Denen: EG mag best blij zijn met onze weerstand; "Denk maar niet dat we een tweede keer wel "ja' stemmen'

KOPENHAGEN, 4 NOV. Svend Petersen verkoopt hotdogs vlakbij het stadhuis van Kopenhagen - het is wellicht daarom dat zijn anti-EG-betoog met culinaire voorbeelden is doorspekt. Dat "ze' daar in Brussel met hun vingers moeten afblijven van de definitie van Deense kaas. Dat "ze' zich niet moeten verbeelden dat het Deense mini-appelras Ingrid Marie als “alleen geschikt voor appelmoes” uit de winkels zal verdwijnen omdat Brussel dat wil. Dat "die EG-idioten' de kromme komkommer ongeschikt voor de export vinden en daarom rechte komkommers verplicht hebben gesteld. Met de frankfurter-tang wijst Petersen over de schouder in de richting van Christiansborg, waar de Folketing, het Deense parlement, zitting houdt. “En denk maar niet dat we een tweede keer wel "ja' tegen "Maastricht' zullen zeggen. We hebben ze nou te pakken.”

Het is een frisse teug vrijheidsliefde, rebellie en burgerverzet zoals die bij veel Denen kan worden genoten als het woord EG valt. Onder het aanroepen van het "Vikingbloed dat ons nog door de aderen stroomt' geeft de hotdog-verkoper een extra zwaai aan de mosterdkraan, zodat ik een half uur later op de sofa bij Björn Westh, vice-voorzitter van de Sociaal-democraten, bij het vragenstellen nog moet nablazen. Die ochtend werd het "nationaal compromis' tussen de Deense oppositie en regering gepubliceerd, dat om substantiële amendementen op het Verdrag van Maastricht vraagt. Westh is opgelucht: zeven van de acht partijen hebben het getekend. Voor een "nee'-campagne zal volgende keer nauwelijks meer een draagvlak zijn.

Medio 1993 zullen de Denen "ja' zeggen tegen een aangepast "Maastricht', verwacht hij. De EG hoeft alleen nog maar het Deense voorstel te aanvaarden. “Met de andere lidstaten kan daarover niet onderhandeld worden, wij hebben onze eigen keuzes nu gemaakt”, waarschuwt Westh. Denemarken wil niet meedoen aan de ontwikkeling van een gemeenschappelijke defensie. Het land weigert definitief de gemeenschappelijke munt en deelname aan de centrale bank: Denemarken wil zelf het financiële en monetaire beleid blijven bepalen. Denemarken wil evenmin iets te maken hebben met het "Europese burgerschap' noch zeggenschap met andere lidstaten delen over het Deense politie- of justitiebeleid. Dat alles moet "juridisch bindend' en "zonder tijdslimiet' in het verdrag worden opgenomen.

In het voetspoor van de Deense minister Ellemann-Jensen begint Westh aan een eigen toernee langs de Europese hoofdsteden om steun te krijgen. Volgende week is hij in Den Haag voor een onderhoud met Kok. Gonzalez en Smith zullen volgen. Vandaag is de voltallige EG-marktcommissie uit de Folketing in Brussel om het aan de Eurocraten zelf uit te leggen.

Voorziet Westh geen problemen met de andere lidstaten die heronderhandelen absoluut afwijzen omdat het een lawine van eisen en verlangens uit andere landen kan uitlokken? Hij haalt de schouders op. “Noem het dan onderhandelen over een gemeenschappelijk probleem. In ruil voor acceptatie van ons pragmatische voorstel beloven wij niet langer "Maastricht' in de weg te staan. Dat is ook wat waard. Andere landen mogen best verder gaan met de integratie. Wij willen dat niet.”

Hij meent dat de andere lidstaten eigenlijk blij zouden moeten zijn met de Deense opstand. Daardoor trad ook in andere landen het wantrouwen bij de bevolking tegen Brussel aan het licht. “Van de Deense schoten-voor-de-boeg zal op termijn worden gezegd dat het de EG heeft gered. Het is nu eenmaal niet mogelijk van boven een Europese integratie op te leggen, waar de bevolking geen vertrouwen in heeft.”

