoogklautert gaat een splintertje kracht van de apegeest in hem over. En als hij op een fluit in de vorm van een allegatorman blaast, schiet het dier bij onraad vast te hulp.

Van noord naar zuid, oost naar west, zie ik shamanen, medicijnmannen, stamoudsten en priesters bezig om bescherming af te smeken voor een goede oogst, bij gevaarlijke ondernemingen en riskante veranderingen in het leven: de overgang van leven naar dood, van kind naar volwassene, van gezond naar ziek, van groei naar verval. Aan dit soort veranderingen staan stervelingen bloot, in tegenstelling tot de geesten en goddelijke heersers die ze aanbidden. Die leven met het grootste gemak in twee of meer werelden, transformeren van een arend in een mens in een maiskolf, maar kunnen ook alles tegelijk zijn - plant, mens en dier.

Daarom is een tabaksvijzel niet alleen een vissekop, maar ook een mensehoofd. Daarom groeien drakekoppen uit armen en benen, hebben schalen voeten en zijn vazen apen, iguanen, honden en kikkers. Niets is wat het op het eerste gezicht lijkt.