Een boodschap

Bij de afslag naar Amsterdam staat een huis dat kan praten. Ik heb een hele hoop geld, zegt dat huis, of in elk geval een hele hoop krediet. Om dit geluid te versterken is het op een soort terp gezet, een podium.

In het voorbijgaan vraagt Jacob of we daar niet eens een hond hebben gebracht en dat klopt, dierenpension De Vrijheid, een stel treurige schuurtjes die het veld hebben geruimd voor dit huis, de boodschap van de eigenaar van een supermarkt.

Jacob knikt met zijn hoofd, dat had hij al gedacht, dat viel te verwachten.

Hij is opgegroeid in een dorp bij Leiden. Zijn vader was aannemer. Hij kocht voor zijn gezin een zomerhuisje in Katwijk aan Zee en dat moest geheim blijven, in het dorp mocht niemand het weten, als ze erachter kwamen zouden ze zeggen: wat is dat voor een aannemer die zich dat kan permitteren? Van ónze centen nota bene! Want zo was het in die jaren, de dingen werden meteen op je fatsoen betrokken.

En nu, ze bouwen huizen als paleizen, witte muren, grote ramen, zwembad in de tuin, paard op stal. De mensen kijken hun ogen uit. Ze zeggen: knappe vent die zo'n huis kan laten bouwen, met zo iemand is het vast heel prettig zakendoen.

De tijden veranderen wel, zegt Jacob.

Maar of ze ook beter worden?