Een nieuwe president

HET TIJDPERK VAN Ronald Reagan is afgesloten. De Amerikaanse kiezer heeft een streep getrokken onder de neo-conservatieve omwenteling die twaalf jaar geleden over Amerika kwam rollen. Deze revolutie was vier jaar geleden weliswaar al uitgeraasd, maar toen was het George Bush nog gelukt om in het getrokken spoor van zijn populaire voorganger uit te drijven.

Nu is het voorbij. De 68-jarige George Bush heeft in een vertwijfelde, krampachtige campagne geprobeerd om overeind te blijven, maar het is hem niet meer gelukt een sceptisch electoraat te overtuigen. Na alle campagne-modder zette Bush vanochtend in Houston met een waardige toespraak een punt achter een politieke loopbaan, die hem anderhalf jaar geleden nog als winnaar van de Golf-oorlog in een onaantastbare positie leek te hebben gebracht.

In de maalstroom van economisch pessimisme, van Amerikaanse zelf-twijfel na het einde van de Koude oorlog en temidden van een groeiend ongemak over de verwaarlozing van het publieke domein in Amerika is George Bush in een jaar tijds in duizelingwekkende vaart naar beneden getrokken. Zoals de foto van een joggende en duizelige Jimmy Carter ooit het symbool van diens doodlopende presidentschap werd, zo was het beeld van Bush die wegzakte aan een staatsbanket in het rijke Japan het beeld waarmee deze president het jaar van de Golf-overwinning afsloot. Greep op opiniepeilingen heeft het Republikeinse kamp daarna nooit meer gekregen.

VOOR HET EERST sinds de ongelukkige Carter hebben de Democraten weer de federale macht, zowel in het Witte Huis als in het Congres. Wat zij ermee zullen doen, hebben de verkiezingscampagnes niet echt duidelijk gemaakt. “Verandering” heeft Bill Clinton geroepen tot zijn stem het begaf. Maar concreet durfde hij nooit te worden, bang als hij was om grote groepen kiezers voor het hoofd te stoten in een land waar het volk zichzelf tot in het extreme heeft gerangschikt in lobby- en belangenorganisaties.

Tegelijkertijd maakte de campagne van Clinton wèl duidelijk dat de Democratische partij zelf is veranderd. Met een lange politieke mars vanuit het zuiden hebben Clinton en zijn medestanders afgerekend met de regenboog-coalitie van allerhande emancipatiebewegingen die een plek onder het afdak van de Democraten hadden gevonden. Clinton distantieerde zich demonstratief van de man die zichzelf tot koning van de zwarten had gekroond, van Jesse Jackson. Clinton zocht de macht waar deze ligt, bij de middenklasse in de eindeloze buitenwijken van het huidige Amerika. Van diezelfde middenklasse kreeg hij voldoende steun om met gezag aan zijn eerste honderd dagen te kunnen beginnen.

HET ELAN EN de onstuimigheid die een mens moet bezitten om in een Amerikaans verkiezingscircus president te worden, vallen niet noodzakelijkerwijze samen met de bezonnenheid en nuchterheid die een winnaar nodig heeft om president van Amerika te kunnen zijn. Wat dat betreft begint het pas en is Bill Clinton een onbeschreven blad. Welke veranderingen komen er? Hoe wordt de pijn verdeeld van echte keuzes?

Ongetwijfeld is het een voordeel dat er nu een president komt die in principe de steun heeft van het Congres. Te lang heerste in Washington een impasse tussen wetgevende en uitvoerende macht, waardoor prioriteiten niet konden worden gesteld en de staatskas kon worden geplunderd zonder dat iemand effectief "Halt' kon roepen. Maar zelfs zonder impasse blijft er een levensgroot dilemma: de slome economie kan injecties door overheidsinvesteringen gebruiken, maar er is geen geld. De erfenis van een decennium blokkades tussen Republikeins Witte Huis en Democratisch Congres is een staatsschuld die zijn weerga in de geschiedenis van de staathuishoudkunde niet kent. Alleen al dit gegeven dwingt een nieuwe regering tot voorzichtigheid bij plannen die op het ogenblik in Democratische kring de ronde doen om de infrastructuur op korte termijn met tientallen miljarden te ondersteunen.

VERANDERINGEN GAAN altijd geleidelijk, soms ongemerkt. De tijdgenoot beseft pas achteraf wat er is gebeurd. Verkiezingen markeren een punt, de uitslag kan symbolische betekenis krijgen. De Reagan-revolutie had verfrissende elementen, stelde staatsverloedering en bureaucratie aan de orde en noemde het communisme van Oost-Europa weer bij zijn naam. Maar de Koude oorlog is verleden tijd, de maatstaven van de internationale betrekkingen veranderen ingrijpend en de neo-conservatieve revolutie heeft inmiddels ook diepe deuken geslagen in de Amerikaanse samenleving zelf. Verpaupering, matig openbaar onderwijs, verlies van produktieve werkgelegenheid en betonrot vallen van oost naar west te bezichtigen. De cultuuromslag van de jaren tachtig heeft niet alleen gesaneerd, maar ook diepe wonden geslagen in verkruimelde gemeenschappen. De helden van de jaren tachtig woonden in Manhattan en werden rijk van "deals'. “Hebzucht is goed”, is het gevleugelde woord van de junkbond-dealer in de film Wall Street. Met de aandoenlijke pose van Reagan droomde Amerika zijn "Morning again in America'.

Natuurlijk, Amerika realiseerde zich de laatste jaren dat de bakens moesten worden verzet. Maar de kinderen van Reagan wisten er geen raad mee en wapperden verbeten met de Amerikaanse vlag. “No new taxes”, riep Bush almaar, maar wat dan?

NA DE bedrieglijke leuzen over de maakbaarheid van de samenleving dreef het neo-conservatisme op de overtuiging dat regeringen niet alleen onbekwaam zijn om problemen op te lossen maar zelf juist het probleem zijn. Extreem geformuleerd: schaf de overheid af en de problemen zijn weg.

Daar heeft Amerika vannacht een punt achter gezet. De verpulvering van het publieke domein is een halt toegeroepen, symbolisch weliswaar, maar toch. Het woord is nu aan William Jefferson Clinton.