Bulgaarse leerlingen kijken bedrukt, of ze zich schamen

ZOETERMEER, 4 NOV. Ze is vooral onder de indruk van de ruime, lichte lokalen. “Op mijn school in Sofia zijn de lokalen akelig somber”, zegt Violina Popova terwijl ze door het Pallas College in Zoetermeer loopt. “Bovendien heb ik er veel te weinig: veertien lokalen voor 635 leerlingen. Het is altijd schipperen.”

De Bulgaarse Popova is een van de 49 schoolleiders uit elf Oosteuropese landen die deze week in Nederland stage lopen. De stageweek is vooral bedoeld om te laten zien hoe Nederlandse scholen omgaan met veranderingen. De Oosteuropeanen volgen lezingen over strategische planning en veranderingsstrategieën in het onderwijs en lopen drie dagen mee op een middelbare school. De stage is georganiseerd door de Algemene Vereniging van Schoolleiders en gefinancierd door het ministerie van onderwijs.

Popova, die met haar landgenote Roumiana Todorova meeloopt op het Pallas College, bestookt de rector met vragen. Hoeveel autonomie heeft hij, zijn de leraren gemotiveerd (“Bij ons helemaal niet”) en wie stelt nieuwe leraren aan. Als rector V. van Koppenhagen uitlegt dat hij weliswaar de kandidaten voordraagt maar dat de gemeente de leraren aanstelt, zegt Popova triomfantelijk: “Dan zijn wij wat dit betreft democratischer. Ik mag zelf mijn leraren benoemen.”

Todorova, directeur van de "Geo Milev'-school in Rousse, is geïnteresseerd in de relatie tussen school en kerk in Nederland. Nu de kerk in haar land niet meer verboden is, komen er regelmatig priesters naar haar school die voorstellen om godsdienstlessen te geven. Vorige week nog heeft ze een priester weggestuurd, omdat ze hem niet vertrouwde. “Op mijn school mag wel les gegeven worden over het christendom, maar het is geen plaats om zielen voor de kerk te winnen”, zegt ze beslist. Het Nederlandse systeem met bijzondere en openbare scholen lijkt haar een goede oplossing.

Tijdens de rondleiding door de scholengemeenschap voor MAVO, HAVO en VWO merkt Popova op dat de kinderen hier zo vrolijk zijn. “Ze zien er zo zorgeloos uit. Mijn leerlingen kijken altijd bedrukt, alsof ze zich ergens voor schamen.” Ook is ze verbaasd over het grote aantal mannelijke leraren. “In Bulgarije is leraar een typisch vrouwenberoep. Ons vak staat in laag aanzien en het verdient slecht. Slechts vier van de veertig leraren op mijn school zijn man.”

Todorova verzucht dat ze een talenpracticum zou willen hebben zoals hier, met koptelefoons. “Wij hebben niet eens een fatsoenlijke gymzaal. Mijn leerlingen moeten in het park gymmen.” Sinds kort wordt haar school gesponsord door een machinefabriek. Van het extra geld dat ze hierdoor heeft, wil ze een kopieerappparaat kopen en computers. “Dat practicumlokaal moet mijn opvolger maar aanschaffen”, zegt ze lachend. Jaloers op haar Nederlandse collega's is ze in het geheel niet. “Ik ben blij dat er mensen zijn die in deze luxe omstandigheden kunnen lesgeven. Dat moet je als schoolleider veel problemen besparen.”

Alles wat ze zien en horen op het Pallas College noteren de Bulgaarse schoolleiders nauwkeurig in een schrift. Bij thuiskomst gaan ze een artikel schrijven in een tijdschrift voor leraren. Ze willen hun collega's vooral aansporen bij de overheid aan te dringen op betere voorzieningen. Popova zal zelf bij de gemeente pleiten voor een nieuw schoolgebouw. “Ik was geschokt toen ik onlangs mijn leerlingen als onderwerp voor een opstel gaf "Naar welke school zou je niet willen gaan?' Veel leerlingen schreven "Ik wil niet naar een trieste school, zoals de onze'. Ze willen een zonnig gebouw, zoals dit.”