Westh moedigde de Denen dit voorjaar echter zelf nog aan om "ja' tegen "Maastricht' te zeggen. Maar, zo constateert hij achteraf, “we zijn toen gewoon niet geloofd door de bevolking”. Het verdrag in de huidige vorm zit volgens hem namelijk nog niet eens zo slecht in elkaar. Ook volgens de huidige tekst is een gemeenschappelijke defensie niet meer dan een streven en geen onafwendbare verplichting. Een gemeenschappelijke munt is ook volgens de huidige tekst geen onvermijdelijkheid. Het verdrag wijst evenmin onverbiddellijk in de richting van de vorming van een Europese Unie, de in Denemarken gevreesde "Verenigde Staten van Europa'. Justitie, politie, veiligheid, buitenlands beleid, asielzaken - het blijft voorlopig voorbehouden aan de gewone unanieme besluitvorming tussen zelfstandige regeringen. “We hebben dit voorjaar echt ons best gedaan om uit te leggen dat er géén Europese superstaat zou komen. Maar toch heeft het gevoel dat we op een glijbaan zitten bij het publiek de overhand gekregen.” Steeds weer werden de politici herinnerd aan een uitspraak van premier Schlüter die bij het referendum over de interne markt in 1986 stellig had verklaard dat de Unie “zo dood is als een steen”. Dat kon na "Maastricht' niet langer worden volgehouden, erkent Westh.

Om aan alle misverstanden een einde te maken, zegt de vice-fractieleider, maakt Denemarken nu alvast de belangrijke politieke keuzen. Het kan inderdaad best een probleem worden om dat allemaal "juridisch bindend' aan het Verdrag vast te knopen, erkent hij. “Maar dan veranderen we de regels maar - daar hebben we juristen voor.”

Buiten op straat is Svend Petersen er niet van onder de indruk. De EG is en blijft voor hem een wolf in schaapskleren, een verlengstuk van het grote bedrijfsleven, een bedreiging van de Deense soevereiniteit. De hotdog-man begint over de pensioenen van de ouderen, die de laatste jaren al zo omlaag gingen. En dan zou Brussel extra subsidies aan arme lidstaten in Zuid-Europa willen geven? “Laten we eerst voor onszelf zorgen.”

De econoom S⊘ren Kjeldsen-Kragh, hoogleraar aan de Deense Koninklijke Landbouwuniversiteit, valt hem een uurtje later bij. Kjeldsen-Kragh is actief in de Juni-beweging, opgericht om het "Maastricht'-verzet te bundelen. “De Baltische staten, Scandinavië, Polen - dat is ònze wereld. Daar moeten we mee samenwerken.” Dat kan het makkelijkst door wat hij een "Europa van verschillende kamers' noemt, op maat gesneden integratie, variërend per onderwerp en van land tot land. Kjeldsen-Kragh ziet liefst een lossere band tussen Denemarken en de EG, die samenwerking met de omringende aspirant-lidstaten vergemakkelijkt. De "Unie van Maastricht' stelt zulke vergaande economische en politieke eisen dat het samenwerking juist bemoeilijkt. Hij ziet in "Maastricht' bovendien een neiging om de lidstaten op zoveel mogelijk terreinen gelijk te schakelen.

Zijn verwijt aan Brussel is dat het de lidstaten steeds met salami-tactieken verrast - Europese integratie is een sluipend proces geworden. Via de invoering van de eenheidsmunt wordt Europa een centraal geleide economische en monetaire politiek opgedrongen. Ook dat "Europese burgerschap', dat nu nog vrijwel een lege dop is, ziet hij als een voorwendsel om straks iedere Europeaan rechten op sociale uitkeringen in andere lidstaten te geven, meent hij. “Dat voelen de mensen haarfijn aan.”

En dan dat Europese Parlement, “dat is toch wel het ergste wat je je voor kunt stellen”. Een grotere kloof met de politiek dan tussen de burger en "Straatsburg' is nauwelijks denkbaar, meent hij. Als afschrikwekkend voorbeeld noemt hij het Amerikaanse Congres. Daarvoor gaat ook maar de helft van de burgers stemmen, terwijl in de VS zoveel minder talen dan in Europa worden gesproken en er een grotere culturele homogeniteit is.

De Europese Gemeenschap naar Deens model is volgens hem een gemeenschap van soevereine landen, met een flexibel systeem voor stabiele wisselkoersen en tegelijk een ruime speling voor individuele lidstaten om een eigen economisch beleid te voeren. Samenwerking beperkt zich tot het slechten van handelsbarrières, het wederzijds erkennen (niet unificeren!) van nationale regelingen en het gezamenlijk oplossen van milieuproblemen. Kjeldsen-Kragh: “In Denemarken vinden we dat als de Folketing heeft besloten daarmee alles is gezegd”.