Bosio is al weer terug, met de trein uit Parijs

AMSTERDAM, 4 NOV. Michel Bosio is terug. Illegaal. Na gistermiddag op Schiphol op het vliegtuig naar Parijs te zijn gezet, stapte de Fransman gisteravond laat weer in Nederland uit de trein om onmiddellijk onder te duiken bij vrienden. Moe en geëmotioneerd, maar strijdlustiger dan ooit. “Na wat er vandaag is gebeurd, zal ik niet rusten voordat ik bij de rechter genoegdoening heb gehaald. Ik ben op oorlogspad”, zegt hij terwijl de trein uit Parijs het eindstation in Nederland nadert.

Na dertien jaar onafgebroken in Nederland te hebben gewoond, werd de zichtbaar aangeslagen Bosio gisteren door twee marechaussees door de slurf van de Airbus naar Parijs geleid. Als altijd keurig in het pak, in zijn handen een zwart leren aktekoffer en een dito reistas, is hij niet te onderscheiden van de gemiddelde zakenman op de vliegvelden.

“Ik had deze uitzetting absoluut niet verwacht”, zegt hij met schorre stem, terwijl hij achterover leunt in zijn vliegtuigstoel. Bosio is moe: tijdens de nacht in de politiecel in Arnhem heeft hij nauwelijks een oog dicht gedaan. Niettemin praat hij de drie kwartier in het vliegtuig moeiteloos vol, vervolgt hij zijn verhaal zonder onderbreking op het vliegveld Charles de Gaulle, vertelt hij door in de bus naar het Gare du Nord en weet hij ook de treinreis terug probleemloos te vullen.

Afgelopen maandag was hij vanuit zijn woning in het Spijkerkwartier naar het Arnhemse hoofdbureau van politie gegaan, zo vertelt Bosio, terwijl de Nederlandse polders in de diepte verdwijnen. Op het bureau lag een afwijzing van zijn verzoek om zich definitief in Nederland te mogen vestigen. “Ik dacht nog, goh niets bijzonders, ik kan in beroep gaan en de uitspraak in Nederland afwachten. Maar ik werd ter plekke gearresteerd.”

Pag 3: "Kijk, een afscheidsbrief van Lubbers'

Er volgden verwarrende uren. Een onverklaarbare storing op de telefoonlijn vertraagde het contact met zijn raadsman, de Amsterdamse advocaat Bakker Schut, vertelt Bosio. Een advocaat die via-via werd ingeschakeld, begreep volgens hem niets van de zaak. Toen was het inmiddels vier uur 's middags en mocht hij niet meer bellen om een kort geding tegen zijn uitzetting te organiseren, aldus Bosio. De Fransman verdween in een cel, om er pas de volgende ochtend weer uit te komen. “Alsof ik een of andere vluchtgevaarlijke crimineel ben.”

“Kijk, hier heb ik iets grappigs, een soort afscheidsbrief van de minister-president die ik dit weekeinde kreeg”, zegt Bosio. “Zeer geachte heer Bosio”, luidt het schrijven, “Hierbij bevestig ik de ontvangst van uw brief met het bijgevoegde dossier. Inmiddels heeft het debat in de Tweede Kamer plaatsgevonden. Aan de uitkomst daarvan heb ik niets toe te voegen”. Was getekend drs. R.F.M. Lubbers.

De conclusie die de speciale commissie onder leiding van het Kamerlid Tommel (D66) liet weinig ruimte voor twijfel: bij het verstrekken van steun aan het startende bedrijfje in auto-airconditioners van Bosio, begin jaren tachtig, valt de overheid niets te verwijten. Van een relatie tussen een aan Bosio geadresseerde container met drugs die in Antwerpen werd onderschept en zijn bedrijfje was niets gebleken. De affaire was een schijnaffaire en Bosio - die jarenlang de kwestie in de aandacht trachtte te brengen - is een querulant, zo lieten de meeste Kamerleden enigszins verstoord blijken.

“Ach ik ben onderdehand wel wat chicanes gewend”, zucht Bosio, terwijl boven de Belgisch-Franse grens de landing wordt ingezet. De onderzoekscommissie heeft wel zeer beperkt aan zijn opdracht gehouden, zo vindt hij, want het onderzoek van de Kamerleden roept alleen meer vragen op. Waarom is er nooit iemand gearresteerd in verband met de drugscontainer? Waarom wil de Belgische overheid geen medewerking geven aan het onderzoek? Waarom werd een medewerker van de Amerikaanse narcoticabrigade DEA binnengehaald in het door de Nederlandse overheid gecontroleerde bedrijfje?

“Ik ga terug”, besluit Bosio resoluut, terwijl het vliegtuig naar de aankomsthal taxiet. Bezorgd vraagt hij zich af hoe de Franse douane zal reageren op de "stempel van schande' in zijn paspoort: verwijderd op/expelled on 03-11-1992 staat er paginavullend in alarmerend rood gedrukt. “En dat in zo'n mooie nieuw Europaspoort.”

Nadat hij de Franse douane probleemloos is gepasseerd wordt de terugreis ingezet. Een bus gaat rechtstreeks naar het station, waar de sneltrein richting Amsterdam op het punt staat te vertrekken. Eenmaal in de trein liggen de tafeltjes al snel vol met rapporten, brieven en dossiers. In het gangpad struikelt een jongen met een rugzak over de aktetas.

Bosio is na de jaren van zijn tevergeefse strijd geenszins uitgeput, zo blijkt. Een kort geding moet zijn uitzetting ongedaan maken. Een tweede proces zou Bosio schadeloos moeten stellen voor het verlies aan inkomsten dat hij als gevolg van zijn besmette reputatie heeft geleden. Een proces waar, als het aan hem ligt, veel getuigen worden gehoord, “ook alle betrokken bewindslieden”. Hij is al tevreden als er maar tien procent wordt bewezen van de drugs- en wapenhandel waarvoor hij de overheid medeverantwoordelijk acht.

De trein stopt in Roosendaal. De paperassen verdwijnen veiligheidshalve in de tas. Aan de perronzijde van de trein turen een aantal grenswachten onderzoekend in de trein. Bosio keert zijn rug naar het raam en trekt schielijk het gordijn een stukje dicht. Terwijl hij op gedempte toon zijn betoog vervolgt wordt de reis zonder onderbreking voortgezet.

Het is laat in de avond als Bosio na een overstap eindelijk de eindbestemming bereikt. Het laatste stuk heeft hij weggedoken in een hoekje van de trein afgelegd. “Een vreemd gevoel hoor, een beetje paranoia”, omschrijft hij zijn nieuwe illegale status, “Maar ik hoop niet dat ik nog eens zo'n uitzetting hoef mee te maken. Morgen gaan we direct aan de slag.” Hij neemt afscheid en verdwijnt, de twee koffers in de hand, als een schim in de nacht. (Michel Bosio zal op 3 december in kort geding zijn verwijdering uit Nederland juridisch aanvechten, aldus zijn raadsman mr. Hamerslag vanmorgen. Justitie laat weten Bosio niet actief te zullen opsporen.)